Actrice Soumaya Ahouaoui.

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Soumaya Ahouaoui: ‘Een Marokkaanse vrouw als Hamlet, waarom niet?’

Soumaya Ahouaoui | actrice Het duurde lang voor Soumaya Ahouaoui (34) erkenning kreeg voor haar acteertalent. En nu wil ze verder. „Het is wel een beetje klaar dat alleen mannen de meest interessante rollen krijgen.”

Soumaya Ahouaoui schopt een van de dansers van Het Nationale Theater knock-out en draait daarna zijn nek om. „Mooi!”, roept Noël Fischer langs de kant, regisseur van het toneelstuk Erik of het klein insectenboek. Daarna tegen de andere spelers: „Als je een Europees kampioen karate in huis hebt, moet je die natuurlijk gebruiken in een vechtscène.”

Fischer doelt op het vorige leven van Soumaya Ahouaoui (34), die sinds begin 2020 deel uitmaakt van het vaste acteursensemble van Het Nationale Theater. Als zeventienjarige was zij officieus Europees kampioen karate. In 2012 kwam ze van de Amsterdamse Toneelschool. Ahouaoui heeft op het toneel iets stoers en grappigs en wordt gezien als een groot talent.

De nieuwe voorstellingen waar ze in zou spelen, Leedvermaak trilogie en Erik of het kleine Insectenboek, zijn verplaatst naar het seizoen 2021-2022, maar haar monoloog Spoonface (2020) werd goed ontvangen en is eind deze maand te zien in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag – als de theaters dan weer open zijn. Ahouaoui speelt het bijzondere meisje Spoonface Steinberg: „Een Joods meisje dat verzot is op opera en schoonheid. Bovendien is ze autistisch. Ze hoort op een dag dat ze doodziek is. De vragen die ze daarna stelt over het leven en de dood zijn wonderlijk en ontroerend. Ze zoekt hoop en troost in het bestaan en die vindt ze in operamuziek en in het geloof.”

Je regisseurs zeggen dat je een topsportmentaliteit hebt. Gedisciplineerd, ambitieus.

„O? Ik doe wel alles wat ze vragen, en nog wat extra’s, hopelijk. Ik probeer spel-ideeën aan te reiken waar niemand op zou komen. Maar met Spoonface heb ik wel geworsteld, hoor. Het was eerst echt nog niet goed genoeg, dus ik ben maar blijven puzzelen, teksten ontleden, tussen de regels door dingen proberen te vinden. Dat is een lopend proces, ’s ochtends, in de trein, ’s avonds als ik thuis ben. En opeens denk je dan: oooo, dit woordje moet zo.”

Later, quasi-grappend: „Weet je waar ik echt allergisch voor ben? Waar ik boos van word? Mensen die genoegen nemen met een 5,5. Zodra ik dat voel tijdens een repetitieproces, denk ik: nee, jongens, straks zitten er achthonderd man, die hebben allemaal een kaartje gekocht, ze verwachten iets. Ik heb altijd een megadrang om het beste uit mezelf te halen.”

Nu denk ik weleens: als ik me minder bescheiden had opgesteld, waar zou ik dan nu zijn geweest?

Heb je dat fanatieke altijd al gehad?

„Ik weet nog dat ik als kind meedeed met een karatewedstrijd. Was ik negen of tien, vet jong in ieder geval. Misschien wel acht. Ik werd vierde.” Groots aangezet: „Nou, dat was de meest dramatische dag uit mijn leven. Ik heb alleen maar gejankt in mijn bed. Zoveel pijn, want ik had geen prijs binnengehaald. Echt, ik werd helemaal gek. Mijn moeder dacht ook: wat is er, doe even rustig. Ik besloot: dit gaat me niet nog een keer gebeuren. Ik weet niet hoe ik het heb gedaan, maar daarna werd ik derde. En daarna heb ik alleen nog maar finales gespeeld.”

Maar karate was geen olympische sport.

