Antivaxers zijn van alle tijden

Vaccinatie Al in de 18de eeuw werden mensen preventief tegen pokken behandeld. Net als nu was daar weerstand tegen. Het gewone volk vertrouwde het niet.

Abraham Capadose, antivaxer uit de 19de eeuw.
Abraham Capadose, antivaxer uit de 19de eeuw. Foto The J. Paul Getty Museum

De Willem Engel van het vaccinatiedebat van de 19de eeuw was een tot het christendom bekeerde Joodse arts genaamd Abraham Capadose. Vervuld van een heilig vuur bedreef hij propaganda bestaande uit een mix van halve en hele onwaarheden – niet op sociale media, maar met pamfletten. Hoon was zijn deel, maar dat deerde hem niet. Capadose wist zeker dat hij het gelijk aan zijn zijde had.

Afgelopen week zijn in Nederland de eerste vaccinaties gezet tegen het coronavirus. De overheid is er nu alles aan gelegen om zo veel mogelijk Nederlanders ervan te overtuigen zich te laten inenten. Veel mensen twijfelen echter nog of ze wel een prik willen nemen, of weten zelfs zeker dat ze dat niet gaan doen. Van een verplichting tot inenting wil de politiek niets weten, tot verdriet van sommige medici.

Het huidige debat over vaccinaties vertoont opvallende overeenkomsten met de maatschappelijke discussie in de 18de en 19de eeuw rondom de toediening van het pokkenvaccin: werkt het wel, is het wel veilig en hoe dwing of overtuig je mensen die prik te nemen? Hopelijk is er één belangrijk verschil: dat debat duurde meer dan honderd jaar.

Kwik als tegengif

Het idee om je bewust te besmetten met de lichte vorm van een ziekte om zo erger te voorkomen, kwam vanuit het Midden-Oosten naar Europa, zegt emeritus hoogleraar interne geneeskunde Harry Hillen. Hij publiceert regelmatig over de geschiedenis van zijn vak. „Lady Mary Wortley Montagu, de vrouw van de Britse ambassadeur in Turkije, had daar gezien hoe kinderen expres besmet werden met de pokken. Bij een patiënt werd vocht met het virus uit pokken afgenomen en ingebracht in een klein sneetje in de huid van een gezond kind. Lady Mary liet haar eigen kroost op deze wijze behandelen. En toen ze teruggekeerd was in Engeland, wist ze de lijfarts van de koning over te halen in 1722 hetzelfde te doen bij twee dochters van de troonopvolger. Deze techniek werd variolatie genoemd, naar de naam van de ziekte, variola: bont gespikkeld.”

In Nederland was de grote geneeskundige Herman Boerhaave op de hoogte van deze innovatie, maar hij wilde er niets van weten, zegt Hillen. „Zijn idee was dat het verstoorde evenwicht van lichaamssappen door aderlaten en clysteren hersteld moest worden en dat de ziekte moest worden behandeld met verdund tegengif als antimoon en kwik. Later kwamen daar voor hem ook religieuze bezwaren bij: de predestinatie van de mens door god mocht niet gehinderd worden.”

Uiteindelijk was het de arts Thomas Schwencke die in Nederland de eerste variolatie deed, in 1754. Ook hier was de behandeling vooral in trek bij de elite, onder wie de Oranjes. Het gewone volk vertrouwde het niet, zegt Hillen. „Zij waren opgestookt door de antivaxers van hun tijd. Dat waren voornamelijk dominees, waarvan Arnoud Helvetius de bekendste was. Naast religieuze bezwaren, overdreven zij de medische gevaren enorm.”

Die gevaren waren er wel, want een aanzienlijk deel van de gevarioleerden werd écht ziek en overleed. Daaraan kwam pas een einde toen de Britse arts Edward Jenner in 1796 een ontdekking deed: hij gebruikte koepokvirus en vond zo de vaccinatie uit.

