Opinie

De glazen mislukking van De Nederlandsche Bank

Column Amsterdam

Auke Kok

In de jaren tachtig hadden we nog communisten in de gemeenteraad en een wethouder op sandalen. Serieus waar, en die wethouder heette Michael van der Vlis. Hij drukte de komst van de Sigarettenaansteker erdoor. U weet wel, dat ronde glazen gevaarte dat sinds 1991 deel uitmaakt van De Nederlandsche Bank op het Frederiksplein. Het gevaarte dat wel de Satelliet wordt genoemd maar al tijdens de beraadslagingen in 1986 smalend als Beschuitbus werd weggezet, en als Kantoortoeter.

Al bij voorbaat hielden de mensen nóg minder van de Sigarettenaansteker dan van het gebouw waarvan het als uitbreiding diende: de hoog oprijzende rechthoek omsloten door gevangenisachtige laagbouw van architect Marius Duintjer. Deskundigen raadden PvdA-wethouder Van der Vlis zijn plan, zijn ‘klonterige mastodont’ ernstig af. Maar de Sigarettenaansteker kwam er evengoed.

En nu verdwijnt hij weer. Enkele weken geleden is de demontage begonnen. Rondom de laagbouw bij het Frederiksplein staat een houten afrastering, mannen met bouwhelmen en mondkapjes lopen als horrorfiguren over het complex. Interne herindeling, slimheid zeg maar, heeft de aansteker overbodig gemaakt.

Het ronde gevaarte zou de ‘zichtlijnen’ dichtstoppen – en kwam er helaas dus toch

Amsterdam haalt opgelucht adem: weg met dat ding. Ik kijk naar de af en aan rijdende vrachtwagens met gele knipperlichten en vraag me af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Waarom is de gemeenteraad destijds met iets akkoord gegaan wat niemand wilde? In mijn bescheiden onderzoekje stuitte ik op de naam Wim Duisenberg. Óók PvdA, en deze president van De Nederlandsche Bank schijnt partijgenoot Van der Vlis flink onder druk te hebben gezet. De Sigarettenaansteker was de meest praktische oplossing voor een probleem waar de Bank mee worstelde: veel medewerkers waren wegens ruimtegebrek elders in de stad gehuisvest – niet zo handig natuurlijk.

Misschien dat daarom architect Jelle Abma aan de klus was gezet. Abma had vooral kerken op z’n naam staan en dan vooral van het type niet mooi, wel praktisch. Zie de Weteringkerk in Amsterdam-Zuid. Een godshuis als kille burcht: kennelijk was dat precies wat de wethouder-op-sandalen bij de koele rechthoek van Duintjer vond passen.

Met enige brutaliteit wist Van der Vlis de woede van veel raadsleden, communisten zowel als liberalen, te pareren. Meningen over architectuur zijn altijd subjectief, stelde hij, en het zou werkgelegenheid opleveren (de jaren tachtig kenden hoge werkloosheid). Zijn plan vloekte met het pas drie jaar oude bestemmingsplan en met de goede smaak; het ronde gevaarte zou de ‘zichtlijnen’ dichtstoppen – en kwam er helaas dus toch.

En nu is alles anders. We leven in retrotijden en daarom zal de ooit vermaledijde rechthoek van Duintjer in ere worden hersteld. Bij nader inzien is die hoogbouw, zo vlak bij het oude centrum, eigenlijk reuzetof. Over enige tijd zal de burcht als een wonder van transparantie, duurzaamheid en mensvriendelijkheid herrijzen. Het park ernaast krijgt een opknapbeurt en er komt een publiekstoegankelijke tuin. En de glazen mislukking zelf? Die zal op een andere plek in Amsterdam weer moeten worden opgebouwd. Een welverdiende sloop zou te veel CO2 met zich meebrengen.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.