Koopmans: ‘Britse variant kan zich snel uitbreiden in Nederland’

Coronavariant Uit een steekproef van positieve coronatesten blijkt dat de Britse variant al op veel plekken in Nederland voorkomt.

Alle leraren en leerlingen van de basisschool in Bergschenhoek die positief testten bleken geïnfecteerd met de Britse variant.
Alle leraren en leerlingen van de basisschool in Bergschenhoek die positief testten bleken geïnfecteerd met de Britse variant. Foto Sem van der Wal / ANP

We moeten er „serieus rekening mee houden” dat de extra besmettelijke Britse variant van het coronavirus zich ook in Nederland snel zal uitbreiden. Dat zegt hoogleraar virologie Marion Koopmans van het Erasmus MC in Rotterdam. Het RIVM meldde woensdag dat het aantal mensen bij wie de nieuwe coronavariant is vastgesteld, is gestegen naar ongeveer vijftig personen.

Daarnaast blijkt uit een steekproef van tienduizend positieve coronatesten dat de Britse variant op veel plekken in Nederland al aanwezig is. „Op verschillende plaatsen in het land popt het op” , zegt Koopmans. „Tot nu toe meestal op een heel laag niveau, maar dat kan zich snel uitbreiden.”

Koopmans deed in samenwerking van GGD Rotterdam Rijnmond onderzoek naar de grootste uitbraak, die eind december werd opgemerkt rond de Willibrordschool in Bergschenhoek. Meer dan 750 leerlingen, docenten en huisgenoten rond deze basisschool zijn getest op coronabesmetting.

Zeker dertig mensen blijken besmet met de Britse variant, vertelt Koopmans: „Alle leraren en leerlingen van de basisschool die positief testten bleken geïnfecteerd met de Britse variant. Van de mensen in de gezinnen van de schoolgaande kinderen testte ongeveer tien procent positief, een deel van hen had ook de Britse variant. Maar inmiddels is duidelijk dat er ook al een derde generatie infecties zijn opgetreden waarbij de contacten van die gezinnen met de Britse variant zijn besmet.”

Rol van kinderen

De opkomst van de Britse variant zal „zeker meespelen” in de overweging van het kabinet de lockdown na 19 januari nog te verlengen, denkt Koopmans. Ook zal het van invloed zijn op de beslissing om scholen weer te openen. „Het is nog niet duidelijk of kinderen extra bevattelijk zijn voor deze virusvariant”, zegt Koopmans, „Maar het cluster in Bergschenhoek laat wel zien dat kinderen in ieder geval een rol kunnen spelen in de verspreiding ervan.”

Dat ziet ook Ewout Fanoy, arts infectieziektebestrijding bij GGD Rotterdam Rijnmond: „Tot nu toe werd gedacht: er zijn geen aanwijzingen dat kinderen een belangrijke rol spelen in de epidemie. Dat was tot een maand terug ook zo, als je naar de cijfers en uitbraken keek. Dit kwam deels omdat kinderen minder getest werden, minder ziek waren en daardoor ook minder hoestten. Maar dit beeld begint te schuiven als je kijkt naar de hoeveelheid kinderen met, gelukkig, milde klachten op de Willibrordschool. Als dit klopt, moet je gaan nadenken over aanpassingen in het beleid voor scholen, zodat uitbraken voorkomen worden. Je wilt niet dat het virus via de kinderen bij leraren, of kwetsbaren zoals grootouders terechtkomt.”

Het onderzoek in Bergschenhoek zal nu in wijdere kring worden voortgezet, om te zien of de variant zich al verder heeft verspreid. Mensen in de regio zijn opgeroepen zich nog beter aan de coronamaatregelen te houden om verdere verspreiding te voorkomen. „Hoe meer mensen dat doen, hoe beter het is”, zegt Koopmans. „Maar als je kijkt naar de besmettingscijfers die maar niet willen dalen ondanks de lockdown, dan zie je dat de naleving in Nederland niet erg goed is.”

Sequencen

Tot nu toe is de uitbraak rond de Willibrordschool in Bergschenhoek de grootste, maar ook op andere plaatsen in het land is de nieuwe virusvariant al gedetecteerd. Die werden eerst gevonden in de reguliere virusmonitoring waarbij in Nederland wekelijks 350 tot 500 monsters van positieve coronatesten worden gesequencet. Sequencen is het volledig in kaart brengen van de erfelijke code van het virus, waarmee ook nauwkeurig kan worden vastgesteld om welke virusvariant het gaat.

De steekproef met tienduizend recente positieve monsters uit Nederland is uitgevoerd met Britse PCR-testen, zegt Koopmans. In het Verenigd Koninkrijk gebruiken de grote laboratoria een PCR-test op basis van drie virusgenen, waaronder die van het spike-eiwit. Het toeval wil dat deze test het spike-eiwit niet kan detecteren als gevolg van een mutatie daarin. Een testuitslag met twee genen positief en een negatief – een zogeheten spike-dropout – is daarmee een aanwijzing dat de besmettelijke variant in het spel is. Koopmans: „Ongeveer een procent van de Nederlandse monsters miste die spike, die hebben we vervolgens gesequencet.”

Het sequencen van coronavirussen gebeurt in Nederland nog niet op grote schaal, zeker in vergelijking met het VK waar wel 5 procent van alle positieve monsters wordt gesequencet. „Hoe intensief je dat ook doet, je mist altijd gevallen”, zegt Koopmans.

Besmettelijkheid onduidelijk

Onzeker is hoeveel besmettelijker de Britse variant precies is. De Britten melden een percentage dat oploopt tot 72 procent besmettelijker, maar het is de vraag of dat ook in de Nederlandse situatie geldt. „In die berekening van besmettelijkheid zit natuurlijk ook een factor van gedrag”, zegt Koopmans, „En toen die variant zich half november in Engeland sterk uitbreidde waren de coronamaatregelen daar wel soepeler dan nu in Nederland. Maar er zijn ook andere aanwijzingen die mij wel overtuigen dat deze variant een stuk besmettelijker is. Zo blijkt uit Brits onderzoek dat het reproductiegetal van deze variant onder dezelfde omstandigheden hoger ligt ten opzichte van het oorspronkelijke virus. Ook zie je meer virus-RNA in monsters van mensen die met deze variant besmet zijn. Dat is niet hetzelfde als meer besmettelijke virusdeeltjes, maar wijst wel weer in diezelfde richting.”

Lees ook: Een verdachte virusvariant met opvallend veel mutaties