Het jawoord, de ringen, de mondkapjes af en de zoen

In Ally Wat voorafging: Jasper en Monique besloten hun geplande bruiloft door te laten gaan. Ondanks dat er geen feest kon komen en er maar twaalf gasten op het stadhuis werden toegestaan.

Illustratie Ike Schulte

Twintig jaar geleden, bij Jaspers eerste bruiloft, had Rafael het vrijgezellenfeest georganiseerd. En een paar jaar later, op de avond dat Jasper Monique leerde kennen, waardoor er een einde kwam aan dat eerste huwelijk – toen was Rafael er ook bij.

Nu zaten ze op de avond voor de bruiloft met z’n tweeën aan Rafaels eettafel en moest Jasper aanhoren wat voor vrijgezellenavond het deze keer had moeten worden, als het had gekund.

„Ik ben vijftig”, zei Jasper. „Had ik dat al gezegd?”

Rafael wist het. Jasper had het alleen vanavond al drie keer gezegd.

„Wat moet ik nu nog met een vrijgezellenfeest?”, vroeg Jasper. „Als het had gekund.”

Volgens Rafael zou de middelbareleeftijdvariant van deze feestavond een meer filosofisch karakter hebben gehad. Geen gedoe met strippers, maar een smaakvol restaurant en gesprekken over de zin van het leven. Nu zaten ze aan de eettafel. Rafael vond het goed dat Jasper en Monique het huwelijk gewoon doorzetten, in deze tijden.

„Praat je nog met haar?”, Rafael vroeg het omdat Jasper en Monique al zoveel jaren verkering hadden. Hij had een theorie. Na vijftien jaar waren mensen meestal wel uitgepraat met elkaar, dat was de maximale lengte voor een relatie.

Jasper kende Rafaels theorie. Alleen wilde hij vanavond liever niet speculeren over hoe huwelijken eindigen. Zijn aandacht lag bij het begin van een nieuw huwelijk.

„O ja, het begin.” Rafael sloot zijn ogen. „Weet je nog dat we Monique voor het eerst zagen, in die discotheek, daar achter de Nieuwmarkt?” Ineens zette hij een zachte stem op, Rafael fluisterde bijna. „Ze zag er onaards uit, lichtgevend, als een zwarte engel in een vuurrode jurk op een roze wolk, gezonden door God. Om jou te redden waarschijnlijk. Ik vraag me vaak af of zoiets toeval is of voorbestemd. Want het was duidelijk: dit is een sleutelmoment. Wij wisten dat allebei. Tenminste, ik neem aan dat jij het ook zo hebt ervaren.”

Jasper vond het creepy, de erotisch geladen toon waarop Rafael sprak over zijn aanstaande echtgenote. Hij moest wel toegeven dat zijn leven veranderde, die avond. Jasper was een paar jaar eerder getrouwd met een ander, maar hij zag Monique en begon met haar te praten, automatisch, alsof ze elkaar al kenden. Hij wist nog precies waar ze stonden, naast de bar, en hoe ze er die avond uitzag, het rode rokje dat ze droeg, en dat hij na een minuut wist: dit is mijn vrouw.

Dit was het eerste wat Jasper tegen haar zei: „Vertel me iets verrassends over jezelf.”

Monique keek hem recht in zijn ogen aan en vertelde: „Mijn ouders scheidden toen ik acht was. Ze maakten iedere avond ruzie, ik was blij dat het ophield.” Ze pauzeerde even. „En mijn vader vindt dat je bij je eigen kleur moet blijven. Dat ik met een creoolse Surinaamse man hoor te zijn.”

„Dat is toevallig”, zei Jasper. „Mijn vader vindt dat ik met een joodse vrouw hoor te zijn. Zodat er meer joodse kinderen komen.” Hij pauzeerde even. „Maar ik vind dat iedereen het lekker zelf moet bepalen.”

Monique begon te lachen en vroeg of Jasper een drankje voor haar wilde halen.

Na de sessie aan Rafaels eettafel sliep Jasper in Amsterdam. De nacht voor de bruiloft moest hij apart van Monique doorbrengen. Alsof ze niet al een zoon van tien hadden.

De ochtend van de bruiloft, in flitsen.

Hoe Monique in Almere van de trap afdaalde. Jasper had haar witte trouwjurk nog niet gezien. Iedereen in tranen.

Met mondkapjes op in de taxi van Noorderplassen naar het Stadhuisplein in Almere. En met mondkapjes op in de trouwzaal van het stadhuis: Jasper, Monique, hun kinderen en de vier ouders met hun vier partners. Zo zaten ze snel op het maximaal toegestane aantal gasten. Jasper die tegen Benjamin, de jongste zoon, zei: „Dan word jij nu de enige in de familie met getrouwde ouders.” Het jawoord, de ringen, de mondkapjes af en de zoen. Weer iedereen in tranen.

Een half uur na aankomst op het verlaten Stadhuisplein weer in de taxi, terug naar Noorderplassen. Het volgende bruidspaar stond al klaar. De bruid en bruidegom droegen speciale mondkapjes met glitterletters waarop stond: Just Married. Monique vroeg waarom Jasper daar niet aan had gedacht.

De Surinaamse lunch die thuis klaarstond, door een vriendin van Monique gecaterd. Ze hadden de woonkamer zo ingericht dat de vier ouders en hun partners allemaal een eigen hoekje hadden, op afstand van de rest. Voor ze konden beginnen met eten stonden de vaders van Jasper en Monique tegelijk op. Ze wilden allebei een speech houden.