Nezhat Amiri dirigeert het Moederland-orkest tijdens een repetitie in juli 2020 in de tuin naast het Vahdat-concertgebouw in Teheran.

Foto’s Kaveh Kazemi

Interview

Dirigent Nezhat Amiri: ‘Ik zie het als mijn missie dat de Iraanse muziek niet verdwijnt’

Teheran Nezhat Amiri dirigeerde deze zomer een orkest van uitsluitend vrouwen in Teheran. Een primeur. „We moeten keihard werken om allerlei obstakels te overwinnen.”

Misschien komt het doordat veel in het muzikale leven van de 60-jarige Iraanse dirigent en componist Nezhat Amiri vaak zo stroef verloopt, maar ze droomt graag. Bij voorkeur over nieuwe muzikale projecten in eigen land, een sector die onder het regime van de ayatollahs de laatste decennia altijd stiefmoederlijk is bedeeld. Slechts met de grootste moeite en eindeloos geduld vallen er zulke evenementen te organiseren.

Een van Amiri’s stoutste dromen was een orkest in Iran te dirigeren van uitsluitend vrouwen, voor zover bekend een primeur voor Iran. Op 31 juli ging die eindelijk in vervulling, zij het onder minder ideale omstandigheden dan ze zich had voorgesteld door de coronaproblemen in het land. Niet in een concertzaal daarom maar in de tuin naast het nog uit de tijd van de sjah daterende Vahdat-concertgebouw In Teheran. Door groen omringd dirigeerde Amiri daar, zonder publiek, dertig vrouwen van het Moederland-orkest. Op veilige afstand van elkaar gezeten en allen – op de blazers na – voorzien van mondkapjes en de altijd verplichte hoofddoek. Het historische moment werd op video vastgelegd.

Nezhat Amiri dirigeert het Moederland-orkest tijdens een repetitie in juli 2020 in de tuin naast het Vahdat-concertgebouw in Teheran.

Foto’s Kaveh Kazemi

Nachten aan het lijntje

Ze speelden suites uit het balletwerk Shahrzad (Sheherazade) van Aminollah André Hossein, een Franse componist met Perzische en Azerische wortels. Bewust koos Amiri voor het bekende thema van de sprookjesprinses, die haar koning-echtgenoot 1001 nachten aan het lijntje houdt met spannende verhalen om te voorkomen dat ze – net als diens eerdere echtgenotes – wordt gedood. „Sheherazade is zoals alle vrouwen in Iran. We moeten keihard werken om allerlei obstakels te overwinnen. Zelfs te mogen ademen is soms al haast een opgave voor ons”, vertelde Amiri tijdens een gesprek met NRC medio februari.

Het coronavirus had toen net zijn opwachting gemaakt in Iran. „Corona, geen handen schudden”, verklaarde de dirigent dan ook resoluut, toen ze arriveerde voor het gesprek. Daarmee omzeilde ze de delicate kwestie of ze haar mannelijke buitenlandse bezoeker een hand moest geven of niet. Niet uit lafheid maar de dirigent, die in het Iran met zijn streng islamitische heersers al zoveel hindernissen heeft moeten nemen, wil door geen enkel gebaar de in Iran nog altijd beperkte mogelijkheden om zich muzikaal te uiten nodeloos in gevaar brengen.

Pas na lang aandringen waren Amiri en projectmanager Nasrin Enayatmehr bereid tot een interview. Uit vrees dat de autoriteiten door een uitspraak ontstemd zouden raken en het concert alsnog zouden dwarsbomen mocht dat in geen geval worden gepubliceerd voor hun ‘vrouwenconcert’ op 11 maart zou hebben plaatsgehad. De heftige uitbraak van het coronavirus stak daar hoe dan ook een stokje voor. De repetities moesten worden stilgelegd en konden pas maanden later worden hervat. Met moeite wist Enayatmehr, die door de week voor een transportbedrijf werkt, uiteindelijk toestemming te krijgen voor het concert in de openlucht. Nu dat achter de rug is en ook de video, waarin ook nog een ode aan het medische personeel wordt gebracht, eindelijk af is, durven Amiri en Enayatmehr de publicatie van een artikel over hun inspanningen wel aan.

De video van het orkest:

Besneeuwde bergen

Het interview had plaats in de door Amiri zelf opgerichte muziekschool Naylabak (Fluit) in het welvarende noorden van Teheran, niet ver van de vaak besneeuwde bergen die de Iraanse hoofdstad omgeven. Ze deelt het gebouw met een aantal artsen. Het was er stil, die vrijdagochtend in februari, vergelijkbaar met een zondagochtend in het Westen. In het vertrek een piano, een cello en een viool, muziekboeken in een kast en portretten aan de muur van Beethoven, Brahms en Tsjaikovski, maar ook een dubbelportret van de Iraanse componist Hossein Dehlavi en van Amiri zelf. Als eerste gaf de in 2019 overleden Dehlavi haar toestemming met een door hem opgericht plectrisch orkest (vol tokkelinstrumenten) op te treden.

