De een wil wel, de ander niet – met tegenzin seksloos zijn

Over seks Milou van Rossum voegt het woord bij de daad. Deze week: ongelijke zin

Illustratie Merel Corduwener

Als je afgaat op de mailbox van deze rubriek, is er weinig dat de gemoederen zo bezighoudt als zin en geen zin, vooral als dat binnen een relatie niet gelijk op gaat. Over mensen zonder zin ging het de laatste twee afleveringen van vorig jaar. Maar wat nu als je de partner bent van iemand zonder zin, en zelf wél seks wilt? „Ik ben altijd heel aanrakerig en vrijgraag geweest”, schreef een vrouw van 60*, „maar mijn partner was dat nooit echt. In het begin vreeën we wel. Lang niet zo vaak als ik gewild zou hebben, maar toch. En toen is bij mijn partner de lust om te vrijen geblust, en daar zit ik dan, geheel tegen mijn zin in seksloos geworden. De overgang heeft mijn behoeften niet verminderd. Voor de rest is ons huwelijk goed.”

Een man* van „nog geen 40” heeft een vergelijkbaar verhaal. Hij vindt seks „geweldig”, zijn vrouw niet. En ook bij hem was er in het begin nog wel regelmatig seks, al was dat naar zijn zin nooit genoeg. „De laatste jaren steeds minder, inmiddels is de laatste keer een paar maanden terug. Mijn partner realiseert zich dat geloof ik niet. Voor mijn gevoel hebben we alleen seks als zij zin heeft en dat is meestal na veel drank, maar daardoor krijg ik het gevoel misbruik te maken van de situatie. Dan maar niet.” Hij heeft er vaak over gepraat met zijn partner, maar die gesprekken zorgden voor verdriet, woede en onbegrip. „Ik heb het met moeite geaccepteerd. Verder zijn we gezond en hebben we het goed.”

De 86-jarige K*, sinds een paar jaar weduwe, had met haar tien jaar oudere man altijd een goed seksleven, „totdat bij hem de behoefte afnam, wat vrijwel gelijk op ging met het niet meer in staat zijn een erectie te krijgen – of was het andersom?”. Een groot verlies voor K, bij wie het verlangen er nog steeds is. „Dit is waarom ik tegen de jonge meiden zeg: ga geen relatie aan met een oudere man.”

Een andere K* (66) vraagt zich af of iemand die zelf geen behoefte meer heeft aan seks, van zijn of haar partner mag eisen dat hij of zij ook geen andere seks dan zelfbevrediging heeft. „Oftewel: houden mensen elkaar seksueel in gijzeling?” Voor hem is dat „een enge gedachte”. „Ik vind niet dat een opgedroogde partner mij mag verbieden iemand weer eens intiem aan te raken.”

Tot slot twee reacties die binnenkwamen naar aanleiding van de aflevering over aseksualiteit. Een 59-jarige man, zelf aseksueel – „ik ben trots op mijn A in LHBTQIA” –, schreef dat het niet gemakkelijk is om zo te zijn. „Het hebben van seks wordt binnen relaties vaak gezien als extra verdieping, maar voor iemand die aseksueel is, is het juist een afknapper: ‘O nee, ze wil seks met mij!’” Maar hij ziet ook „de kracht” van aseksualiteit: er is geen „dubbele agenda”, maar „een lustloos verlangen”. „Dat lustloos iets anders is dan lusteloos kunt u aan mijn partner vragen, met wie ik al 28 jaar gelukkig samen ben.”

Jorden Verwer (35) las dat er aseksuele mensen zijn die masturberen, en meent dat dit in tegenspraak is met „de essentie van aseksualiteit”. Hij stelt daarom voor zulke mensen voortaan aan te duiden met autoseksueel – waarmee er weer een letter aan LHBTQIA zou kunnen worden toegevoegd.

*Namen zijn op verzoek weggelaten, maar bekend bij de redactie.

Binnenkort: leer en andere fetisjes. Meepraten? Ideeën? Mail naar seks@nrc.nl