Hondse hulp is zo slim niet

Een stel honden is bij een experiment onbaatzuchtig vriendelijk met elkaar omgegaan. Dat klinkt positief. En toch worden dieren die aardig zijn voor elkaar, getroffen door harde kritiek.

Vlaamse herders.
Vlaamse herders. foto Ekaterina Kobalnova/GettyImages

Dieren kennen geen grenzen. Keurig volgens de Europese gedachte stelden Oostenrijkse onderzoekers ruim veertig Belgische herders van het Zwitserse leger in de gelegenheid elkaar te helpen. Deze werkhonden werden twee aan twee in aparte boxen geplaatst. Eén dier kon door aan een touw te trekken een lekker hapje binnen bereik van de buurreu of buurteef brengen. Zomaar. Zonder daar zelf iets mee op te schieten.

De bereidheid om dat te doen nam sterk toe als de hond bij een eerdere gelegenheid zelf op die manier door die ander geholpen was, dus als ontvangende partij. Hulp leert honden om hulpbereider te zijn.

Het lijkt een mooi voorbeeld van wederkerigheid. Niet zozeer in honden-, maar in paarden- en apenopvatting: „I’ll scratch your back if you scratch mine”.

Verrassenderwijs bleken de honden nog veel aardiger te kunnen zijn dan dat. Want een eerder zelf geholpen hond hielp belangeloos ook enthousiast honden die hem of haar compleet onbekend waren.

De hondse hulp berust dus op actief tot leven gewekte hulpvaardigheid die brééd gericht wordt. Het is het gedroomde ideaal van de vriendelijke maatschappij: gegeneraliseerde wederkerigheid.

En toch keuren wetenschappers die hondsvriendelijke aanpak af als slim gedragsprincipe. De helpende hond wordt er zelfs om bekritiseerd. ‘Voor wat hoort wat’ vereist persoonlijke herkenning en hij beschikt blijkbaar over de mentale energie om de uitstaande sociale schulden bij te houden. Het denkwerk kunnen honden aan, dat is duidelijk. Maar deze proefhonden hanteren eigenlijk maar één beslisregel: „Als iemand anders mij goed behandeld heeft, doe ik het zelf op dezelfde manier met iederéén.” Fraai bij wijze van kerstgedachte, maar geen knappe prestatie om een nieuw jaar mee af te trappen.

Van de weeromstuit staan ook andere, eerder slim aardig bevonden dieren onder verdenking, zoals antilopen, apen of vampiervleermuizen – die laatste willen een ander, na een mislukte nacht voedsel zoeken, best helpen met wat opgegeven bloed. Ze werden eerder geprezen om hun ‘subtiel altruïstisch gedrag’. Maar die onderzoeken weerleggen niet dat ze algemeen aardig zijn, in plaats van slím aardig.

Alleen berekenend helpen telt serieus. Over blijven maar twee soorten waarbij béide manieren van hulp zijn aangetoond, zowel onbaatzuchtig als berekenend: mensen en bruine ratten.