Oliemarkt verrast door Saoedi’s

Olieprijs De oliemarkt leefde dinsdag op omdat OPEC-land Saoedi-Arabië zijn productie fors beperkt. Een gebaar naar Joe Biden?

Saoedi-Arabië heeft de oliemarkt dinsdag een cadeau gegeven, zo klinkt het in de energiewereld. Het op een na grootste olieland ter wereld kwam aan het eind van de vergadering met het oliekartel OPEC+ met een verrassende mededeling. Het verlaagt de olieproductie in februari en maart vrijwillig met 1 miljoen vaten per dag.

Sinds 2009 was de Saoedische productie niet meer zo langdurig zo laag. Het land neemt een hap van 11 procent uit zijn huidige productie. Ook is het een significante ingreep in de wereldmarkt die vóór de coronacrisis 100 miljoen vaten per dag oppompte. De Brent-olieprijs reageerde dinsdag met een sprong van 5 procent. Daarna steeg de prijs nog iets verder, naar bijna 55 dollar donderdagavond.

De ingreep kost Saoedi-Arabië, leider van oliekartel OPEC, zo’n 1,3 miljard dollar aan inkomsten. Analisten reageerden in superlatieven. Bjørnar Tonhaugen van het Noorse energiebureau Rystad sprak over een „enorme verrassing” en een traktatie voor de wereldmarkt. „‘Happy hour’ is hier een passende term.”

De beslissing van de oliestaat wordt vooral gezien als een investering voor de lange termijn: Saoedi-Arabië legt een steviger matras onder de olieprijs. Maar het land lijkt ook een politieke handreiking te doen aan de Verenigde Staten. Dat land is wereldwijd de grootste olieproducent, valt buiten de OPEC+ en wordt benadeeld door een lage olieprijs. „Of je het nu ziet als een cadeau of een gul gebaar, het blijft een aparte keuze”, zegt energie-econoom Hans van Cleef van ABN Amro. „Het zou kunnen, maar dat is speculatie, dat Saoedi-Arabië voorsorteert op het aantreden van Joe Biden.”

Gebaar van goede wil

De Saoedische energieminister Abdulaziz bin Salman zei dinsdag op de afsluitende persconferentie van de OPEC-vergadering dat het land zijn beslissing nam „als gebaar van goede wil”, om de oliemarkt te stabiliseren, omdat de vraag naar olie nog altijd onder druk staat vanwege de coronacrisis. „We ondersteunen de markt, we ondersteunen de industrie”, zo verklaarde Bin Salman de stap.

Het besluit van Saoedi-Arabië kwam nadat het kartel grote tegenstellingen moest overwinnen tijdens zijn tweedaagse vergadering. Sinds het begin van de coronacrisis zijn er in het kartel spanningen tussen Rusland en Saoedi-Arabië. Zij zijn elk verantwoordelijk voor meer dan 10 procent van de mondiale oliewinning.

Toen de pandemie zich in maart 2020 ontrolde en de vraag naar brandstoffen instortte, mislukten onderhandelingen tussen de twee oliegiganten over productiebeperkingen. De olieprijs gleed destijds bergafwaarts van bijna 70 dollar naar 30 dollar per vat. Als gevolg kwam vooral de Amerikaanse schalieolie buitenspel te staan, waarvan de productie duurder is dan die van de Russische en Saoedische olie.

Saoedi-Arabië produceerde zelden zo weinig olie

Pas in april 2020 kwam het kartel tot een vergelijk: de oliewinning ging omlaag met een ongeëvenaarde 9,7 miljoen vaten per dag. Sinds de zomer is de productie weer stapsgewijs opgevoerd. Voor januari staat de beperking op 7,2 miljoen vaten.

Sinds december verkeert de olieprijs ook weer in comfortabeler territorium: boven de 50 dollar per vat.

Deze week moest de OPEC+ uitmaken wat er vanaf februari met de productie gebeurt. Veel traditionele OPEC-landen, geleid door Saoedi-Arabië, waren tegen verdere toename van de winning, terwijl Rusland de productie wilde opvoeren met 500.000 vaten per dag.

Na twee dagen bereikten de landen een merkwaardig compromis. De productie van het kartel mocht in februari omhoog met 75.000 vaten per dag en in maart nog eens, waarbij de toename geheel voor rekening komt van Rusland en Kazachstan.

Saoedische soloactie

Maar die toename verbleekt bij de enorme ingreep die de Saoediërs nu vrijwillig doen. Voor Bloomberg rekende analist Julian Lee uit dat die stap de Saoediërs 3 miljard dollar aan olie-inkomsten kost, al wordt die deels goedgemaakt door de gestegen olieprijs. Lee schat het nadeel van de Saoediërs daarom op 1,3 miljard dollar bij de huidige olieprijs. „Niet gratis”, concludeert Lee, „maar een klein bedrag voor een beetje gemoedsrust”.

Lees ook over hoe de coronacrisis en klimaatzorgen de toekomstige oliemarkt beïnvloeden: De nieuwe toekomst voor de oliesector is niet niet aangebroken

Van Cleef van ABN Amro vraagt zich echter af of de rust in het kartel OPEC+ wederkeert. De Saoedische soloactie zullen andere deelnemers niet waarderen, denkt hij. „Dit soort dingen moeten niet te vaak gebeuren. Dan vraagt iedereen zich af: wat doen we nog met z’n allen?” Hij wijst ook op de uitzonderingspositie die Rusland met Kazachstan inneemt bij de nieuwe afspraken. „Natuurlijk heeft Rusland als grootste producent een aparte status, maar zo’n cadeautje kan alleen maar leiden tot frictie bij de rest.”