In de wielersport is de klap uitgebleven, de pijn zit achter in het peloton

Wielrennen Het profpeloton had het in 2020 zwaar. Sponsoren kampten met teruglopende inkomsten, salarissen werden gekort, ploegen dreigden om te vallen. Maar bij het ingaan van het nieuwe wielerseizoen valt de schade mee.

Links Guillaume van Van Keirlsbulck tijdens de BinckBank Tour. Rechts: Pim Ligthart tijdens de Vuelta, in 2020
Links Guillaume van Van Keirlsbulck tijdens de BinckBank Tour. Rechts: Pim Ligthart tijdens de Vuelta, in 2020 Foto’s Getty Images

Danny van Poppel wil een hand geven, maar trekt die nog net op tijd terug. O ja, corona. Is waar ook. Even verderop halen Cees Bol en Nils Eekhoff hun schouders op. Zelfs als ze ziek worden zijn ze vast snel weer de oude. Want jong en fit.

Geen van de renners die zich op vrijdag 13 maart in het Zuid-Franse stadje Sorgues klaarmaakt voor de zesde etappe van Parijs-Nice heeft enig benul van wat hem boven het hoofd hangt. Als je ze zou vertellen dat hun industrie op omvallen staat, zouden ze je uitlachen. Maar een dag later is de koers vroegtijdig voorbij. En ligt de wielrennerij voor bijna vijf maanden stil. Als de Tour de France wordt uitgesteld, breekt er zelfs paniek uit.

Het verdienmodel in de wielersport is een wankele: de ploegen drijven voor meer dan 90 procent op sponsorgelden. Bedrijven betalen jaarlijks miljoenen voor zichtbaarheid in de Tour. In geen enkele andere wedstrijd krijgt een sponsor zoveel value for money als tijdens de drie weken lange tocht door Frankrijk. Het is de enige wedstrijd die de wereld over gaat. Nu dat perspectief wegvalt, draaien sommige sponsoren de geldkraan dicht.

Daar komt nog bij dat er geldschieters zijn die vanaf maart onevenredig hard worden geraakt door de coronacrisis. Sponsoren in de reisbranche bijvoorbeeld, zoals EF Education, maar ook de Poolse schoenenfabrikant CCC komt in de problemen. Als zij moeten snijden in de kosten, sneuvelt het marketingbudget als eerste. In maart en april moeten steeds meer renners salaris inleveren. Dat varieert van 10 procent tot 70 procent van het loon, voor de periode dat er niet wordt gefietst. Daarna worden de meesten gecompenseerd. Van de negentien ploegen in de WorldTour, het hoogste wielerniveau, moet een derde een loonoffer brengen. Om een beeld te geven: Wanty Groupe-Gobert verloor in 2020 meer dan een miljoen euro omdat sponsoren niet betaalden, zegt ploegbaas Hilaire Van der Schueren.

In de periode dat er normaliter in Italië, Vlaanderen en Noord-Frankrijk om de hoofdprijzen wordt gestreden en wielermakelaars gesprekken gaan voeren over transfers, werken wielrenners zich in de anonimiteit van hun kelder of balkon op een hometrainer in het zweet. Uit pure noodzaak worden virtuele wedstrijden georganiseerd, maar daar kijkt nog geen fractie van het aantal mensen naar dat normaal voor de buis gekluisterd zit. En geen zichtbaarheid is geen geld.

Tweedeling in het peloton

Lang niet alle ploegen hebben problemen. Er ontstaat een tweedeling in het peloton. De teams die het financieel goed voor elkaar hebben en ook in tijden van crisis zekerheid kunnen blijven bieden – Jumbo-Visma, Ineos, Bora-Hansgrohe – kunnen zich in de koersloze maanden al oriënteren op eventuele versterkingen voor de komende jaren, terwijl ploegen die in ademnood verkeren – Bahrain-McLaren, Mitchelton-Scott, EF-Pro Cycling – alle tijd en energie moeten aanwenden om het hoofd boven water te houden. Voor hen blijven de kruimels over, de mindere goden. Zij die tijdens de crisismaanden een plekje krijgen aangeboden, wordt geadviseerd dat met beide handen aan te grijpen, in plaats van aanvullende eisen te stellen. Werkzekerheid gaat boven arbeidsvoorwaarden. In die staat verkeert de sport.

