Depressief op het werk? Daar kan je best over praten

Psychische klachten Vier op de tien Nederlanders krijgen ooit last van psychische klachten. Dat kan variëren van concentratieproblemen, autisme en depressie tot een persoonlijkheidsstoornis. Hoe maak je psychische kwetsbaarheid bespreekbaar op de werkvloer?

Illustratie Stella Smienk

Zijn werkgever en collega’s weten dat ze hem geen haastklus moeten toeschuiven en dat hij het belangrijk vindt overleg te beginnen met een mogelijkheid zijn gemoedstoestand te delen met de rest. „Heel simpel, maar voor mij essentieel om goed te kunnen functioneren; het heeft een preventieve werking.”

Thomas Pruijsen (32) kampt sinds zijn middelbare schooltijd met psychische klachten. Hierdoor zijn er perioden dat hij zich slecht voelt, depressief is, en werken hem minder goed afgaat. Pruijsen blijft het spannend vinden open te zijn over zijn mentale gezondheid, omdat het kan leiden tot afwijzing en onbegrip. „Maar ik ben het masker dat ik te lang heb gedragen zat.”

Volgens het Trimbos-instituut krijgen ruim vier op de tien Nederlanders ooit te maken met een psychische aandoening. Depressie komt het vaakst voor. Het is dus vrij normaal dat mensen perioden doormaken waarin ze niet goed in hun vel zitten, ook op hun werk. Toch bestaan veel vooroordelen over mensen met psychische kwetsbaarheid en is openheid daarover op de werkvloer niet vanzelfsprekend.

Vooroordelen

Janneke van Tilborg herkent het dilemma. Ze werkt als jobcoach en ‘coördinator werkgevers’ voor Stichting Studeren & Werken op Maat (SWOM). Van Tilborg hoort vaak van mensen dat ze niet zo goed weten of ze hun beperking moeten noemen, en zo ja, en op welk moment. „Zet je het in je sollicitatiebrief of vertel je het als je bent aangenomen? Dat psychische problematiek meestal niet zichtbaar is, maakt het extra lastig.” Maar soms is er niet echt een keuze, meent Van Tilborg. „Stel je voor dat je autistisch bent en slecht tegen prikkels kunt, dan is de kans groot dat je dat in een kantoortuin niet lang verborgen kunt houden.”

Stichting Studeren & Werken op Maat probeert hoogopgeleide jongeren met een arbeidsbeperking te helpen bij het vinden van een baan. Het merendeel van de mensen die ze helpen is hogeropgeleid en heeft een psychische arbeidsbeperking, vaak een stoornis in het autistisch spectrum. Van Tilborg merkt dat vooroordelen over mensen met psychische kwetsbaarheid hardnekkig zijn, „zelfs bij organisaties die actief bezig zijn met inclusiviteit”. Zo wordt de beperking vaak gekoppeld aan lageropgeleiden.

„Naast het idee dat ze veel begeleiding nodig hebben, kleeft nog een stigma aan mensen met psychische problematiek: ze zijn onvoorspelbaar of zelfs gevaarlijk”, zegt Evelien Brouwers. Zij is hoogleraar psychische gezondheid en duurzame inzetbaarheid in arbeid aan de universiteit van Tilburg. „Die beeldvorming ontstaat door buitenproportioneel veel aandacht voor wat er niet goed gaat en doordat vaak een relatie wordt gelegd tussen psychische aandoening en gevaar. Maar mensen die hiermee te maken hebben, kunnen doorgaans prima werken.”

Brouwers doet veel onderzoek naar openheid over psychische gezondheid op de werkvloer. Uit haar onderzoek blijken veel Nederlanders bereid tot openheid over psychische problematiek op de werkvloer; driekwart van de werkende bevolking zegt dit te delen met de werkgever.

Discriminatie en stigmatisering

Overigens is er niet zoiets als één antwoord op de vraag of openheid goed is of niet, benadrukt Brouwers. Het is een persoonlijke keuze en hangt af van verschillende factoren. Openheid kan namelijk ook verkeerd uitpakken. Je loopt het risico op discriminatie (afwijzing, lagere inschaling) en stigmatisering (je wordt anders behandeld).

Onderzoek van Brouwers en collega’s laat zien dat transparantie gewenst is als je klachten je werk negatief beïnvloeden. Als dit niet zo is, kan het verstandig zijn terughoudend te zijn. Een kersverse studie van Brouwers toont aan dat een meerderheid van de Nederlandse leidinggevenden (64 procent) een sollicitant niet snel zou aannemen als ze op dat moment weten dat die een psychische aandoening heeft.

