‘Ouderen sneller inenten zou druk op zorg sneller verlichten’

Vaccinatie Tegen het advies van de Gezondheidsraad in besloot het kabinet deze week als eerste zorgverleners te vaccineren in plaats van ouderen. Een riskante strategie, zeggen critici. „Dat het levens kost is zeker.”

Medewerkers van het UMC Groningen bereiden de eerste vaccinaties voor tegen corona.
Medewerkers van het UMC Groningen bereiden de eerste vaccinaties voor tegen corona. Foto Kees van de Veen

Vaccineer ouderen eerst, herhaalt de Gezondheidsraad sinds november in adviezen aan het kabinet. Door deze kwetsbare groep te prikken dring je sterfte en ziekte het snelst terug en wordt met de schaarse vaccins de meeste gezondheidswinst behaald. Tegelijk wordt de druk op de zorg verlicht. Logisch toch?

Nederland doet het toch anders: de eerste prikken gingen deze week in de armen van zorgverleners. Verpleeghuisbewoners zijn pas een aantal weken later aan de beurt, thuiswonende ouderen van boven de zestig „omstreeks maart”, schreef minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) deze week aan de Tweede Kamer. De continuïteit van de zorg zou volgens hem in gevaar komen als zorgverleners geen voorrang krijgen, en ouderen in verpleeghuizen worden indirect beschermd via ‘ringbescherming’ als hun zorgverleners geprikt zijn.

Neemt De Jonge risico door af te wijken van de volgorde die wordt aanbevolen door de Gezondheidsraad? De raad adviseerde het Pfizer-vaccin, dat al in Nederland is, voor 90 procent bij ouderen in te zetten omdat het voor deze doelgroep boven verwachting goed werkt. Hoogleraar vaccinologie Cécile van Els (Universiteit Utrecht), ook werkzaam bij het RIVM, spreekt van „de verrassing van het jaar”. „Bij vaccins is het bij ouderen altijd de vraag: hoe krijg je hun immuunsysteem zo gek om nog genoeg bescherming op te bouwen? De jaarlijkse griepprik geeft meestal 40-60 procent bescherming, dit Pfizer-vaccin rond de 90, bijna evenveel als bij jongere groepen.”

Lees ook Zestien vragen over vaccineren

Dat verpleeghuisbewoners beschermd worden via het inenten van hun zorgverleners, zoals De Jonge stelt, is niet zeker, waarschuwt de Gezondheidsraad. Van het Pfizer-vaccin is aangetoond dat het ziekte voorkomt, maar nog onbekend is of het ook kan verhinderen dat bijvoorbeeld geïnfecteerden die geen symptomen krijgen het virus doorgeven.

Hoogleraar Van Els weet uit de voorlopige resultaten van een ander coronavaccin, dat van Oxford en AstraZeneca, dat het de kans op verspreiding met zo’n 30 procent kan verminderen. „Dat laat zien dat meer coronavaccins hiertoe waarschijnlijk in staat zijn”, zegt zij. En de kans op verspreiding van het virus neemt sowieso af als gevaccineerden minder ziek worden. „Als je minder gaat hoesten en snotteren strooi je ook minder virusdeeltjes rond.” Daarom vindt Van Els de keuze voor zorgverleners „een ethisch verantwoorde en ook zinvolle stap”.

Last minute

Toch heeft deze strategie risico’s. De voorrang voor zorgverleners betekent dat verpleeghuisbewoners de prik een paar weken later krijgen, vermoedelijk eind januari of begin februari. Middenin een pandemie maakt dat „heel erg veel uit”, zegt epidemioloog Arnold Bosman, consultant voor de WHO en lid van het Red Team, een groep deskundigen die het kabinet adviseert. „De verpleeghuizen zitten nog middenin de tweede golf. Elke week vertraging betekent meer infecties en meer sterfgevallen. Dat het levens kost is zeker.”

Bosman had begrip gehad voor de voorrang voor zorgverleners als dat een weloverwogen keuze was, zegt hij. Maar hij heeft de indruk dat het kabinet „zich ad hoc laat beïnvloeden door partijen met gezag die gaan roepen om het vaccin”. Hij doelt op het last minute-besluit van vorig weekend om ook ziekenhuispersoneel met voorrang in te enten, na een oproep van de bekende artsen Diederik Gommers en Ernst Kuipers op televisie.

Bosman is ook niet onder de indruk van het argument om het Pfizer-vaccin niet in de verpleeghuizen te gebruiken omdat dit logistiek lastig zou zijn – het moet bijvoorbeeld bij -70 graden bewaard worden. „Andere landen doen het wel. Er is, net als eerder deze crisis, te weinig vooruitgedacht. Dan hoor ik het RIVM in interviews zeggen: we dachten dat het AstraZeneca-vaccin eerst kwam. Terwijl je voor elk vaccin een scenario moet hebben klaarliggen.”