Maar op 5 mei 2020 slaakt de wielerwereld een zucht van verlichting. Dan presenteert de internationale wielerunie UCI ‘de kalender van de hoop’. De federatie heeft het voor elkaar gekregen om in een tijdsbestek van honderd dagen bijna alle WorldTour-koersen die nog verreden moesten worden in te plannen. De Tour staat voorlopig voor september op de rol en dat geeft ook sponsoren lucht. Zij hebben exposure in het vooruitzicht. Teams en renners kunnen zich, na maanden rond te hebben gedoold, eindelijk weer op een doel richten. Het gaat ineens niet meer over juridisch getouwtrek en lonen, maar over het wedstrijdprogramma. Behalve bij Team CCC.

Voor de Poolse schoenenfabrikant is de financiële strop van de crisis te groot. Zij stoppen na het seizoen met sponsoring. Daarmee komen zo’n dertig arbeidsplaatsen in de WorldTour op de tocht te staan, om nog maar te zwijgen over de ondersteunende functies. Soigneurs, mecaniciens en ploegleiders moeten op zoek naar ander werk. De Australische ploeg Mitchelton-Scott lijkt voor moeilijkheden te worden behoed door een overname van de Spaanse non-profit Manuela Fundacion, maar die deal ketst af na een intern probleem tussen de ploegmanager en de eigenaar, die dan zelf nog maar voor twee jaar de knip trekt.

Ondertussen heeft de Nederlandse renner Bert-Jan Lindeman (31) van zijn werkgever Jumbo-Visma te horen gekregen dat zijn contract niet wordt verlengd. Zonder manager, maar met zijn broer Adrie, gaat hij zijn gehele netwerk langs. Hij belt, mailt, maar vindt geen ploeg. Hij is niet alleen. Veel ploegen zijn voorzichtig, willen eerst van sponsoren weten of er in 2021 nog wel geld beschikbaar is.

Vals-positieve tests

Op 1 augustus barst het wielerspektakel in Italië los, zonder publiek. De wielrennerij heeft domweg mazzel dat de herstart plaatsvindt op het moment dat het coronavirus in grote delen van Europa sluimert. Dat de meeste sportcompetities stilliggen helpt ook: wielrennen is zo’n beetje de enige sport die van augustus tot en met november onafgebroken op televisie is. Sponsoren wilden aandacht, en dat krijgen ze ook. Wanhoop maakt plaats voor optimisme.

Maar in aanloop naar de Tour wordt het toch weer spannend. Het Italiaanse voorjaar alleen redt de sport niet van de ondergang. Alle betrokkenen houden hun adem in bij een massale testronde, voor de start in Nice en op de beide rustdagen. Vals-positieve tests kunnen zomaar het einde van een hele ploeg betekenen. Dat lot blijft de Tour bespaard, maar uit de Giro, direct aansluitend, trekt Jumbo-Visma zich terug als kopman Steven Kruijswijk corona blijkt te hebben. Bovendien lijken de maatregelen in de Giro minder strikt dan in de Tour. Op sociale media zijn beelden te zien van toeristen die samen met renners in eetzalen zitten. Maar massale positieve tests blijven uit.