Pruijsen ervoer de vooroordelen aan den lijve. Hij werd afgewezen voor een baan omdat de werkgever vond dat hij veel te open was geweest over zijn psychische kwetsbaarheid. Dat was zuur, want op papier was het zijn droombaan. „Ze vroegen: heb jij een beetje zelfreflectie? Ik had net therapie afgerond en dacht: als iemand kan reflecteren op zichzelf, dan ben ik dat.” Hij gebruikte zijn therapie als anekdote tijdens het gesprek. „Alleen bleven ze vervolgens doorvragen en kreeg ik terug dat het niet gepast was zoveel te vertellen over mijn voorgeschiedenis. Ze dachten waarschijnlijk: we hebben een andere kandidaat die ook goed is en niet zo lastig. Maar ik denk dan ook: als mantelzorger, jonge moeder of zelfs met een huisdier ben je misschien soms ook moeilijker inzetbaar.”

Sinds een klein jaar heeft Pruijsen een baan als projectmedewerker bij Samen Sterk Zonder Stigma. Voor deze stichting praat hij onder meer met werkgevers in het land om vooroordelen uit de weg te ruimen. Hoewel hij zijn eigen ervaring geregeld als voorbeeld gebruikt, blijft Pruijsen het moeilijk vinden collega’s ‘mee te nemen’ in zijn binnenwereld. „Ik heb nu de luxe dat ik bij een organisatie werk waar ik mezelf kan zijn, maar als het minder goed met mij gaat, blijft het moeilijk dit eerlijk toe te geven.”

Een diagnose lijkt een vaststaand gegeven, maar klachten kunnen veranderlijk zijn. „Het blijft nodig telkens opnieuw het gesprek aan te gaan.”

Volgens Evelien Brouwers heerst nog sterk het idee dat een werknemer zich moet aanpassen aan de werkomgeving in plaats van andersom. Maar jezelf kunnen zijn op de werkvloer zorgt voor meer welzijn en betere prestaties. Ook liet de hoogleraar in een onderzoek zien dat openheid kan leiden tot meer begrip en waardering, mogelijkheden voor werkaanpassingen, en dat zo’n houding bijdraagt aan de sfeer. Een beperking verborgen houden kan soms zoveel extra stress opleveren dat mensen uitvallen.

Wat ga je zeggen?

Het is noodzakelijk een plan te hebben voor je besluit je psychische gezondheid te delen met de werkvloer, benadrukt Pruijsen. „Bedenk allereerst wat je gaat zeggen en tegen wie. Hoe belangrijk is openheid voor jou? En heb je ideeën over aanpassingen die jou kunnen helpen? Als je het bijvoorbeeld nodig hebt iedere week samen de agenda na te lopen, of als aangepaste werktijden je leven makkelijker maken, moet het gesprek over deze aanpassingen gaan en niet over je diagnose.”

Zelf heeft Pruijsen zijn collega’s gevraagd tijdens de lockdown wat vaker contact met hem te leggen, ook buiten werktijd, en hem regelmatig te vragen of hij zeker weet of het lukt een taak tijdig af te maken. Zo helpen zij voorkomen dat hij zichzelf voorbijloopt. „Ik realiseer me dat ik veel kan vragen en mensen hoeven zich niet verplicht te voelen daar gehoor aan te geven, maar ik leg het wel neer.”

Janneke van Tilborg deelt de keuze vooral in te gaan op mogelijke aanpassingen. „Het is aan jou wat je wil delen, maar ik raad aan alleen de dingen eruit te halen die voor jou een rol spelen in je werk. Ook kan het nuttig zijn te bespreken welke signalen erop kunnen wijzen dat het de verkeerde kant opgaat en wat er op zo’n moment kan worden gedaan. Geef concreet aan waar je soms tegenaan loopt en wat daar oplossingen voor zijn. Zo kun je samen met je werkgever een omgeving creëren die ervoor zorgt dat je gezond werkt en niet uitvalt.”

Het geeft Pruijsen rust dat collega’s weten wat er met hem aan de hand is. „En dat ik het gevoel heb dat ze me begrijpen.” Als het dan een keer misgaat, komt het niet uit de lucht vallen. Zo stapte hij laatst uit een groepsapp met collega’s. „Ik was net voor mijn rijexamen gezakt en er werd heel veel leuk nieuws gedeeld. Ik kon dat niet aan.” Emoties reguleren en daarin juist handelen heeft hij altijd lastig gevonden. Hij snapt dat het voor collega’s soms moeilijk is hem te volgen. „Het loopt misschien niet allemaal precies zoals ik wil, maar ik vind het juist sterk om daar dan een gesprek over te voeren.”