Er zal meer ‘geshopt’ worden tussen kerkdiensten

Kerken De digitale kerkrevolutie verandert de rol van de kerkganger: van deelnemer naar beoordelaar. Dat past in de huidige trend van combineren van religies.

Illustratie XF&M

Ook in een vrijwel lege kerk wisselt dominee David Schiethart zijn blikken af, van camera naar kerkbank. Hij spreekt over verwachting, dat je hoop moet houden in deze corona-tijd, en dat hij begrijpt dat sommigen het licht aan het eind van de tunnel nog niet zien.

„Wie garandeert ons”, zegt hij draaiend naar rechts, „dat de dagen weer gaan lengen?”

Hij draait naar links: „Wie garandeert ons, dat het leven ooit gewoon wordt en normaal?”

Een zondagse dienst leiden, is zoiets als theater. Cabaret. Je wilt dat de mensen deelgenoot zijn van je verhaal, dat ze aan je lippen hangen, óók op de achterste rij. David Schiethart, al 25 jaar voorganger, probeert dat doorgaans te bereiken met oogcontact: mensen moeten het gevoel krijgen dat hij íedereen aankijkt. Maar nu dat niet lukt, omdat hij vanwege corona predikt voor de camera vanuit de Grote of St.-Bavokerk – het grootste gebedshuis van Haarlem – doet hij alsof. Vanaf de kansel kijkt hij afwisselend naar rechts en naar links, richting de lege stoelen. Hij spéélt alsof hij oogcontact heeft. En ja, zegt Schiethart achteraf, „ook dat went”.

Het was voor iederéén wennen, kerken in tijden van pandemie. Voor Peter van der Beek, jeugdpastor bij dezelfde kerk, de Protestantse Gemeente Haarlem, die plots vanuit zijn woonkamer de jongeren moest zien te begeesteren. Voor Klaas Jan Wierenga, directeur van Kerkdienstgemist.nl, die het aantal streams in één klap zag verdrievoudigen. Voor Eric van den Berg van ISI Media, dat kerken adviseert over hun online bereik, en wiens telefoon sinds corona onophoudelijk bleef rinkelen.

Ook pre-corona, zegt Van den Berg, waren er best wat kerken kundig met media. Hij zag pinkstergemeenten en remonstranten, kerken waarin beleving centraal staat, moeiteloos overschakelen naar de zondagsdienst vanuit professioneel ingerichte studio’s met meerdere camerastandpunten. En ook migrantenkerken, zoals de Koptische of Maná, gingen mee. Diensten werden al gestreamd naar overzeese gebieden, en leden gebruiken apps om met geloofsgenoten in andere tijdzones gelijktijdig te bidden.

Maar voor het merendeel van de genootschappen, althans de protestantse en katholieke, ging de pandemie als een schokgolf door het kerkgebouw. Dominee Schiethart: „Altijd stonden we voor de vraag: hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen het kerkgebouw in? En nu opeens was het: hoe hou je ze buiten?” Buiten én in contact, dat was de uitdaging.

Digitaal uitzenden

Digitaal uitzenden was de reflex. Een deel van de kerken verzorgde al videoregistratie voor mindervaliden en streamde die op kerkdienstgemist.nl, de opvolger van de vroegere kerktelefoon. Maar toen streamen vanaf maart plots noodzaak werd, moesten in één keer alle kerken „iets” met media. Eric van den Berg, van ISI Media, zag ze desnoods de beveiligingscamera gebruiken om de uitzending te verzorgen. „Zag je het beeld draaien van een valk op de toren naar de dominee op de kansel.” Even volhouden, dachten kerken toen nog.

Nu is dat anders. Veel kerkgemeenten hebben tienduizenden euro’s geïnvesteerd in apparatuur. Sommigen werken met twee, drie, soms vier camera’s, professionele montage en van HD-kwaliteit. Klaas Jan Wierenga, van kerkdienstgemist.nl, zag het aantal kerken dat de zondagsdienst op zijn platform in video streamt, stijgen van 380 naar 1.166. Het aantal unieke bezoekers dat op zondag kijkt of luistert nam toe van 80.000 tot circa 200.000 – en doordeweeks nog eens dat aantal. De piek was op Eerste Paasdag: 240.000 bezoekers.