Een belangrijk doel van het kabinet, het ontlasten van de ziekenhuiszorg, wordt door het afwijken van de strategie van de Gezondheidsraad pas later bereikt. Doordat een groot deel van de eerst geleverde vaccins naar zorgpersoneel gaat, kan de grote groep thuiswonende ouderen pas rond maart gevaccineerd worden. Het is juist deze groep, met veel zestigers en zeventigers, die met Covid-19 op de IC- en verpleegafdeling in de ziekenhuizen belandt. Hen snel inenten kan de druk op de zorg verlichten.

Bosman vindt het aan de ene kant een „belangrijk” signaal dat zorgverleners in de frontlinie snel een vaccin krijgen. „Dat is goed om rust in de tent te krijgen, deze mensen staan onder hoogspanning.” Vanuit de epidemiologie is beginnen met de zorgverleners minder logisch, legt Bosman uit. „Het vaccin geeft hen persoonlijk bescherming, maar wat je met vaccinatie wil bereiken is bescherming van de risicogroepen als ouderen. Daar zit de grootste ziektelast.”

Het is volgens Bosman zelfs de vraag of het eerst inenten van ouderen voor zorgverleners niet gunstiger zou zijn. „Dan zie je het snelst een daling van ziekenhuisopnames. Het grootste probleem van veel zorgverleners is dodelijke vermoeidheid. Het beste medicijn dat je hen kunt geven is zorgen dat de instroom van patiënten minder wordt.”

Als de vaccinatie van thuiswonende ouderen toch pas in maart goed op gang komt, duurt het nog een maand voordat deze groep – na hun tweede inenting – is beschermd. Dat betekent dat niet voor april een serieuze verlichting in de ziekenhuizen valt te verwachten. „Het gaat langer duren dan als we de Gezondheidsraad hadden gevolgd, dat durf ik wel te zeggen”, aldus Bosman. Hoogleraar Cécile van Els pleit ervoor ouderen in het vaccinatieschema naar voren te halen. „Als we daar toch eerder voldoende vaccins voor hebben, zou dat mooi zijn.”

Op dat vlak kwam vrijdag goed nieuws: de EU heeft honderden miljoenen extra Pfizer-vaccins besteld, waardoor Nederland hoopt toch iets eerder dan maart te kunnen inenten. Het kabinet wil tegelijk niet terugkomen op de belofte aan zorgverleners. De Nederlandse vaccinatiecampagne kan daarmee wel eens minder snel verlichting voor de coronamaatregelen brengen dan gehoopt.

Mark: Ik ben blij dat ik niet hoef te beslissen wie er van al die zeventien miljoen mensen eerst moet

Mark Verwijst (51) uit Heeswijk-Dinther is maaltijdbezorger. Hij zou een vaccin goed kunnen gebruiken. „Ik zit toevallig net te denken of ik de huisarts zal bellen. Ik ben blij dat ik niet hoef te beslissen wie er van al die zeventien miljoen mensen eerst moet. Maar de volgorde klopt niet. Ik heb recht op een snelle vaccinatie. Wij werken met kwetsbare ouderen. Wij komen in verpleeghuizen en zetten bij veel mensen netjes de verse maaltijden in de koelkast. Met een mondkapje op en met meer dan anderhalve meter afstand. Dat wel. Maar ik vind het knap dat ik de dans nog steeds ben ontsprongen.

„Ik kom bij mensen die zeggen: ‘Ik zit op de uitslag te wachten’. Ik vraag: ‘Van wat?’ Zeggen ze: ‘Ik ben getest’. Veel tachtigers worden getest maar ze beseffen niet dat ze andere mensen kunnen besmetten. Dat is niet prettig. Laatst kwam ik ergens aan en stond de GGD achter mij. Om te gaan testen. Ik zeg tegen hen: ‘Geef die maaltijd van mij dan ook maar even’.

„Ik kom dagelijks op honderd adressen. Mijn werkdag begint om zes uur ’s ochtends. Het is erg druk. Er overlijden ontzettend veel mensen. Het zijn er meer dan veertig geweest, in het afgelopen half jaar. Dat is raar, want je kent al die mensen persoonlijk. Maar de nieuwe aanwas is ook enorm. Het aantal adressen is bij ons sinds maart meer dan verdubbeld.

„Voorrang zou heel prettig zijn. Ik wil niet wachten tot september. Ik ga er werk van maken. Ik heb liever vandaag dan morgen een spuit. Ter bescherming van mijzelf en van mijn klanten. Een spuit erin en dan naar de kroeg. Toch?”

Peter Jan: Aan de ene kant wil ik het wel, om meer bescherming te bieden aan mijn familie en mijn naasten

Peter Jan van der Laan (26) heeft een lichte verstandelijke beperking en woont onder begeleiding op een zorgpark in Noordwijk. Als de coronacrisis voorbij is, wil hij gaan werken in een bouwmarkt of op een dierenambulance.

