Opinie

Een ontdekkingsreis begint voorbij de ringweg

Paul Scheffer

In een gesprek over zijn schrijverschap hield Oek de Jong onlangs een pleidooi voor inlevingsvermogen: „Zodra je oordeelt, snijd je de verbinding met de ander door. Terwijl een samenleving niets anders is dan die verbindingen met anderen. Door te oordelen, zet je jezelf klem, sluit je jezelf af, koker je de werkelijkheid.” (de Volkskrant, 21/12)

De aanleiding is wel duidelijk: als het gaat over cultuurverschillen, verongelukken de woorden al snel. Of het nu gaat over stad en platteland, of over godsdienst en ongeloof, of over zwart en wit: het eigen gelijk verdringt de meerstemmigheid. Terwijl de nabijheid toeneemt, schiet het onderlinge begrip nogal eens tekort.

Het pleidooi van Oek de Jong schoot door mijn hoofd terwijl ik keek naar Bir Baskadir, een Turkse serie op Netflix, die in dat land een veelbesproken hit is. Voor wie die serie van Berkun Oya nog niet kent: het is een schitterend verhaal over het hedendaagse Istanbul. We zien de levens van mensen die dezelfde stad bewonen en toch eindeloos ver van elkaar zijn verwijderd.

De kracht van deze serie is dat de vervreemding tussen het seculiere en vrome deel van de stad, maar ook tussen de boven- en onderkant, met mededogen wordt blootgelegd. De traagheid waarmee het verhaal zich ontvouwt roept spanning op: steeds meer levens grijpen in elkaar, steeds meer geheimen komen aan de oppervlakte.

Twee vrouwen staan centraal: Meryem, de ogenschijnlijk naïeve werkster die wordt gekoeioneerd door haar broer, en Peri, een psychiater die opgaat in haar beroep en een nogal eenzaam leven leidt. Het verhaal begint wanneer Meryem vanwege terugkerende flauwtes bij Peri terecht komt. Vanaf dat moment botsen de werelden van de geestelijke gezondheidszorg en van de religieuze zielszorg door een wat oudere imam.

We zien een imam die de problemen van zijn buurtgenoten geduldig probeert te verduidelijken met onhandige symboliek. Hij neemt een bosje kunstbloemen en plaatst ze naast de bloemen uit zijn tuin. Deze verbeelding van echt en onecht, van geloof en ongeloof, helpt niet echt, ook niet voor hemzelf wanneer hij troost zoekt na het overlijden van zijn vrouw.

Peri worstelt op haar eigen manier met een werkelijkheid die haar ontglipt. Zo zegt ze na het eerste gesprek met de gelovige Meryem tegen een collega: „Er is iets in me waar ik me niet aan kan onttrekken – een woede. Telkens als een gesluierde vrouw tegenover me zit. Ik weet dat ik daarmee discrimineer. Maar zo ben ik opgevoed. En, ze zijn nu in de meerderheid”.

Die botsing deed me denken aan Sneeuw, de roman van Orhan Pamuk uit 2003. Ook daarin wordt onderzocht waarom de publieke rol van religie het land zo verdeelt. Net als in Bir Baskadir klinkt in die roman de meerstemmigheid en wordt de ‘westerling’ ontregeld door traditionele gelovigen.

De spanningen in een stad als Istanbul hebben een lange voorgeschiedenis, zo werd me al duidelijk bij een eerste bezoek begin jaren negentig. De stad was toen halverwege een omslag van twee miljoen inwoners in 1970 naar meer dan vijftien miljoen nu. Uit gesprekken bleek hoezeer de seculiere bovenlaag zich afzette tegen de vaak vrome nieuwkomers uit Anatolië.

Precies die houding wordt stap voor stap ondermijnd in Bir Baskadir: de neerbuigende blik op vrouwen met een hoofddoek blijkt even kortzichtig als de minachting voor een westerse levensstijl die nogal wat leerstellige gelovigen met zich meedragen. De zorgvuldigheid waarmee dat conflict in deze serie wordt ontleed maakt indruk. De lange dialogen en de verstilde manier waarop de interieurs in beeld zijn gebracht scheppen ruimte voor de kijker.

Het is niet zo dat deze oefening in wederzijds begrip ergens in het midden eindigt. Er loopt namelijk een lijn van opstandigheid door het verhaal: ieder op hun eigen manier proberen de vrouwen zich los te maken van de dwingelandij van hun echtgenoten, vaders en broers. Ook de mannen in het modernere deel van de stad ontkomen niet aan die opstandigheid.

Zulke verhalen hebben we nodig, want elke gemeenschap staat of valt met inlevingsvermogen. Deze serie over Istanbul is doordrongen van de zienswijze die de schrijver T.S. Eliot ooit onder woorden bracht: „Though it is only too easy for a writer to be local without being universal, I doubt whether a poet or novelist can be universal without being local too”.

Iedereen die de wereld wil omarmen zou die zin moeten inlijsten. Kosmopolitisme is een groot ideaal, maar zou om te beginnen een uitnodiging kunnen zijn om de ringweg over te steken. Zo leidt de verbeelding van een verdeelde stad ver weg als vanzelf terug naar de eigen omgeving.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.