Gereformeerde kerken hebben in corona-tijd wat meer moeite de viering om te zetten naar online. Het zijn kerken zoals in Staphorst en Barneveld, die onlangs kritiek kregen vanwege grote bezoekersaantallen. En ook de rooms-katholieken weten de digitale omslag moeilijk te maken, mede vanwege discussie over de vraag of je de eucharistie, de voortzetting van het Laatste Avondmaal, wel online kunt vieren: een digitale hostie bestaat nog niet.

Lees ook: Straks bezorgt de supermarkt verse maaltijden en Thuisbezorgd wc-papier

Of hij niet op zaterdag voor de camera kon preken, kreeg dominee Schiethart in maart te horen. Behalve in Haarlem werkt hij als gastvoorganger ook bij de Haagse Gemeenschap van Kerken en een bestuurder aldaar, theaterliefhebber, adviseerde hem de preek vooraf op te nemen zodat die kon worden afgemonteerd. De kuchjes gingen eruit, geluid van voetstappen, onnodige stiltes. Schiethart ziet de voordelen: „Je gaat met andere ogen naar je eigen dienst kijken.” En dat de dienst werd gereduceerd tot drie kwartier, vindt hij juist goed: „Ik denk dat de concentratieboog thuis korter is.”

Jeugdpastor op Instagram

De Haarlemse jeugdpastor Peter van der Beek gebruikt sinds het voorjaar zijn Instagram-kanaal om de jongeren te bereiken. Alles was gestopt, van viering tot eetgroep, en online contact bleek broodnodig. „Sommige jongeren dreigden weg te zakken. Ik zag angst, eenzaamheid. Eentje dacht aan zelfmoord.” In zijn woonkamer richtte hij een altaartje in met kaarsen en wekelijks verse bloemen. Via Instagram doet hij sindsdien knutselactiviteiten, vieringen en een interactieve vraag-en antwoordsessie.

Veel leden, vooral jongeren, zijn sinds corona niet meer te bereiken. Die zijn afgehaakt, verdwenen

Peter Wierenga, Bureau kerkwerk

In het begin had Van der Beek zo’n veertig live-kijkers op zondag, later maar tien. „Ik dacht: wat is er aan de hand? Maar toen bleek dat er doordeweeks óók nog honderdvijftig keken.” En lang niet alleen jeugd die hij pre-corona tijdens de kinderdienst ontving – en soms mokkend mee ging met de ouders. De jongeren die nu online meedoen, zijn opvallend gemotiveerd. Onder hen zijn ook dertigers en veertigers die zich thuis voelen bij de interactieve sfeer. En iemand die elke zondag om half één op weg naar de personal training nog even snel vanaf de parkeerplek op Insta de viering af kijkt. „Even amen en hup, de sportschool in.”

Structurele verandering

Heeft corona de kerk blijvend veranderd?

„Geef mij een glazen bol en ik weet het”, zegt Peter Wierenga, oprichter van Bureau kerkwerk, dat kerken begeleidt bij verandering. Samen met Remmelt Meijer schreef hij het onlangs gepubliceerde boek Herkerken, waarin ze de kerk oproepen de coronacrisis aan te grijpen voor structurele verandering: in hun ogen hard nodig om de decennialange trend van ontkerkelijking te keren. De kerk, vinden zij, zou zich fundamenteel moeten herbezinnen op haar rol in de moderne samenleving.

Vooralsnog ziet Peter Wierenga weinig lichtpuntjes. Hij vroeg elf kerken om een enquête onder leden van hun gemeenschap te verspreiden, over hoe ze de coronatijd beleefden. Nam in maart nog 55 procent van de jongere leden (tot 35 jaar) deel aan zijn onderzoek, zo’n duizend mensen, in november was dat nog slechts 8 procent. „Veel leden, vooral jongeren, zijn sinds corona niet meer te bereiken. Die zijn afgehaakt, verdwenen. Ook de predikanten hebben met hen het contact verloren.”

Pal na de eerste lockdown leek het of het aantal kerkgangers online en offline juist toegenomen. Er was behoefte aan bezinning, was de verklaring. Maar toen veel kerken in de zomer de deuren weer openden voor een groter publiek, keerde een deel van de kerkgangers niet terug. Corona, vrezen sommigen, heeft de zondagse gewoonte doorbroken en de ontkerkelijking versneld.

Het streamingmodel, zegt Peter Wierenga, verandert de rol van de kerkganger: die wordt beoordelaar in plaats van deelnemer. Met als gevolg dat kerken alle energie steken in het zo mooi mogelijk streamen van de dienst. „Maar daar bereik je de jongere leden niet mee. Die zijn gewend aan de kwaliteit van Netflix, House of Power, en daar kun je als kleine kerkgemeenschap niet mee concurreren.”