„Nee, daar kwam ik ook achter. Daardoor dacht ik op mijn zeventiende: wat heeft dit nog voor zin? Het blijft forever een hobby, ook al zit je bij het Nederlands team. Ik ben ook ooit gescout voor handbal, en later dacht ik: waarom ben ik dat niet gaan doen? Dat is wél een olympische sport. Maar goed, ik deed ook al drie andere sporten. Wedstrijdzwemmen, waterpolo en kunstzwemmen. Mijn ouders waren fulltime bezig om mij overal naartoe te brengen.”

Uit wat voor gezin kom je?

„Heel warm en liefdevol. Mijn moeder is van Marokkaanse adel. Ik zie weleens foto’s van haar van vroeger en dan denk ik: holy shit, wat een wonderlijk leven had jij. In paleizen met bediendes en paarden. Maar ze moest zich aan de etiquette houden. Ze mocht bijvoorbeeld nooit met het keukenpersoneel spelen, terwijl ze dat het leukste vond.

„Mijn moeder hield niet van die adellijke arrogantie. Ze is een sterke, avontuurlijke vrouw. Ze koos ervoor met mijn vader te trouwen, die niet van adel was. Ze zijn naar Nederland gekomen en in Utrecht gaan wonen. Ik ben de jongste van vier kinderen, dus ik ben wel verwend. Mijn ouders lieten me heel vrij. Als kind mocht ik veel dingen uitproberen en ervaren. Met een vriend van de familie, Klaas, mijn Nederlandse opa, bezocht ik Naturalis, het Rijksmuseum en zo heb ik veel van de Nederlandse geschiedenis meegekregen. Klaas had een collectie opgezette dieren, die vond ik zó interessant. Elke verjaardag kreeg ik een klein vogeltje of wat schedeltjes. Toen hij naar Groningen verhuisde, zei hij: ‘Wil je een deel van mijn collectie overnemen?’ Natuurlijk wilde ik dat. Ze liggen nu in een la, ik moet ze eens afstoffen. In mijn huis staat alleen een opgezette vos. Ik ben best wel bang voor dieren.” Een schuldbewuste lach: „Maar als ze opgezet zijn kan je rustig naar ze kijken.”

Na karate ging je toneelspelen en uiteindelijk deed je de toneelschool. Veel acteurs vinden dat achteraf een zware opleiding. Jij ook?

„Het eerste jaar was voor mij heel gemakkelijk. Ik dacht: ik weet echt niet waarom ik hier zit. Ik haal alleen maar ‘goed’-jes, ik leer hier niets. Maar het tweede jaar had ik wel struggles. Achteraf begrijp ik dat ik bezig was met de vraag: hoe word je een perfecte actrice? Maar ja, wat is dat? Er is geen vaste formule. Ik was daardoor niet meer verbonden met mijn eigen gevoel, ik ging het buiten mezelf zoeken, maar bij acteren moet je jezelf natuurlijk meenemen. Je hele zijn. Mijn docenten zagen dat ook in mijn spel en zeiden dat. Daarna kon ik dat loslaten.”

Bij karate is het doel winst, maar wat is ‘winst’ bij acteren? Dat lijkt me voor iemand die zo fanatiek is wel ingewikkeld.

„Op het toneel bestaat er wel een moment waarin alles perfect samenkomt: je personage, de teksten, je bewegingen, het licht, de reactie van het publiek. Dat is wel perfectie.”

Stralend: „Dan ga je zweven.” Daarna: „Na school dacht ik: wow, iedereen zit op mij te wachten. Dit is het leven, ik heb het helemaal gemaakt, ik ben goed, dus iedereen gaat me sowieso de hele tijd bellen.”

Ze lacht hard om zichzelf. „Nou, nee. Ik moest op een gegeven moment in een sportwinkel gaan werken om het te redden. Voor mijn dertigste had ik wel in mooie stukken gespeeld, maar ik wilde meer en vond het allemaal erg traag gaan, ik moest heel veel geduld hebben.”

Eric de Vroedt, de artistiek directeur van Het Nationale Theater, zei dat hij je pas opmerkte bij Melk en Dadels, een voorstelling uit 2018.

