Tweede Kamer steunt coronatest bij de grens

Coronatest Het kabinet wil dat een coronatest voor reizigers naar Nederland verplicht blijft. Daarvoor moet wel de wet worden aangepast.

Een reiziger toont een Covid-test op een luchthaven bij São Paulo, Brazilië.
Een reiziger toont een Covid-test op een luchthaven bij São Paulo, Brazilië. Foto Andre Penner/AP

De Tweede Kamer heeft donderdag ingestemd met een wijziging van de ‘coronaspoedwet’ om ervoor te zorgen dat reizigers naar Nederland een negatieve Covid-test moeten blijven overleggen. Een eerdere verplichting was door een uitspraak van de rechtbank Den Haag op losse schroeven komen te staan.

Het kabinet heeft sinds december een negatieve PCR-test op Covid-19 verplicht gesteld voor iedereen die vanuit een risicogebied naar Nederland wil reizen. De controle op een negatieve test is de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappij of een andere vervoerder.

Op 30 december spande Jeroen Pols van de actiegroep Viruswaarheid voor de rechtbank Den Haag een kort geding aan tegen de maatregel. De activist en zijn gezin bevonden zich op dat moment op het eiland Zanzibar, Tanzania en wilden geen test laten afnemen voor hun terugkeer naar Nederland, aangezien dat een aantasting zou zijn van de ‘lichamelijke integriteit’. De landsadvocaat bracht hier namens de Staat tegenin dat artikel 53 en 54 van de Wet publieke gezondheid (Wpg) de wettelijke basis vormden om een dergelijke maatregel af te kondigen. Zo kan de overheid bij infectiegevaar een schip of vliegtuig na aankomst in quarantaine houden.

De kortgedingrechter gaf actievoerder Pols gelijk: volgens de rechtbank bevatten artikelen 53 en 54 van de Wpg onvoldoende grondslag om een luchtvaartmaatschappij te dwingen buiten Nederland (voor vertrek) maatregelen te treffen.

Staat in beroep

De uitspraak van de kortgedingrechter was voor het kabinet geen reden om de verplichting van een negatieve test in te trekken: de staat is in beroep gegaan tegen de uitspraak.

Om verdere discussie te voorkomen werd echter besloten een van de ‘Tijdelijke bepalingen bestrijding epidemie covid-19’ (de artikelen van de Wpg die bekendstaan als de ‘coronaspoedwet’) aan te passen. In Artikel 58p is nu expliciet opgenomen dat de overheid van reizigers mag eisen dat ze een negatieve coronatest overleggen voordat ze op het vliegtuig naar Nederland stappen.

De wetswijziging is in een ijltempo voorbereid en werd donderdagochtend, vlak voor de stemming, besproken in de Tweede Kamer.

In de Kamer bleek brede steun te zijn voor de wetswijziging. Veel Kamerleden vonden zelfs dat de wijziging nog niet ver genoeg ging, gezien de mutaties van het coronavirus die zijn opgedoken in het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika. In de huidige regeling mag de negatieve test niet ouder zijn dan 72 uur. Daardoor bestaat het risico dat reizigers na het afleggen van de test alsnog besmet raken, zo vond de Kamer. Jan Paternotte (D66) en Attje Kuiken (PvdA) stelden voor om reizigers te verplichten een tweede test af te leggen na aankomst in Nederland. „We sluiten wel de basisscholen”, zei Kuiken, „maar voor het vliegverkeer laten we een gat vallen van 72 uur.”

Minister Grapperhaus (Justitie, CDA) ontraadde het amendement van Paternotte en Kuiken. Volgens Grapperhaus was de maatregel niet proportioneel en zou het een te groot beslag leggen op de testcapaciteit in Nederland. Toen even later in de Kamer werd gestemd, bleek er onvoldoende steun te zijn voor het amendement.

Wie vanuit een risicogebied naar Nederland vliegt, moet tien dagen in quarantaine. Vanaf 20 januari mag de zelfisolatie worden beëindigd na een negatieve coronatest.