Hartenstraat in Woutertje Pieterse

Literaire plekken Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

Over de geschiedenis die wij Woutertje Pieterse noemen, valt weinig met zekerheid te zeggen. Het begint al met de titel, want Multatuli heeft het bij mijn weten nooit over een boek met die titel gehad. En wat is het? Een roman? ‘’t Is een geschiedenis!’ zegt MTT. De Wouter-geschiedenis begint, zo mogen we min of meer aannemen in Idee 361, maar waar hij eindigt weet geen mens. Het is alsof je de Nijl opvaart op zoek naar zijn bronnen. En omdat MTT’s rivier zich onderweg voortdurend vertakt, weet je nooit wat nu wel bij het verhaal hoort en wat niet. De Wouter-geschiedenis is geworteld in de Ideeën, en kon je er niet straffeloos uithakken. Vond MTT.

Maar het is toch gedaan natuurlijk. In 1890 verscheen het boek, in twee delen, als De geschiedenis van Woutertje Pieterse door Multatuli. Uit zyn Ideen verzameld door zyne weduwe. De weduwe was Mimi. Wie zich aan deze zeer Amsterdamse geschiedenis waagt, staat meteen in de Hartenstraat: ‘Ik ben daar lang niet geweest’, zegt MTT, ‘en herinner me alleen dat het ’n straat is, die twee hoofdgrachten aan elkaar verbindt, hoofdgrachten die ik zal laten dempen, zodra ik de macht heb Amsterdam te maken tot een der schoonste hoofdsteden van Europa.’

De schrijver heeft plannen, zoveel is duidelijk. En hij weet hoe je een geschiedenis begint, ook al speelt die zich af ‘in een plaats die op „dam” uitgaat.’ U moet dat weergaloze begin in de Hartenstraat maar eens nalezen, dan begeef ik me inmiddels naar Idee 365 waar de Hallemannetjes opduiken. De Hallemannetjes zijn wereldberoemd en in Idee 365 zie je ze hoe ze dat worden. ‘De Hallemannetjes waren zo buitengewoon fatsoenlijk. Ze woonden naast ’n huis met ’n balcon (…),’ lees je en je denkt dat het om het balkon gaat, maar nee, want een paar regels verder gaat het over ‘De Hallemannetjes – die zo byzonder fatsoenlijk waren – (...) en bij hun volgende optreden is het raak en worden ze ‘de Hallemannetjes, d.z.b.f.w.’ Geniaal!

Het hele begin van de Wouter-geschiedenis is geniaal, meester Pennewip die de gedichten van zijn leerlingen corrigeert, Leentje en de Hollandse graven, Juffrouw Laps die ook een zoogdier blijkt, maar wat me dwars zit is de lange Ceciel. Als Wouter een gulden van zijn moeder steelt om met de Hallemannetjes, d.z.b.f.w. in de pepermunthandel te gaan, doet hij dat om van de winst voor lange Ceciel ‘’n potlood te kopen van den man die er gaten mee prikte in het hout van z’n kruiwagen (…) en als lange Ceciel hem dan nóg niet wilde hebben als ‘r vryertje, dan...’

Wouter houdt van lange Ceciel, maar zo rond Idee 442 is ze verdwenen. Waar is ze gebleven, de lange Ceciel?

Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.