Artistiek directeur Marcus Azzini definitief weg bij Toneelgroep Oostpool

Seksuele intimidatie Een nieuw extern onderzoek naar Marcus Azzini, artistiek directeur bij Toneelgroep Oostpool, concludeert dat er sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag in brede zin. Azzini moet opstappen.

Marcus Azzini in 2016.
Marcus Azzini in 2016. Foto Leo van Velzen

Artistiek directeur Marcus Azzini vertrekt definitief bij Toneelgroep Oostpool naar aanleiding van het tweede onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag binnen de organisatie. Karen Verkerk, voorzitter van de Raad van Toezicht, heeft haar taken eveneens neergelegd.

Naast de meldingen aan het adres van Azzini zelf wordt in het onderzoek ook gesproken over grensoverschrijdend gedrag van voormalig zakelijk directeur Ruud van Meijel, de huidige directeur van het Chassé Theater in Breda. Dit blijkt uit interne documenten die in het bezit zijn van NRC en die naar alle melders binnen het onderzoek werden gestuurd.

Na kritiek op het eerste onderzoek dat Toneelgroep Oostpool vorig jaar liet uitvoeren naar aanleiding van meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van Azzini, kondigde de Raad van Toezicht van het gezelschap in juni een tweede onderzoek aan. De onderzoekscommissie van jurist en mediator Leo Ten Brink en arbeids- en organisatiepsycholoog Tamara De Reu ontving gedurende dit onderzoek 53 meldingen van (ex-)medewerkers, (ex-)freelance medewerkers en (ex-)stagiairs, en sprak met 43 van hen (de overige tien gaven aan geen behoefte te hebben aan een gesprek). De meldingen betroffen allemaal de periode tussen 2008 en 2019, en gingen over zowel Azzini als Van Meijel, die tot september 2019 bij Oostpool als zakelijk directeur werkzaam was.

Op basis van gesprekken met de melders en Azzini komt de commissie in haar samenvatting tot de conclusie dat er een ‘duidelijk en breed gedragen beeld naar voren komt dat er sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag in brede zin.’

Volgens het rapport maakte Azzini geen onderscheid tussen werk en privé, wat (met name buiten werktijd) leidde tot flirtgedrag en pogingen tot zoenen of verdergaande seksuele handelingen. Azzini gaf zich volgens de commissie te weinig rekenschap van zijn machtspositie en gedroeg zich als ‘één van de gelijken’, terwijl hij had moeten beseffen dat hij door de melders werd gezien als werkgever: in meerdere gevallen is bij de melders de indruk ontstaan dat een afwijzing van Azzini’s avances ‘heeft geleid tot een negatief effect op de verdere samenwerking’.

Lees ook: Marcus Azzini, artistiek leider Oostpool, vrijgepleit van machtsmisbruik

Intimidatie en machtsmisbruik

Wat betreft de situatie op de werkvloer zelf wordt vooral gesproken over pestgedrag en intimidatie, waarbij Azzini volgens melders duidelijk onderscheid maakte tussen ‘pispaaltjes’ en ‘lievelingen’. Binnen het bedrijf bestond geen mogelijkheid om dit gedrag bespreekbaar te maken, ook omdat de toenmalige zakelijke directeur Ruud van Meijel zich volgens de melders zelf schuldig maakte aan intimidatie en machtsmisbruik.

Op basis van de gesprekken concludeert de commissie dat het ‘aannemelijk’ is dat er ook in het geval van Van Meijel sprake is geweest van (niet-seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Uit de gesprekken met (ex-)medewerkers werd een patroon duidelijk waarbij werknemers met grote regelmaat door hem werden uitgefoeterd, gekleineerd, vernederd en beledigd.

In zijn reactie in het rapport zegt Azzini zich niet in het beeld te herkennen dat van hem wordt geschetst, maar erkent hij dat hij te dichtbij is gekomen en dat het ‘veelvuldig samengaan van werk en privé risico’s met zich meebracht’. Hij heeft aangegeven ‘excuses te willen maken aan de melders die daarvoor openstaan en in gesprek te willen over de consequenties van zijn handelen.’ Van Meijel weigerde medewerking te verlenen aan het onderzoek.

