Het belooft een mager loonjaar te worden

Cao-onderhandelingen Gemiddeld stijgen de lonen iets, maar de stijging blijft onder de inflatie. De vakbonden stelden hun eisen door de crisis bij, maar werkgevers en bonden vinden elkaar nog niet. Vooral in de supermarkt- en metaalsector verlopen de onderhandelingen moeizaam.

Vakbonden vinden het onbegrijpelijk dat supermarkten de lonen niet willen verhogen in een jaar dat hun omzetten zo zijn gestgegen.
Vakbonden vinden het onbegrijpelijk dat supermarkten de lonen niet willen verhogen in een jaar dat hun omzetten zo zijn gestgegen. Foto Rob Engelaar/ANP

Een riante loonsverhoging is het niet. Toch mogen de werknemers van de ANWB en pensioenuitvoerder PGGM blij zijn. Hun loon gaat met 2 procent op jaarbasis omhoog, is vorige maand afgesproken in de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) van de twee bedrijven. Én ze krijgen een flexibele reis- en thuiswerkvergoeding.

Daarmee hebben zij het beter voor elkaar dan de bus- en trambestuurders van de Haagse vervoersmaatschappij HTM, voor wie in de nieuwste cao geen enkele loonsverhoging is overeengekomen voor de komende maanden. Zij blijven op de zogeheten nullijn steken. Net als de werknemers van staalbedrijf Tata Steel in IJmuiden en cateringbedrijf Sodexo.

Het wordt een mager loonjaar, voorziet werkgeversorganisatie AWVN. Door de coronacrisis stijgen salarissen minder hard dan voorheen. In eerder afgesloten cao’s die dit hele jaar geldig zijn, is een gemiddelde loonstijging van 1,21 procent afgesproken. Dat weegt niet op tegen de stijging van de consumentenprijzen: het Centraal Planbureau verwacht een inflatie van 1,4 procent.

Flinke achteruitgang

Het is ook een flinke achteruitgang ten opzichte van vorig jaar. Toen stegen de cao-lonen gemiddeld met 3 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek deze donderdag. Waarmee 2020 de grootste loonstijging kende sinds 2008. Het grootste deel van die loonsverhogingen was al afgesproken voor het uitbreken van de coronacrisis in maart.

Dát het vakbonden en werkgevers lukt om in de coronacrisis tot een akkoord te komen, is ook niet vanzelfsprekend. Veel onderhandelingen kwamen stil te liggen. Werkgevers durfden gezien de onzekere economische omstandigheden lang niet altijd afspraken te maken over lonen en arbeidsvoorwaarden. Daar komt bij dat sommige cao-trajecten om praktische redenen hebben stilgelegen: door de lockdown werd er niet fysiek afgesproken en onderhandelen via de videoverbinding is lastiger dan aan een onderhandelingstafel.

Vooral in de eerste maanden van de coronacrisis werden er weinig collectieve afspraken gemaakt. Pas in november en december was het aantal nieuwe cao’s weer terug op het oude niveau. Er werden vorig jaar uiteindelijk 247 cao’s afgesloten, ongeveer honderd minder dan in een normaal jaar.

Voor de vakbonden betekende de coronacrisis een flinke koerswijziging. Vakbond FNV eiste tot maart vorig jaar bij elke onderhandeling een loonsverhoging van 5 procent. Bedrijven profiteerden al jarenlang van een groeiende economie, zei de vakbond, terwijl de lonen van werknemers achterbleven. Politieke partijen, tot de VVD aan toe, waren het daarmee eens en zeiden dat werknemers meer moesten meedelen in de voorspoed.

Nu heeft de FNV die eis bijgesteld. De bond houdt deze looneis alleen vast in sectoren waar het zeer goed gaat, zoals de supermarktbranche, of waar door de crisis een extra beroep wordt gedaan op personeel: ‘cruciale’ sectoren zoals de zorg. „Wij maken in bedrijven waar het aantoonbaar minder goed gaat aangepaste loonafspraken”, zegt FNV-bestuurslid Zakaria Boufangacha. „Koopkrachtbehoud is daarbij de absolute ondergrens.”

Supermarkten: onderhandelingen die al jaren moeizaam gaan, liggen nu helemaal stil

„Ik heb een heel zwaar lééévééén, echt héél zwaar. Alles is voor mij ontzettend moeilijk.” Tijdens een recente onderhandeldag voor de supermarkt-cao zette FNV-bestuurder Mari Martens dit liedje van cabaretière Brigitte Kaandorp op voor alle aanwezige onderhandelaars. Martens: „Ik vond dat de supermarkten één grote klaagzang gaven. Ze hebben er een paar minuten meewarig naar geluisterd.”

Het tekent de sfeer rond de cao-onderhandelingen in deze sector, die al jarenlang moeizaam verlopen en nu stilliggen. De twee grootste twistpunten waarover de supermarkten het niet eens worden met de vakbonden: een loonstijging en de zondagtoeslag.

De vakbonden FNV en CNV willen dat de lonen van de ongeveer 300.000 supermarktmedewerkers aanzienlijk verhoogd worden: de FNV eist een stijging van 5 procent. Ook willen de vakbonden dat de zondagtoeslag blijft bestaan, het extra loon dat werknemers krijgen als ze op een zondag of feestdag werken. De werkgeversorganisaties Vakcentrum (vertegenwoordiger van de kleine supermarkten) en VGL (de grote supermarkten) willen juist van die toeslag af, omdat het niet meer van deze tijd zou zijn. „Op zondag werken is niet meer inconveniënt”, zegt directeur van Vakcentrum Patricia Hoogstraaten. Ook zetten de supermarkten in op een lagere loonstijging.

