Afscheid van de buitenlandse blower

Amsterdamse coffeeshops Burgemeester Halsema wil buitenlandse drugstoeristen uit Amsterdam weren. Tot vreugde van bewoners, tot onvrede van coffeeshops.

Een Amsterdamse coffeeshop in 2018. „Toeristen zakken niet meer vijfhonderd kilometer af in een klein autootje als ze niet meer in de shops mogen.”
Een Amsterdamse coffeeshop in 2018. „Toeristen zakken niet meer vijfhonderd kilometer af in een klein autootje als ze niet meer in de shops mogen.” Foto Sabine Joosten / Hollandse Hoogte

En hop, daar gaat weer een Amsterdams geloofsartikel overboord. Twee maanden na het voorstel om een flink deel van de raamprostitutie weg te halen van de Wallen, komt burgemeester Femke Halsema met een volgend plan dat een einde moet maken aan het seks, drugs en rock-’n-roll-imago van de hoofdstad: buitenlandse toeristen zijn straks niet meer welkom in Amsterdamse coffeeshops.

Samen met de politie en het Openbaar Ministerie kondigde de burgemeester vrijdag aan dat ze het zogeheten ingezetenencriterium wil gaan handhaven. Dat betekent dat straks alleen nog Nederlands ingezetenen wiet of hasj kunnen krijgen in een coffeeshop. Deze landelijke regel bestaat al sinds 2013, maar Halsema’s voorganger Eberhard van der Laan koos bij de invoering voor een opt-out.

Het belangrijkste doel dat Halsema met het ‘i-criterium’ voor ogen heeft: een einde van het softdrugstoerisme en de overlast die dat met zich meebrengt. Ze denkt dat de miljoenen feesttoeristen die zich jaarlijks in de Amsterdamse binnenstad suf komen blowen en zich volgieten met drank, straks thuis zullen blijven. Halsema verwijst daarbij naar onderzoek waaruit blijkt dat meer dan de helft van de toeristen op de Wallen naar Amsterdam komt vanwege de coffeeshops.

68 in plaats van 166 shops

Het verbod zou moeten leiden tot een veel kleinere softdrugseconomie. Zonder de vraag van buitenlandse toeristen, zo blijkt uit een ander onderzoek, heeft Amsterdam maar 68 coffeeshops nodig. Nu zijn dat er 166.

Minder drugstoerisme leidt in Halsema’s redenering ook tot meer veiligheid en minder ondermijning: een kleinere, beheersbare markt zal voor zijn toevoer minder afhankelijk zijn van het gewelddadige professionele drugsmilieu. Halsema wil fatsoenlijke coffeeshops dan ook meer ruimte geven voor de aanvoer en opslag van cannabis.

Bewoners en ondernemers verzetten zich de afgelopen jaren steeds vaker tegen het overlast in de Amsterdamse binnenstad. De coronacrisis gaf hun verzet vleugels: de lege straten en grachten maakten duidelijk dat het centrum nog maar weinig van de bewoners zelf was. In combinatie met de groeiende zorgen over ‘fout geld’ en drugscriminaliteit maakte dit de weg vrij voor onorthodoxe maatregelen.

Teun Hubar, bewoner van de Wallen en actief in verschillende bewonersgroepen, reageert opgetogen op de plannen. „Het kost niets, je kunt het snel invoeren, en je boekt enorm veel resultaat in korte tijd.” Hij is overtuigd van de ontmoedigende werking van het i-criterium. „Als toeristen weten dat ze de coffeeshops niet meer in komen, gaan ze heus niet meer vijfhonderd kilometer met z’n allen in een klein autootje naar Amsterdam afzakken.”

Lees ook: De Amsterdamse Wallen zonder kots en joints: plots is er hoop

De Amsterdamse coffeeshophouders zijn minder blij met Halsema’s plannen. Het weren van buitenlandse toeristen is „pure symboolpolitiek”, zegt Joachim Helms, woordvoerder van de Bond van Cannabis Detaillisten en mede-eigenaar van een coffeeshop in de binnenstad. „Het probleem is de overlast van het toerisme. Die wordt niet veroorzaakt door coffeeshops, maar door consumptie van alcohol in de openbare ruimte. En als coffeeshops al overlast veroorzaken, kun je ze gewoon sluiten.”

Helms gelooft niet dat toeristen massaal Amsterdam zullen mijden als ze niet meer kunnen blowen. „Mensen komen naar Amsterdam om heel uiteenlopende redenen. Ze vinden het gewoon een fantastische stad.” Buitenlandse blowers uitsluiten, zegt hij, zal leiden tot fikse groei van illegale straathandel in cannabis. „Aan het begin van de eerste lockdown, toen er lange rijen stonden bij de coffeeshops, zag je al meteen dealers opduiken. Die trekken nu de champagne open.”

Toch wijzen ervaringen elders in het land in een andere richting. Zuidelijke steden als Maastricht en Breda, die kampten met drugstoerisme van over de grens, voerden het i-criterium al een aantal jaar geleden in. Dat leidde tot positieve resultaten, zegt Toine Spapens, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg. „Er kwamen geen Belgische en Duitse drugstoeristen meer. 90 procent van de klanten bleef weg, en van illegale straathandel was ook nauwelijks sprake.” Roosendaal en Bergen op Zoom sloten zelfs álle coffeeshops in hun gemeente. „Daar zag je een afname tot bijna nul. En er was ook geen enorme verschuiving naar de omliggende gemeenten.”

‘Redelijke overgangstermijn’

In Amsterdam zal het vermoedelijk iets minder soepel lopen, erkent ook Halsema. De commerciële belangen zijn gigantisch: de stad biedt onderdak aan een derde van de Nederlandse softdrugsmarkt, de faam van Amsterdamse coffeeshops reikt tot over de wereld. Het verbod wordt dan ook niet direct ingevoerd: Halsema spreekt van een „redelijke overgangstermijn” van zeker een jaar. Intussen wil ze verder onderzoek doen naar mogelijke illegale straathandel.

Halsema moet ook de nodige weerstand overwinnen in de gemeenteraad. Met name de partijen uit de linkse coalitie, waaronder GroenLinks, toonden zich vrijdag sceptisch over haar plannen. Zij vrezen wél dealers op straat – en de gevolgen daarvan voor de Amsterdamse jeugd.

Lees ook: Amsterdam wil verkoop cannabis aan buitenlandse toeristen verbieden