De afwezigheid van beleid om een veilige werkomgeving te garanderen is een van de voornaamste oorzaken geweest van een ‘cultuur waarin grensoverschrijdend gedrag kon blijven bestaan’. Verschillende melders richtten zich al eerder met klachten tot de toenmalige Raad van Toezicht, maar deze werden na een gesprek met de directie beschouwd als ‘incident’. Dit bevestigde bij de melders het beeld van een organisatie waarbij kritische geluiden geen of zelfs een negatief effect hebben.

Lees ook: Directeur Toneelgroep Oostpool legt taken neer na nieuwe beschuldigingen intimidatie

Hand in eigen boezem

Een van de belangrijkste aanbevelingen in het rapport is dan ook dat er beleid moet worden gemaakt omtrent ‘gewenste omgangsvormen binnen de organisatie.’ Concreet moet worden nagedacht ‘over de toekomstige samenstelling én rol van de Raad van Toezicht en de directie van Oostpool’, en worden er daarnaast aanbevelingen gedaan voor een sterkere personeelsvertegenwoordiging en een betere positionering van vertrouwenspersonen.

In haar conceptreactie laat de Raad van Toezicht weten dat ze de conclusies van het rapport volledig onderschrijft. In samenspraak met Azzini is overeengekomen dat hij definitief bij het gezelschap vertrekt, en dus geen enkele activiteit meer namens het gezelschap zal ontplooien.

De Raad steekt bij monde van vicevoorzitter Rinske van Heiningen tevens de hand in eigen boezem: ‘Het gangbare model van een Raad van Toezicht op afstand [heeft] niet goed gewerkt. Dit zorgde voor onvoldoende ‘checks and balances’ en heeft er mede toe geleid dat deze onveilige situatie heeft kunnen ontstaan. Het vraagt een heroverweging van de rolinvulling en samenstelling van de Raad van Toezicht en […] van de directie.’

Hiertoe gaat de Raad van Toezicht samen met de directie en een vertegenwoordiging van het personeel op zoek naar een nieuwe voorzitter; de huidige voorzitter Karen Verkerk is per 1 januari 2021 afgetreden. Zakelijk directeur Michiel Nannen zal in de komende periode ‘in een zorgvuldig proces’ en in afstemming met de rest van de organisatie komen tot een nieuwe invulling van de artistieke leiding.

De interim artistieke leiding van regisseurs Daria Bukvić, Charli Chung, Jan Hulst en Kasper Tarenskeen, die in juni aantrad nadat Azzini zijn taken tot nader order had neergelegd, zal in ieder geval tot die tijd actief blijven.

Van Heiningen prijst de moed van de melders: ‘Dankzij hun moed om naar voren te stappen hebben veel meer mensen hun ervaringen willen delen in dit signaal- en cultuuronderzoek. Daarmee hebben wij als Raad van Toezicht een breed inzicht gekregen in hun ervaringen en in de patronen die bij Oostpool waren ontstaan. De ervaren pijn uit het verleden kunnen we niet meer wegnemen. Dat betreuren wij ontzettend. Ik heb met eigen ogen gezien wat het effect is geweest van deze ervaringen op de melders. Met de huidige directie zullen we er alles aan doen om te leren van deze ingrijpende periode om met alle betrokkenen te werken aan een open, transparante en veilige werkomgeving binnen Oostpool voor alle vaste, flexibele medewerkers en stagiairs.’

Azzini en Van Meijel waren beiden donderdagochtend niet bereikbaar voor commentaar. De woordvoerder van Oostpool zegt dat een officiële reactie volgt op 19 januari. De klagers kunnen tot 16 januari reageren, die reacties worden in de verklaring meegenomen. „Tot die tijd gaan we inhoudelijk niet op het rapport in.”