Het ‘pokkenbriefje’

In Nederland bestond er in de Franse Tijd onder koning Lodewijk Napoleon en later onder koning Willem I van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden bij de elite enthousiasme over deze medische innovatie. De pokken werden niet voor niets ‘de vreselijkste aller harpijen’ genoemd. Tussen 1776 en 1800 overleden in Amsterdam bijvoorbeeld 20.000 patiënten, vooral jonge kinderen, aan de ziekte.

In 1823 voerde de Nederlandse overheid het zogenoemde ‘pokkenbriefje’ in: alleen kinderen die zo’n door een arts ondertekende verklaring hadden, mochten naar school. Het was dan misschien geen vaccinatieverplichting, SGP-voorman Kees van der Staaij zou dit waarschijnlijk wel ‘vaccinatiedwang via de achterdeur’ hebben genoemd.

„In tien jaar tijd werd in Nederland het idee van vaccinatie omarmd”, zegt Eddy Houwaart, emeritus hoogleraar geschiedenis van de geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. „Dat is heel snel. Maar er was ook felle kritiek op het beleid van Willem I. Die kwam van mannen die toch al niets hadden met alle verworvenheden van de Verlichting.”

...een verfoejelijke Voltaire en andere zielsmoordenaren...

Abraham Capadose 19de-eeuws activist

Aanstichter van dit verzet was niemand minder dan de beroemde historicus en dichter Willem Bilderdijk. Hij rekende vaccinaties tot alles wat „antichristisch en antitheïstisch” was. Volgens Bilderdijk was het „de boze geest” die de vaccinatie „vogúe” gegeven had „ten geestelijken en lichamelijken verderve”.

Bilderdijks belangrijkste discipel was Abraham Capadose, een Joodse arts die na lezing van de bijbel tot de conclusie was gekomen dat Jezus wél de Messias was. In 1823, het jaar van het pokkenbriefje, publiceerde Capadose Bestrijding der Vaccine, waarin hij bijzonder fel van leer trok tegen vaccinaties. Boven het eerste hoofdstuk van het pamflet zette hij een passage uit het evangelie van Lucas: „Ende Jesus antwoordende seyde tot haar, Die gezont zyn en hebben den Medicynmeester niet van nooden, maar die sieck zyn.” Kortom, alleen wie ziek is, mag naar de dokter.

Abraham Capadose was vervuld van een heilig vuur en trok fel van leer tegen vaccinaties. Die zorgden voor „verslapping”, „ontzenuwing” en „verkwijning” van de moderne mens. Alleen wie ziek was, mocht naar de dokter, meende hij op basis van de Bijbel. Foto The J. Paul Getty Museum

Capadose bestreed dat vaccineren veilig was en wees op enkele gevallen met ernstige bijwerkingen. Die waren voor hem genoeg om te concluderen dat er sprake was van kwakzalverij. Vaccinatie was volgens hem één van de voornaamste oorzaken van de „verslapping”, „ontzenuwing” en „verkwijning” van de moderne mens.

Hij eindigde met een donderpreek tegen de Verlichting: „Zoeken wij dan niet langer voedsel voor het hart in dat Frankrijk, waar een verfoejelijke Voltaire en andere zielsmoordenaren van dat soort, de lucht verpest hebben. (...) Zoeken wij niet langer voedsel voor het verstand bij den dweepzieken Duitscher [Kant]. (...) Eindelijk dat wij niet langer bij den roekelozen en dolzinnigen Engelschman [Jenner], verzorging voor ons physiek bestaan zoeken; ook hier wordt ons alsem voor honing, gift voor geneesmiddel gegeven.”