Amiri, gekleed in een grijze jurk, leggings en donkere laarzen legt de (verplichte) zwarte sluier over haar haar al vroeg in het gesprek opzij. Haar Engels is enigszins zangerig, mogelijk onder invloed van het Zweeds dat ze eveneens beheerst. Behoedzaam formuleert ze haar woorden, omdat ze uit ervaring weet dat die door de mannelijke Iraanse machthebbers vaak op een goudschaaltje worden gewogen. Ondanks alle voorzichtigheid wekt ze een bevlogen indruk.

Vooral de eigen Iraanse klassieke muziek gaat Amiri intens ter harte. „Ik houd ook van westerse klassieke muziek”, legt ze uit, „en natuurlijk zou ik bijvoorbeeld een symfonie van Tsjaikovski kunnen downloaden en die dan na enige tijd kunnen uitvoeren. Maar mijn eigen volk heeft mij, denk ik, nu meer nodig dan mensen in andere delen van de wereld. Ik zie het als mijn missie ervoor te zorgen dat de Iraanse muziek niet verdwijnt en dat de Iraanse kunst aan kinderen wordt doorgegeven.”

Nieuw operatheater

Zelf groeide Amiri op in een tijd waarin er veel meer mogelijkheden waren op muzikaal gebied. Onder de sjah en zijn cultureel zeer geïnteresseerde vrouw Farah Diba werd er zelfs een indrukwekkend nieuw operatheater in Teheran gebouwd. Er waren orkesten, musici en componisten van eigentijdse muziek.

Uit een bijzonder muzikaal gezin komt ze niet. „Maar al toen ik drie was voelde ik me tot muziek aangetrokken en zat ik bijvoorbeeld op allerlei dingen te trommelen met mijn vingers”, lacht ze. „En toen ik een beetje ouder was, probeerde ik altijd mijn broers en zussen te dirigeren. Mijn ouders stimuleerden me om dingen te doen waarvan ik hield en ze hebben me niet tegengehouden toen ik de muziek in wilde.”

Ze studeerde musicologie en later ook compositie in Teheran. Pas later pakte ze ook het dirigeren op. Wat die mannen kunnen, moet ik ook kunnen, dacht ze. En tot vervelens toe bestudeerde ze opnames van topdirigenten als Herbert von Karajan, Leonard Bernstein, Daniel Barenboim en Daniele Gatti tot ze die kunst behoorlijk in de vingers had. „Ik heb nooit het gevoel gehad dat mannen in de muziek anders zijn dan vrouwen”, zegt ze laconiek.

Vrouw mag niet solo zingen

Dat Nezhat Amiri als vrouw nu af en toe concerten kan dirigeren mag een wonder heten in een land met een bewind dat in de eerste tien jaar na de revolutie van 1979 muziek zelfs grotendeels verbood en nog altijd allerlei beperkingen aan vrouwen oplegt. Het was voor muziekliefhebbers als Amiri vooral in de eerste jaren na de revolutie een zwarte tijd. Op die barre periode gaat ze liever niet in uit vrees de autoriteiten opnieuw te irriteren.

Geleidelijk aan verbeterde het muziekklimaat echter weer wat, al blijft het bijvoorbeeld tot op de dag van vandaag verboden voor vrouwen om solo te zingen. Tien jaar na de islamitische revolutie was het echter mogelijk samen met anderen een muziekschool op te richten en zeventien jaar geleden kon ze haar muziekschool onderbrengen op de huidige locatie.

Toch had ze voor het ‘tuinconcert’ van deze zomer nog maar drie grote concerten kunnen geven als dirigent. Het eerste was al zo’n 15 jaar geleden met een groot orkest van mannen en vrouwen. Hoewel het op zichzelf goed verliep, trok dit concert betrekkelijk weinig aandacht. Dat was anders bij de twee concerten die ze meer recent gaf. Vooral het concert vorig jaar met het Nationale Iraanse Orkest, waarvoor ze als eerste vrouw ooit als gastdirigent was uitgenodigd, baarde opzien. Veel mensen kwamen niet eens zozeer voor de muziek als wel om een vrouwelijke dirigent in actie te zien.

„Een groot verschil was dat er inmiddels sociale media bestonden”, vertelt Amiri glimlachend. „Ik kreeg heel veel positieve opmerkingen van vooral vrouwen en meisjes, die zeiden dat ik oude taboes over de rol van de vrouw in de samenleving doorbrak. Veel meisjes zeiden: jij bent onze leider. Ga daar vooral mee door.”

Lees ook Een kleine geschiedenis van de hoofddoek in Iran