Necrologie

‘Niets zal ons stoppen’, twitterde de Trumpfan en oorlogsveteraan

Ashli Babbitt, 1985-2021 Ashli Babbitt bagatelliseerde corona, geloofde in complottheorieën en was fel pro-Trump. Ze overleed als gevolg van een schotwond opgelopen in het Capitool.

Aanhangers van de Amerikaanse president Trump in het Capitool woensdagavond.
Aanhangers van de Amerikaanse president Trump in het Capitool woensdagavond. Foto Roberto Schmidt/ AFP

Een dag voor de bestorming van het Capitool, toen Ashli Elizabeth Babbitt nog leefde, schreef ze op Twitter: „Niets zal ons stoppen… ze kunnen proberen wat ze willen maar de storm is hier en daalt neer op DC binnen 24 uur…”.

Uren later, op woensdagmiddag lokale tijd, werd de 35-jarige radicaal-rechtse Trump-aanhangster neergeschoten nadat ze met een groep geestverwanten, sommigen bewapend, het Capitool was binnengeklommen.

Go! Go!”, riep ze naar mensen voor haar, terwijl twee mannen haar omhoog hielpen tot aan de rand van een kapot raam. Babbitt, met de Amerikaanse vlag als cape om haar nek gewikkeld, stak haar hoofd door het frame toen een agent in burger van de Capitol Police een schot afvuurde. Ze zou in haar nek of borst zijn geraakt en viel in de menigte. Bloed stroomde uit haar mond, schrijft The New York Times.

Op videobeelden gedeeld op Twitter is het schot te horen. Om haar heen brak paniek uit. Ze kreeg onmiddellijk medische hulp en werd naar een ziekenhuis gebracht, waar ze overleed. Er vielen nog vier doden bij de bestorming van het Capitool, onder wie een agent.

Ashli Babbitt Foto AP

Missies naar Irak, Afghanistan

Ashli Babbitt was een oorlogsveteraan uit een arbeidersbuurt van San Diego. Ze diende veertien jaar en ging vanaf 2004 op missie met de Amerikaanse luchtmacht naar Afghanistan, Irak, Koeweit en Qatar. In 2016, vlak voor ze in aanmerking zou komen voor een militair pensioen, trad ze uit dienst.

Op haar twitterprofiel, ‘CommonAshSense’ met inmiddels meer dan 21 duizend volgers, schrijft Babbitt te houden van haar „dude, haar hond” en „boven alles haar land”. Ze werkte een tijd als bewaker bij een nucleaire fabriek in Maryland en voegde zich daarna met haar tweede man bij het bedrijf van haar broer, die in zwembad-onderdelen handelt. Op een poster bij de ingang van het bedrijf staat: „Mondkapjes-vrije autonome zone, beter bekend als Amerika”, waar „we handen schudden als mannen en elkaar een boks geven als homies.”

Boos op ‘communisten’

Nadat Babbitt uit dienst trad, ging ze zich steeds politieker uitspreken, vertelde haar moeder donderdag tegen CNN. „Ik hield enorm van haar en bewonderde haar”, zei ze. „Ze heeft dit land moedig en trots gediend”. Babbitt woonde geregeld pro-Trump-bijeenkomsten bij en was volgens haar moeder „gepassioneerd genoeg om te sterven voor datgene waarin ze geloofde”.

Lees ook: De bestorming van het Capitool werd aangewakkerd op sociale media

Waar ze ook in geloofde: complottheorieën. Op Twitter is Babbitt te zien in een shirt met de tekst: ‘We are Q’. Die Q staat voor QAnon, een complottheorie die gewag maakt van een mondiale elite die zich schuldig zou maken aan satanisch kindermisbruik. Ze retweette veel berichten van conservatieve en rechtse figuren, onder wie Trumps voormalige Nationale Veiligheidsadviseur Michael Flynn, en conservatieve nieuwssites als Right Side Broadcasting. Zelf volgde Babbitt Trump-aanhangers en politici als Mike Pompeo, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken.

Babbitt bagatelliseerde de corona-pandemie, die in de Verenigde Staten tot meer dan 365.000 doden heeft geleid. In december plaatste ze op Twitter een screenshot over quarantaines in Californië en schreef ze: „Dit is die commie-bullshit!”, de leugens van de communisten.

Ashli Elizabeth Babbitt had de afgelopen tijd talloze berichten geretweet van mensen die naar Washington afreisden vanwege de oproep van Donald Trump om te demonstreren tegen de „diefstal” van de verkiezingen. Hiervoor vloog ze vanuit San Diego naar de hoofdstad van het land, een reis van een kleine vijf uur.

„Ik ben verdoofd. Ik ben er kapot van”, zei Babbitts schoonmoeder donderdag tegen The New York Post. „Niemand uit Washington heeft mijn zoon op de hoogte gebracht, we hoorden het op tv.”