Zo waren de standpunten al vóór de coronacrisis. Maar de crisis heeft beide partijen nieuwe munitie gegeven om aan hun eigen argumenten vast te houden. „Werknemers hebben zich negen maanden een ongeluk gewerkt, soms met gevaar voor eigen leven”, zegt Martens, die vindt dat een loonsverhoging van 5 procent nu extra gerechtvaardigd is. „Er zijn mooie omzetstijgingen gemaakt”, zegt Hoogstraaten op haar beurt, „maar niet door iedereen. Denk aan de supermarkten aan de Belgische of Duitse grens. En meer omzet betekent ook echt niet automatisch meer winst.”

In de vorige supermarkt-cao, die eind juni verliep, werd een loonsverhoging van 2,5 procent voor supermarktmedewerkers afgesproken. Die cao werd alleen afgesloten met vakbond CNV. De FNV weigerde te tekenen omdat de loonsverhoging onder de inflatie van 2,7 procent lag.

Afgelopen jaar deden de supermarkten mede door de coronacrisis goede zaken. De omzet van Jumbo groeide met 15 procent naar bijna 10 miljard euro, maakte de Brabantse supermarktketen deze week bijvoorbeeld bekend. Toch zit een riantere loonsverhoging er niet in, volgens Hoogstraaten. „Door corona maakten supermarkten ook meer kosten, bijvoorbeeld voor beveiliging aan de deur, voor hygiënemaatregelen, om langer open te blijven. Daar moet de vakbond niet ongenuanceerd aan voorbij gaan.”

Nadat de onderhandelingen in oktober mislukten, organiseerde de FNV een stakingsactie bij distributiecentrum Detailresult in Velsen. Door de nieuwe lockdown konden andere geplande acties niet doorgaan. Tot het moment dat grote groepen weer bijeen mogen komen, voert de vakbond actie op sociale media. Intussen hopen de supermarkten snel weer het overleg met de bonden te kunnen hervatten, zegt Hoogstraaten.

Lees ook: Achter de schermen bij moeizaam cao-overleg: ‘Zoals we al vreesden: ze laten ons in de steek’

Metaalsector: wederom dreigen stakingen

Een Erasmusbrug met een lange stoet mensen die rode vakbondsvlaggen dragen. Dat beeld zien bezoekers die de hal van het FNV-hoofdkantoor in Utrecht binnenlopen. Daar hangt een grote foto van deze staking uit 2015 waar de vakbond nog steeds trots op is. Zo’n 2.500 metaalarbeiders trokken in een lange stoet door Rotterdam en straalden veel kracht uit - iets wat de vakbond in veel andere sectoren mist.

Iedere twee à drie jaar is het weer raak. Dan wordt er gestaakt bij industriebedrijven als VDL, ASML, Fokker en DAF, omdat de cao-onderhandelingen in hun sector zijn vastgelopen. Allemaal zijn deze bedrijven aangesloten bij de cao voor de ‘grootmetaal’, waar in totaal zo’n 160.000 werknemers onder vallen.

De komende weken dreigen er weer stakingen. Vorige maand mislukte het cao-overleg tussen werkgevers en vakbonden over een nieuwe cao. Vakbond FNV broedt nu op coronaproof staken. „Let wel: liever voeren we geen actie”, zegt FNV-bestuurder Petra Bolster. „We pakken de onderhandelingen graag weer op. Maar dan moeten de werkgevers wel serieus ingaan op onze eisen.”

Die vakbondseisen lagen ver af van de wensenlijst die werkgeversorganisatie FME had. De bonden wilden meer loon én meer zeggenschap voor werknemers over hun roosters en vrije tijd. „De sector moet aantrekkelijk blijven”, zegt Bolster.

De FME daarentegen zet in op kostenbeheersing en „wendbaarheid”, oftewel: dat juist de werkgever meer te zeggen krijgt over de roosters en vrije dagen van werknemers.

De coronacrisis maakte duidelijk dat bedrijven ‘wendbaar’ moeten zijn, volgens FME-onderhandelaar Maurice Rojer. Bijvoorbeeld als bepaalde leveringen opeens niet binnenkomen, waardoor er minder werk is. „Dan kan het goed zijn om je mensen thuis te laten zitten en daar verlofdagen voor te laten benutten. Of om mensen nu wat korter te laten werken en later in het jaar wat langer.”

De vakbonden eisten een loonsverhoging van 4 tot 5 procent. In hun laatste compromisvoorstel stond een brutoloonsverhoging van 60 euro per januari dit jaar, en nog eens 1 procent erbij vanaf juli. Voor iemand die 2.900 euro per maand verdient, een gangbaar salaris in de sector, betekent dat een plus 3,4 procent op jaarbasis. De werkgevers wilden een loonstijging van 1,13 procent op jaarbasis afspreken.

Veel te laag, vindt ook CNV-bestuurder Arthur Bot. Met de meeste bedrijven in de sector gaat het goed, zegt hij. „Ze willen gewoon een graantje meepikken van die hele coronacrisis.”

Dat is niet waar, zegt de FME. Rojer: „De meerderheid van onze leden voorziet dit jaar een omzetdaling.” Ook is de pensioenpremie deze maand gestegen. „Dat hebben de werkgevers voor hun rekening genomen, maar daardoor blijft er minder loonruimte over.” Dit is niet de tijd voor flinke loonstijgingen, vindt Rojer. „Eerst moeten we deze zware tijd zien door te komen.”