„Ja, dat is toch bizar? Heel veel klasgenootjes schreven brieven nadat ze waren afgestudeerd, maar dat ging ik echt niet doen. Maar ja, hoe weet men dan dat je bestaat? Vaak stond ik in de kroeg waar ook mijn favoriete regisseurs kwamen, zoals Eric de Vroedt, Daria Bukvic en Marcus Azzini. Vrienden zeiden: stap dan op hen af. Maar dat doe je gewoon niet.”

Je bent ambitieus, je werkt hard, je hebt zelfvertrouwen. Waarom doe je dat dan niet?

„Ik heb geleerd om altijd beleefd te zijn. Ik vraag me nu af: komt dat door de adellijke geschiedenis van mijn moeder? Heeft dat beïnvloed hoe ik ben opgevoed? Tegenover mensen met status moesten we ons als kind heel bescheiden gedragen. Nu denk ik weleens: als ik mij minder bescheiden had opgesteld, waar zou ik dan nu zijn geweest? Op de toneelschool had ik ook die twee kanten. Ik weet nog dat artistiek leider Ruut Weissman ooit tegen mij zei: ‘Of je wordt de beste, grootste, oosters-Arabische actrice, of we horen niets meer van je.’ Alsof er twee smaken waren. Sindsdien ben ik vol overtuiging bezig de beste te worden.”

Actrice Soumaya Ahouaoui: „Tegenover mensen met status moesten we ons als kind heel bescheiden gedragen.” Foto Merlijn Doomernik

Melk en Dadels werd je doorbraak. Een voorstelling over de Marokkaanse identiteit.

„Terwijl regisseur Daria Bukvic mij ook niet kende. Maar ik heb auditie gedaan, nou, en toen was wel duidelijk dat ze mij moesten hebben.”

Ze lacht. „Ja, sorry, dat klinkt veel te arrogant, maar ja, ik had die auditie gewoon heel goed gedaan. Die voorstelling was ook zo’n mooi project, alles viel samen. De urgentie van het thema, voor het eerst vier Marokkaans-Nederlandse vrouwen in een grote schouwburg, en dat ik door een groot publiek werd gezien. Vanaf toen ging alles in een stroomversnelling.”

Lees ook over Melk en Dadels Zowel de Nederlandse als de Marokkaanse gemeenschap een spiegel voorhouden

Jullie hebben als actrices zelf ook meegeschreven. Wat was jouw bijdrage?

„Mijn grootste worsteling is dat veel mensen mij niet als een Marokkaan zien, omdat ik ‘het goed doe’ of zo. Terwijl ik juist een trotse Marokkaan ben. Maar als iemand die het ‘goed doet’ niet wordt gezien als een Marokkaan, hoe kan je het beeld van de Marokkaan dan bijstellen? Je bedenkt het bijna niet eens. Het is zo beledigend. Daar heb ik onder andere over geschreven.

„Na Melk en Dadels kwam Eric de Vroedt naar me toe. Hij zei dat hij met me wilde werken. Daarna kreeg ik een telefoontje van Marcus Azzini. Binnen een jaar had ik gewerkt met mijn favoriete regisseurs. Ik heb het idee dat dingen eindelijk op hun plek vallen.”

Ik neem aan dat je alweer grotere ambities hebt?

„Ik zou heel graag een personage als Leonardo DiCaprio in The Wolf of Wall Street willen spelen, maar dan een krachtige vrouwenrol met een enorm karakter. De opkomst en val van een excentriekeling. En hier, bij het Nationale Theater, heel graag een keer Hamlet. Dat is een fantastische rol, daar zit alles in qua emoties. Het is wel een beetje klaar dat alleen mannen de meest interessante rollen krijgen. Hysterische vrouwenrollen kennen we nu wel. Een Marokkaanse vrouw als Hamlet, waarom niet? Maar het werkt niet zo van: ik kom hier binnen en ik krijg die rol. Al heb ik het her en der wel subtiel laten vallen. Ik heb ook wel geleerd: je kan veel ambitie hebben, maar als je die niet deelt, verklein je aanzienlijk je kansen op succes.”