Capadoses geschriften kwamen hem op kritiek te staan van artsen, maar het verzet van strenge protestanten had toch succes, zegt Houwaart. Want ze hadden een punt. „Artsen waren tot 1865 niet voldoende in staat het lymfevocht van koeien op de juiste manier te bewaren. Daarnaast gingen veel artsen met een gevaccineerd kind aan de hand door het dorp en gebruikten ze het vocht uit diens vaccinatiepok om andere kinderen in te enten. Dat werkte op den duur natuurlijk lang niet zo goed. En na 1840 moesten de inenters erkennen dat revaccinatie noodzakelijk was om effectieve bescherming te kunnen bieden, iets wat Jenner altijd had ontkend.”

Dit leidde er mede toe dat het pokkenbriefje in 1857 niet langer verplicht was om naar school te mogen. In 1870, na een pokkenuitbraak die aan ongeveer 23.000 mensen het leven kostte, begon de discussie echter opnieuw.

Een pokkenbriefje van eind 19de eeuw. Hiermee kon de drager aantonen gevaccineerd te zijn. Bij een pokkenepidemie in die tijd waren 23.000 mensen overleden. Foto Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Dordrecht

In het Kamerdebat over een vaccinatieverplichting klonken sceptische geluiden. Antirevolutionair O. baron van Wassenaer van Catwijck vond dat van een „zoodanige beperking der individuele vrijheid” alleen sprake zou kunnen zijn als er geen enkele twijfel bestond over de werkzaamheid van het vaccin. En „aangezien die twijfel bij zeer velen in de lande bestaat – en teregt, geloof ik”, wilde hij van een verplichting niks weten.

Net zoals nu sprongen artsen in het verweer tegen het antivaxgeluid. Dokter H.P. Kapteijn uit Abcoude publiceerde in 1872 een pamflet waarin hij de vloer aanveegde met de priksceptici. „Wat denkt U, mijn waarde ambtgenooten, zou het ook noodig worden, dat wij eens een woordje mede spraken, waar dus, in het openbaar in de Tweede Kamer, een leek zich het regt aanmatigt, een oordeel uit te spreken, dat uitsluitend op ons gebied tehuis behoort.”

Hofje vol bakers en oude vrouwen

Kapteijn trachtte alle medische bezwaren tegen vaccinatie te weerleggen, maar wist niet zeker of zijn boodschap zou aankomen bij het volk. Politici hadden namelijk de „ellendige zucht om te transigeren [schikken] met de vooroordelen van een publiek, dat zich van de vaccinatie eene speelpop heeft gemaakt, waarvan ieder het zijne meent te weten; van een publiek dat op dit punt zooveel onzin kan uitkramen, alsof heel Nederland ware herschapen in een reusachtig hofje vol bakers en oude vrouwen”.

Kapteijn en zijn medestanders trokken in 1873 aan het langste eind, maar hiermee was de discussie nog steeds niet beslecht, zegt Houwaart. „Vanaf 1924 ontstond onrust over het feit dat bij sommige kinderen na inenting hersenvliesontsteking ontstond. Wéér volgde er een politiek debat en dat leidde er in 1928 toe dat de vaccinatiewet werd opgeschort. In 1939 kwam er een inentingswet, waarin werd bepaald dat gewetensbezwaarden konden weigeren.”

Ook nu kwam verzet vooral uit streng-protestantse hoek, maar ook vanuit de medische hoek klonken twijfels, zegt Houwaart. „Het aardige is dat het uiteindelijk de verzuiling was die ervoor gezorgd heeft dat bijna iedereen zijn kinderen zou laten inenten. Binnen elke zuil had je mensen van gezag die hiervoor pleitten. Mijn helden zijn de zusters van de wijkverpleging, die in de jaren twintig en dertig groots werk voor de volksgezondheid hebben gedaan.”

Houwaart denkt dat met het verdwijnen van de verzuiling de deur is opengezet voor vaccinatieweigeraars. „Mensen zien zichzelf nu als individu en minder als onderdeel van een gemeenschap. En ze denken dat ze zelf de waarheid wel bij elkaar kunnen sprokkelen. Van dat sentiment maken antivaxers handig gebruik.”