Bestuursrechter Raad van State: Toeslagenaffaire had anders gekund

Spijtig De Raad van State wil lering trekken uit het eigen handelen. Hoewel telkens de wet is gevolgd, had de hoogste bestuursrechter naar eigen zeggen eerder tot inzicht kunnen komen.
Bart Jan van Ettekoven in de zomer van 2019 in de Raad van State.
Bart Jan van Ettekoven in de zomer van 2019 in de Raad van State. Foto Remko de Waal/ANP

De Raad van State had de Belastingdienst eerder kunnen dwingen om een einde te maken aan de harde fraudeaanpak die de basis vormde voor de Toeslagenaffaire. Dat zegt voorzitter van de afdeling Bestuursrecht Bart Jan Ettekoven zaterdag tegen dagblad Trouw. Hij noemt het „spijtig” dat door de Toeslagenaffaire gedupeerde ouders „over dezelfde digitale, alles-of-niets-kam” werden geschoren. Het is zeldzaam dat de hoogste bestuursrechter van Nederland zo expliciet reageert op kritiek. De verwijten zijn echter „van zo’n zwaarte en ernst, dat het passend is om te reageren.”

Van Ettekoven belooft naar aanleiding van de Toeslagenaffaire een intern onderzoek. Hij wil een „scan” op uitspraken waarin de Raad vonniste in zaken met betrekking tot „harde wetgeving”. Tegen Trouw: „Wij gaan onze hele kast met zaken en uitspraken doorlichten. We willen kijken of er op andere terreinen sprake is van disproportionele gevolgen voor burgers, ook al vraagt de wet van de rechter om streng op te treden.”

De Toeslagenaffaire heeft eens te meer aangetoond dat de Raad van State moet worden ontmanteld, betoogden vier deskundigen vorige maand in NRC.

Rechter Van Ettekoven benadrukt zaterdag in Trouw dat de Raad van State steeds de letter van de wet heeft gevolgd. „Er heerste een politiek klimaat waarin fraudebestrijding prioriteit had. De Belastingdienst vroeg ons vervolgens: klopt het zo? En wij zeiden: ja.” Pas in het najaar van 2019 kwam een omslag, toen de bestuursrechtspraak voor het eerst „de ernst en omvang van de financiële gevolgen van de jurisprudentie” meewoog in een uitspraak. Van Ettekoven: „Maar het had eerder gekund. (…) Voor de ouders die er de dupe van zijn geworden, is het ongelofelijk spijtig.”

„Een wezenlijke bijdrage”

De Raad van State kreeg van de parlementaire commissie-Van Dam vorige maand stevige kritiek voor het handelen in procedures rondom toeslagen. Die werden tot en met in elk geval oktober 2019 vrijwel uitsluitend in het voordeel van de Belastingdienst beslecht. „De bestuursrechtspraak”, schreef de commissie, „heeft jarenlang een wezenlijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de niet dwingend uit de wet volgende, spijkerharde uitvoering van de regelgeving van de kinderopvangtoeslag.” Volgens de commissie is de gedupeerden „ongekend onrecht” aangedaan.

Vooralsnog heeft dat nog niet tot (politieke) consequenties geleid voor betrokken partijen. Het kabinet komt op maandag 18 januari terug van winterreces en geeft niet eerder een officiële reactie. Wel is alle gedupeerden een financiële tegemoetkoming van in elk geval 30.000 euro beloofd. Die wordt binnen vier maanden uitbetaald, ongeacht de hoogte van de geleden schade. Het Openbaar Ministerie liet donderdag weten op grond van de beschikbare informatie de Belastingdienst niet strafrechtelijk te onderzoeken, laat staan te vervolgen. Volgens het OM hoort verantwoording „over verwijtbare handelingen die de Staat zijn toe te rekenen” thuis in „het politieke domein en niet in het strafrecht”.

Een groep gedupeerde ouders is een zogeheten artikel 12-procedure gestart om via de rechter alsnog vervolging af te dwingen van betrokken belastingambtenaren.