Analyse

Het woord van experts is niet langer wet

Politiek en corona In de eerste coronamaanden trokken politiek en wetenschap samen op. Nu verzwakt dat front. De politieke soevereiniteit groeit.

Kopstukken van zorg en politiek deze week samen op de eerste prikdag in het Erasmus MC. V.l.n.r. Diederik Gommers, een IC-verpleegkundige, minister De Jonge en Ernst Kuipers.
Kopstukken van zorg en politiek deze week samen op de eerste prikdag in het Erasmus MC. V.l.n.r. Diederik Gommers, een IC-verpleegkundige, minister De Jonge en Ernst Kuipers. Foto Sem van der Wal/ANP

Het front van politiek, zorg en wetenschap, die het afgelopen jaar in veel landen samen optrokken tegen de pandemie, begint scheurtjes te vertonen. Deze week kondigden onder meer Denemarken en het Verenigd Koninkrijk aan om de noodzakelijke tweede vaccinprik met een aantal weken uit te stellen, zodat meer mensen snel de eerste kunnen krijgen. Ze gaan daarmee in tegen de richtlijnen van vaccinfabrikanten. Er is geen bewijs dat uitstel van de tweede prik evenveel bescherming biedt, waarschuwde ook de Wereldgezondheidsorganisatie. „Onverstandig”, oordeelde Ton de Boer, voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Toch overweegt Nederland dit ook. Daarmee zou het kabinet met zijn vaccinbeleid opnieuw tegen het advies van deskundigen ingaan. De Gezondheidsraad adviseerde eerder om te beginnen met het vaccineren van kwetsbare ouderen, maar door praktische bezwaren koos het kabinet voor het zorgpersoneel. En begin deze week botste minister Van Ark (Medische Zorg, VVD) met artsen toen ze een spoedwet aankondigde die triage op de intensive care op basis van leeftijd moet verbieden. Als de IC’s zó vol liggen dat er voor eén bed twee patiënten zijn en er dus gekozen moet worden, dan moeten artsen gaan loten, aldus Van Ark. Artsen hadden juist een protocol ontwikkeld om wél op leeftijd te selecteren, namelijk via leeftijdscohorten: hoe ouder, hoe minder kans op IC-opname.

Lees ook: Mag leeftijd meetellen bij laatste IC-bed?

Het toont hoe de politiek zich in de coronacrisis steeds meer in het domein van de zorg beweegt, zegt Peter van der Voort, die als hoogleraar, intensivist en D66-senator alledrie de terreinen kent. „Het is niet primair aan de politiek zich met de medische-inhoudelijke behandelingen bezig te houden, ze horen vooral de randvoorwaarden te stellen”, zegt hij. Van Ark en een deel van de Kamer vinden dat de politiek daar wél over gaat.

Na een jaar waarin politieke besluiten vaak linea recta voortkwamen uit externe adviezen, lijkt de politiek weer een soevereinere rol op zich te nemen. Alsof politici door de vaccins en het licht aan het einde van de tunnel denken: laat ons maar weer sturen, dan kunnen we sneller vooruit.

Macht aan de ongekozenen?

Onder die spanning tussen politiek, wetenschap en zorg ligt een groter dilemma, zo oud als Plato: moeten politieke besluiten genomen worden door ongekozen alwetenden of door gekozen onwetenden? In met name de eerste maanden van de coronacrisis waren de adviezen van experts wet. Zij hadden de kennis.

Democratieën ontwikkelden zich zo tot technocratieën, schreef Richard Horton, hoofdredacteur van medisch tijdschrift The Lancet. Wetenschappers kregen een „ongeëvenaarde rol in politieke besluitvorming”. Zie hoe niet een politieke overtuiging van het Zweedse kabinet, maar de visie van epidemioloog Anders Tegnell de basis werd van de afwijkende Zweedse aanpak: geen lockdowns, maar snel groepsimmuniteit opbouwen door het virus gecontroleerd rond te laten gaan.

In Nederland mocht RIVM-directeur Jaap van Dissel de noodzaak van besluiten uitleggen op persconferenties. Wetenschapsmodellen over virusverspreiding en het verwachte effect van maatregelen vormen nog steeds de basis onder politieke besluiten.

Zo’n grote macht van wetenschap kan leiden tot ‘scientism’, aldus Horton, met verwijzing naar de Bulgaars-Franse denker Tzvetan Todorov. Die waarschuwde dat de Verlichting zichzelf ondermijnt als wetenschap niet alleen over kennis gaat, maar ook algemene morele wetten stelt die de wereld moeten beheersen. Democratie doet er dan niet meer toe: wat goed is volgt uit de wetenschap, niet uit een afweging van vrije burgers.

Wetenschap versus populisme

Die technocratische verleiding is sterk als politici moeten besluiten over een onderwerp waar ze weinig van weten. Maar de grotere rol van de wetenschap komt niet alléén voort uit politieke onwetendheid. De Europese buitenlandchef Josep Borrell plaatste „het belang van een rationele aanpak, expertise en kennis” in het voorjaar tegenover de zienswijze van populisten, „die deze principes afwijzen omdat ze die kwaliteiten associëren met de elite”.

De keus leek simpel: de elites die regeren op basis van wetenschapskennis, of de vermeende stupiditeit van populisten. Wie de trumpiaanse minachting van wetenschap zag resulteren in honderdduizenden coronadoden, lijkt het antwoord wel te weten. Maar een grote les over welk systeem beter werkt, geeft deze pandemie niet, schreef columnist Janan Ganesh recent in de Financial Times. Ook liberale democratieën die zich op de wetenschap baseren, krijgen het virus maar moeilijk onder controle.

Kennis is bovendien geen garantie voor goede besluiten. De geschiedenis laat zien dat hoogopgeleiden even vaak als lageropgeleiden politieke en morele denkfouten maken, schreven politicologen Larry Bartels en Christopher Achen in hun boek Democracy for Realists (2016). Denk aan de defensiedeskundigen die het Westen een oorlog in Irak inrommelden, of de briljante wiskundigen en economen die de ingewikkelde financiële producten ontwierpen die de wereldeconomie in 2007 in een diepe crisis stortten.

Alsof politici denken, met het eind van de tunnel in zicht: laat ons maar weer sturen

Hoe groot de verleiding ook is om besluiten uit te besteden aan experts, die technocratie kan onbedoelde bijeffecten hebben. Burgers willen meepraten, gehoord worden, vertegenwoordigers kiezen. Als democraten zich deze pandemie verliezen in de technocratische verleiding, kan dat het populisme dat ze ermee denken te verslaan, juist voeden, waarschuwde Hans Kundnani van de Londense denktank Chatham House. De genoegzaamheid waarmee in het voorjaar populisme achterhaald werd verklaard, zou daarom voorbarig zijn. Technocratie kan zo, in combinatie met de groeiende ongelijkheid die de crisis veroorzaakt, bijdragen aan een perfect storm voor populisten.

Dat politici wetenschappelijke adviezen nu minder automatisch op lijken te volgen dan eerder in de crisis, oogt dan ook als een poging om de democratische verhoudingen enigszins te herstellen. Om, na een jaar van politieke onmacht en uitbestede besluitvorming, weer zelf de afweging te maken wat rechtvaardig is. De komende maanden zal blijken of dat gelukt is, óf dat politici het licht aan het einde van de tunnel zagen en als ongeduldige brokkenpiloten zijn gaan racen.