Men spreekt vol lof over de laatste grote ronde, de Vuelta, en de manier waarop ze daar het coronavirus buiten de deur weten te houden. De Spanjaarden ontsmetten alles, van accreditatiebadge tot dranghek. De protocollen die de UCI en de teams hebben bedacht om de wielersport in tijden van een sanitaire crisis bestaansrecht te geven blijken niet alleen goed nageleefd, maar ook effectief. En dat kan alleen gelukt zijn door een goede samenwerking tussen alle teams, organisatoren en de overkoepelende bond. De sport heeft bewezen zelfs in de moeilijkste tijden te kunnen overleven, en dat biedt perspectief voor 2021.

Als het seizoen op 8 november ten einde is, begint de grote stoelendans van renners met aflopende contracten. Een normaal jaar eindigt in september en dan zijn er nog ruim drie maanden over om een overstap te bewerkstelligen. Die tijd is nu een stuk korter. Officieel kan tot 31 december een transfer bekend worden gemaakt. Officieus daarna ook nog, zoals recent bleek met de overstap van de Zwitser Marc Hirschi van Team DSM naar UAE Team Emirates, waar hij naar verluidt een miljoen euro per jaar gaat verdienen. Niet alle sponsoren hebben aan kapitaalkracht ingeboet in 2020.

De Belg Guillaume Van Keirsbulck in 2020 tijdens de BinckBank Tour. Hij zoekt nog altijd een ploeg.

Foto Luc Claessen/Getty Images

Andere ploegen moeten koortsachtig op zoek naar middelen. Het Zuid-Afrikaanse team NTT heeft de grootste problemen. Het duurt tot diep in november tot ze zeker weten dat ze in elk geval nog één jaar als Team Qhubeka-Assos verdergaan, maar ze kunnen hun nieuwe renners niet meer bieden dan een minimumloon – in de WorldTour komt dat neer op zo’n 38.000 euro per jaar. Het is ook de ploeg waar Bert-Jan Lindeman uiteindelijk een plekje weet te vinden. „Het was met de hakken over de sloot”, zegt hij. „Maar ik ben er financieel hard op achteruit gegaan. Dat is lastig.”

Natuurlijke selectie

Voor veel renners is het coronajaar 2020 minder goed geëindigd. Neem de pas 29-jarige Belg Guillaume Van Keirsbulck, of de Nederlander Pim Ligthart (32). Mannen die in een normaal jaar wellicht wel aan de bak hadden kunnen komen. „Het is een vorm van natuurlijke selectie, van marktwerking. Zo werkt topsport. Maar corona heeft niet geholpen”, zegt Ligthart, die inmiddels gestopt is. Van Keirsbulck zoekt nog altijd een ploeg. En zo zijn er meer.

Elk jaar verdwijnen renners uit de hoogste regionen van de wielersport. Dat is een normaal proces. Ze moeten plaatsmaken voor jonge talenten. Ondanks het onzekere jaar 2020, waarin het wielrennen wankelde, zijn er in de twee hoogste divisies nog altijd 38 ploegen actief. Het aantal profrenners in de WorldTour is met drie gedaald. Dat is verwaarloosbaar. Er stapten drie sponsoren in, van 27 in 2020 naar dertig in 2021. Sterker nog: drie multinationals zijn ondanks de crisis het wielrennen binnengestapt of verhoogden hun aandeel: het Nederlandse DSM werd naamgever van het voormalige Sunweb, de Franse supermarktketen Intermarché kocht de licentie van Team CCC en vormt met het Belgische Wanty Gobert een team, en Citroën stapt in bij het Franse AG2R.

Voor 2021 geeft dat alleen geen garanties, zegt Daam Van Reeth, sporteconoom aan de Katholieke Universiteit Leuven. Wat geldschieters zullen doen nu de crisis aanhoudt, is ongewis. „Het zou kunnen dat een aantal bedrijven in de problemen gaat komen. In België zijn in 2020 bijzonder weinig bedrijven failliet gegaan. Dat komt door de steun van de overheid en die gaat wegvallen. Faillissementen gaan we komend jaar zien. Dan kunnen we pas echt de balans opmaken. Maar voorlopig worstelt de wielersport zich er wonderwel goed doorheen.”