Recensie

Recensie Theater

Effectief hoorspel met mooie momenten van paniek

Hoorspel Muziektheatergezelschap Collectief Ludvik maakte een hoorspel naar ‘The Tell-Tale Heart’ van Edgar Allan Poe. In ‘Het hart dat zichzelf verraadde’ geven drie zangeressen de gekte van de verteller mooi gestalte.

Collectief Ludvik.
Collectief Ludvik. Foto Sjoerd van den Berg

Het jonge muziektheatergezelschap Collectief Ludvik omzeilt de podiumloze lockdown door een voorstelling als podcast uit te brengen. Het hart dat zichzelf verraadde is een muziektheatraal hoorspel, gebaseerd op het klassieke gothic-verhaal The Tell-Tale Heart van Edgar Allan Poe.

In vier afleveringen van tien minuten tot een kwartier vertelt een vrouw, vertolkt door de drie zangeressen van Ludvik, dat ze de oude man voor wie ze zorgde heeft vermoord. Reden: zijn ‘gierenoog’ dat haar altijd maar aanstaarde. Ze verstopte het lijk onder de vloerplanken, maar ze bleef het hart horen bonzen, als een klok. Uiteindelijk wordt ze zo gek van het geluid, hoewel ze herhaaldelijk bezweert dat ze níét gek is, dat ze naar de politie gaat en haar daad opbiecht. Aan het slot geeft Ludvik het verhaal nog een twist.

Lees ook: Bij nieuw ‘krimi-hoorspel’ van het Rosa Ensemble zit iedereen op de eerste rij

Kaal en effectief

Ludvik kiest een heel andere benadering dan het Rosa Ensemble, dat sinds een paar jaar live-hoorspelen met rijkgeschakeerde klankwerelden maakt. De productie is juist kaal en effectief, met minimale geluidseffecten en toneelmuziek van piano, gitaar of krassende viool – zelden allemaal tegelijkertijd. Nu en dan valt een flard kleinkunstlied of zonnig barbershop-geneurie op. De nadruk ligt steeds op het stemmentrio, en hoewel de dialogen wat gekunsteld klinken, is het kaatsen, herhalen en uit de pas lopen van hun drie-eenheid een mooi effect om gekte te suggereren. Op de beste momenten vlechten ze zich ineen voor een uitbarsting van dissonante paniek.

De zwakste schakel is de tekst. Die verandert haast per zin van toon en register, zodat de verhoudingen tussen de personages nauwelijks vorm krijgen. Onhandige metaforiek („De schemer is voor eeuwig verdronken, tot het verre morgen”) en rijmdwang („Ik moet gewoon niet zeuren, niet ingewikkeld treuren”) ontmantelen de wrijving tussen waanzin en planmatigheid die Poe’s vertelling haar psychologische kracht geeft. Ook de titel lijdt aan precisiegebrek: het hart verraadt niet zichzelf, maar verklikt de verteller.