Peter Jan weet nog niet of hij zich zal laten inenten. „Aan de ene kant wil ik het wel, om meer bescherming te bieden aan mijn familie en mijn naasten. In het weekeinde ga ik naar familie, meestal naar mijn ouders. Ik heb een oma. En een zus. Aan de andere kant zeg ik vanuit mijn geloofsovertuiging: als ik het niet doe, zal de Heer mij beschermen. En stel dat ik het coronavirus zou krijgen en ik ziek word, zou ik zeggen: dat is Gods wil. Ook twijfel ik omdat niemand nog weet wat de bijwerkingen zullen zijn.”

Zijn persoonlijke begeleider Karin van der Velde (60): „Er is onder cliënten een redelijk grote vaccinatieangst. Ze denken: laten we eerst kijken wat het vaccin met andere mensen doet, dan kunnen wij het altijd nog doen. Wij kunnen wel met hen praten, maar ze hebben net als iedereen het recht om zelfstandig te beslissen. De medewerkers worden hier eerst ingeënt. Er worden veel besmettingen van buiten naar binnen gebracht omdat er veel wisselend personeel is. Ik twijfel niet of ik me zal laten inenten, behalve als er iets in zit wat bij mij persoonlijk een allergie kan veroorzaken.”

Peter Jan: „Wij zijn voorlopig nog niet aan de beurt. Tot die tijd laat ik het nog in het midden.” Gaat hij het pas doen als zijn persoonlijke begeleider na de inenting gezond blijft? Karin: „Dat zou best kunnen.”

Peter: De meest kwetsbaren moeten eerst. Dat zijn de hulpverleners.

Peter Année (87) woont samen met zijn vrouw zelfstandig in een wooncomplex voor ouderen in Tilburg. Hij is „min of meer” gezond en verwacht in maart een vaccin van de huisarts te krijgen. „Ik behoor tot een risicogroep, maar ik heb er niet zo’n moeite mee dat ik wat later aan de beurt kom. De meest kwetsbaren moeten eerst. Dat zijn de hulpverleners.

„Ik probeer uit de gevaarlijke zones te blijven en me aan de regels te houden. Dat lukt vrij aardig. Ik heb genoeg omhanden. Ik heb me op biografieën gestort, boeken van zeshonderd pagina’s of meer. Ik loop door het huis en zeg iedereen even goedendag, om niet van de mensen te vervreemden. Wel vind ik het lastig om familie niet te kunnen ontmoeten omdat die zich in de menigte begeven.

„Ik kan ook niet meer naar het voetballen. Ik ben seizoenkaarthouder van Willem II en ik zit altijd op de eretribune. Ook operavoorstellingen zijn tegenwoordig taboe en ik kan niet naar de bioscoop.

„Ik heb met twee of drie vrienden elke dag contact, via FaceTime. Die ken ik al meer dan zestig jaar, die zou ik anders thuis ontmoeten. Ik was gewend bij het koffiedrinken in de gemeenschappelijke ruimte elke dag een praatje te maken met enkele mensen met dementie, die hier ook in huis wonen. Dat is nu afgebroken.

„Ik kan begrijpen dat sommige mensen snakken naar meer vrijheid en daarom snel een prik willen. Ik hoor daar niet bij. Het moet z’n beloop hebben, iedereen moet aan de beurt komen.”

Alja: Wij willen als verleners van intensieve zorg eerder worden gevaccineerd. Graag. Zo snel mogelijk.

Communicatieadviseur Alja van Maanen (44) uit Hendrik-Ido-Ambacht is getrouwd en moeder en mantelzorger van Nova (8), die ernstig meervoudig beperkt is. „Mijn dochter kan niets zonder ons. Ze heeft permanent zorg en nabijheid nodig. Dan is ze blij en tevreden en gelukkig. Zij komt, voor zover ik weet, niet eerder in aanmerking voor vaccinatie dan de grote groep Nederlanders. Dat is oké, want kinderen als Nova worden waarschijnlijk niet erg ziek van corona.

„Maar als corona hier in huis komt, als haar beide ouders ziek worden, hoe hou je die zorg dan vol? Dan wordt het heel zwaar. Dan hebben we zorg van buiten nodig. En die komt waarschijnlijk niet. Want veel zorgverleners durven niet. Ze zijn bang. In dat geval zou mijn dochter naar een instelling kunnen gaan. Maar je kunt haar niet verzorgen als je haar niet goed kent. Je moet haar leren lezen. Ze communiceert vrijwel niet, alleen met lachen en huilen. Het laatste dat wij willen is dat ze naar een instelling gaat.

„Dus: wij willen als verleners van intensieve zorg eerder worden gevaccineerd. Graag. Zo snel mogelijk. Daar als mantelzorgers een uitnodiging voor krijgen is een uitdaging. Als ik nu naar de huisarts ga voor een vaccinatie, dan zegt die: u staat niet in het rijtje zorgverleners genoemd. Gemeenten hebben geen goed beeld van hoeveel en welke gezinnen met dit soort situaties te maken hebben. Dat is heel slecht.”

Interviews: Arjen Schreuder