Recensie

Recensie Beeldende kunst

De onaffe romp bij Lisa Brice heeft een erotiserend effect

Tentoonstelling Naakte vrouwen schilderen is door de kwestie rondom de mannelijke blik problematisch. Naakt schilderen zonder die male gaze. Kan dat?

Lisa Brice, After Embah (2018).
Lisa Brice, After Embah (2018). Beeld Courtesy Lisa Brice, Stephen Friedman Gallery, Londen. Foto: Mark Blower

Eeuwen en eeuwen was het in de kunst redelijk bon ton om naakte vrouwen te schilderen. Hooguit werd vanwege preutsheid boos gekeken, maar anno nu is naakt vooral om andere redenen problematisch: het zit hem vooral in #metoo en de kwestie rond de male gaze, de mannelijke blik (want vaak mannelijke kunstenaars) op passief vrouwelijke modellen. Daar zit iets van een machtsverhouding in. Dat is een probleem.

Als kunstenaar kun je daar op twee manieren mee omgaan. Ten eerste kun je iets anders schilderen, cactussen bijvoorbeeld lijden nooit onder een male gaze. Ten tweede, als je toch graag naakt schildert, kun je dit proberen te doen op een manier waarbij je die ongelijkheid omzeilt. Dat verlangen is de grote motor achter het werk van Lisa Brice, een succesvolle Zuid-Afrikaanse kunstenaar die haar schilderijen laat zien in het GEM in Den Haag.

Knetterende sensualiteit

Het eerste wat daarin opvalt: ze knetteren van de sensualiteit en erotiek. Overal zie je naakte vrouwen, die roken, dansen, schilderen of in de klassieke houding van de contrapposto staan, vaak met kousen tot jarretelhoogte. Maar, hoezo zou dit geen male gaze zijn? Het antwoord van Brice luidt: omdat ze vrouwen schildert die zich niet etaleren om (door mannen) gezien te worden, maar die zich vooral amuseren. Al haar personages roken en hangen rond in een atelier, kroeg of seksclub, en zijn volgens Brice bezig met hun eigen verlangens, wat volgens haar haaks staat op de passieve onderworpenheid uit veel kunstgeschiedenis.

Dat verschil benadrukt ze door bekende kunsthistorische voorgangers te citeren in haar schilderijen. Haar atelierscènes doen denken aan Courbet en Velazquez en van Manets beroemde Olympia, een naakte liggende dame, nam ze het voetje op in een hoek van een schilderij.

Lisa Brice, Untitled (2020)

Beeld Courtesy Adam Green Art Advisory. Foto: Robert Glowacki

Dit levert leuke zoekplaatjes op maar het antwoord van Brice over die amuserende modellen overtuigt niet: geschilderde personages zijn gemaakt om naar te kijken. Daar dienen schilderijen voor. Ongeacht of de geportretteerden er nou passief of actief uit zien.

Lees ook: Is piemels afhakken het antwoord op #MeToo in kunst?

En zelfs al is dat haar verklaring, er lijkt een beter antwoord te zijn, al is dat wat moeilijker te definiëren. Dat heeft ermee te maken dat de sensualiteit hem niet enkel zit in haar weergave van een figuratieve voorstelling, maar ook in de verfbehandeling.

Schoolmelk

De kleuren en gecombineerde verftechnieken stralen een genotsvolle warmte uit. Het blauw is het blauw van de schemering, mysterieus verleidelijk. Het rood is passioneel maar springt niet op je af zoals je zou verwachten, het is gelaagd en heeft diepte – waarmee Brice ook de kunstgeschiedenis van abstracte kunst in herinnering roept en met name die van Barnett Newman, die rood schilderde waar de blik in weg zinkt.

Met die tinten schildert ze bijvoorbeeld een arm, waarna de romp uit enkel contouren bestaat, zodat je de rest erbij moet denken. Dat onaffe geeft een spanning die ook erotiserend werkt: het effect van verhullen, plagen, niet alles laten zien. Dat verhullen vormt een rode draad in deze composities. Spieramen die lichaamsdelen bedekken, sierhekken die functioneren als de lingerie van architectuur.

Bij elkaar geeft dat aan hoe die sensualiteit werkt, en hoe knap deze schilderijen in elkaar zitten. Schilderen vanuit verantwoorde doelstellingen klinkt net zo erg als schoolmelk, verstandig maar niet echt lekker, maar dat euvel geldt hier niet. Dit zijn juist heerlijke schilderijen, wiens gaze het dan ook moge zijn.