Zondagsdienst niet belangrijk

Veel energie is sinds corona gaan zitten in de zondagsdienst, terwijl kerkgangers de online preek van alles wat de kerk te bieden heeft, het minst belangrijk vinden. Uit de enquête van Peter Wierenga blijkt dat kerkgangers in coronatijd vooral de ontmoeting missen: het samenzijn, samen bidden. En juist die ontmoeting, zegt hij, is online lastig te organiseren. Eén van de gevolgen die hij ziet: decentralisatie. „In Groningen, Woerden en Almere zijn grote gemeenschappen sinds corona opgedeeld in meerdere groepen van zo’n dertig leden die bij elkaar komen in buurthuizen en aula’s.” Het centrale zondagse moment is daar stopgezet.

De kerk heeft de media ontdekt en dat verandert niet meer

Ernst van den Hemel, religiewetenschapper

Vooral de grote kerkgemeenschappen kraken onder de pandemie, merkt ook Ernst van den Hemel, religiewetenschapper aan het Meertens Instituut. Maar hij vindt het te vroeg voor conclusies. „Er kwamen dit jaar nogal wat uitdagingen op de kerken af. Misschien dat sommige leden zich gewoon even gedeisd houden. Pas na corona weten we hoe de kerken er écht voor staan.”

Los van de ledentallen ziet Van den Hemel een digitale revolutie die hij pre-corona niet voor mogelijk had gehouden. „Ook mediaschuwe kerken begeven zich noodgedwongen online en dat is alleen al voor de mindervaliden een enorme verbetering.” Een definitieve vorm heeft de online revolutie nog niet, ziet hij ook, maar de debatten erover zijn gaande, óók binnen de rooms-katholieke kerk. „Er worden nu tips uitgewisseld over de juiste zithouding thuis bij een viering, het aansteken van een kaars.”

De kerk heeft de media ontdekt en dat verandert niet meer, verwacht Van den Hemel. Hij ziet ook bij behoudende gemeenschappen nieuwe vormen van kerk ontstaan: leden die diensten bekijken via YouTube, collecteren met een Tikkie en communiceren via WhatsApp. En zelfs het zingen in een koor, „ogenschijnlijk moeilijk online te realiseren”, blijkt mogelijk: iedereen neemt thuis zijn zangpartij op en de dirigent voegt het samen tot een mozaïek van – soms honderden – stemmen. „Vooral met Pasen zag je plots overal virtual choirs.”

Lees ook: In de post-coronastad leven we dicht op elkaar, maar met veel groen om ons heen

De digitale kerkrevolutie kan leiden tot meer ‘shoppen’: vandaag een dienst van die kerk meepakken, de week erop van een andere. De drempel online ligt nu eenmaal lager, en dat past volgens Van den Hemel in de trend van multiple religious belonging: het combineren van religies. „Mensen trekken lessen uit het christendom, maar voelen zich ook aangetrokken tot het boeddhisme, de esoterie, etc. Ze zien minder tegenstellingen.”

En ook ‘ontmoeting’, een belangrijke functie van de kerk, is volgens hem online best mogelijk. „Het is tijd dat we onderkennen dat de online gemeenschap onderdeel is van het emotionele leven, en niet per definitie oppervlakkig.”

Niet heilig

Maar toen in de zomer de kerkdeuren weer even openden voor een groter publiek, zag dominee David Schiethart toch ook de noodzaak van fysieke samenkomst. Vooral ouderen snakten ernaar. „Die hadden uit angst voor het virus een heel geïsoleerd leven. Voor sommigen was de dienst op zondag hun enige ontmoeting in de week.”

Maar als het anders moet, dan moet het. De zondagse dienst is wat hem betreft niet heilig. De kerk, zegt Schiethart, is om mensen geestelijk te voeden „en als dat op een andere manier beter werkt, dan moeten we daarop studeren.” Laatst nog, gaf hij voor een kring in Haarlem een online-lezing over kerkarchitectuur. Schiethart toonde plaatjes van kerkgebouwen en had van tevoren een vrouw, tachtiger, uitgelegd hoe Zoom werkt. „Aan het einde van de lezing zag ik een glimlach. Ze zei: ik vind het eigenlijk wel leuk.”