Vrouw of man: voor aanpak pandemie maakte het geen verschil

Politiek Vrouwelijke leiders kregen een goede pers voor hun optreden tijdens de coronapandemie. Waarop was dat oordeel gestoeld?

Premier Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland bij een werkbezoek voorafgaand aan de verkiezingen van oktober 2020.
Premier Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland bij een werkbezoek voorafgaand aan de verkiezingen van oktober 2020. Foto Ben McKay/EPA

Landen met vrouwelijk leiders hebben het tijdens de eerste coronagolf wat betreft het aantal sterfgevallen niet significant beter gedaan dan landen met mannelijke leiders. Doorslaggevender voor een succesvolle aanpak van de pandemie was het sociaal-culturele karakter van een land, concludeert een team onderzoekers onder leiding van Leah Windsor van The University of Memphis.

Zij bekeken de sterftecijfers in 175 landen en koppelden die aan gegevens over onder meer het geslacht van de leider, het percentage vrouwelijke parlementsleden, het bruto binnenlands product per inwoner, de mate van voorbereiding op rampen en diverse culturele factoren. Wat blijkt: het is niet de vrouw zélf die het verschil maakt bij een succesvolle corona-aanpak, maar het feit dat vrouwen de reeds aanwezige gunstige maatschappelijke factoren beter benutten, zo schrijven de onderzoekers in PLOS ONE.

In de afgelopen maanden werd regelmatig in de media het verband gelegd tussen het optreden van vrouwelijke leiders als Jacinda Ardern (Nieuw-Zeeland), Katrín Jakobsdóttir (IJsland) en Angela Merkel (Duitsland) en de succesvolle coronabestrijding in die landen. De focus op deze welvarende, westerse landen levert echter een vertekend beeld op, stellen de onderzoekers. Ze wijzen naar Vietnam, een land met een mannelijke leider dat de pandemie in de eerste golf goed onder controle kreeg.

Maatschappelijke cultuur

Voor hun studie maakten de onderzoekers een database van 175 landen. Slechts 16 hiervan (8 procent) werden geleid door een vrouw. Naast ‘harde factoren’ als de gemiddelde leeftijd van de bevolking en de lengte van de landsgrenzen, bepaalden ze ook de maatschappelijke cultuur in een land, aan de hand van een model dat is ontwikkeld door de Nederlandse organisatiepsycholoog Geert Hofstede. Hij beoordeelde samenlevingen op zes criteria: afstand tot de macht, individualisme, mannelijkheid, onzekerheidsvermijding, lange- of kortetermijndenken en de mate waarin mensen geneigd zijn behoeftebevrediging uit te stellen.

Hierna draaiden de onderzoekers simulaties waarin ze verschillende gewichten meegaven aan de factoren. Bbp per inwoner bleek een goede voorspeller voor het verloop van de eerste golf: hoe hoger, hoe meer sterfgevallen per duizend inwoners. Ook opvallend: landen met relatief veel vrouwen in het parlement deden het slechter dan landen met minder vrouwen.

Doortastend en vriendelijk

Wat betreft de vrouwelijke leiders: die landen deden het in de eerste golf iets beter dan soortgelijke landen met mannelijke leiders, maar dat verschil was statistisch niet significant. In combinatie met de categorieën van Hofstede maakte vrouwelijk leiderschap echter wél verschil. Landen die een vrouwelijke leider hadden én een korte afstand tussen burgers en machthebbers, of minder individualistisch waren, of beter konden omgaan met onzekerheid, zagen minder sterfgevallen.

Dat vrouwelijke leiders deze pandemie zo’n positieve pers krijgen, komt door een effect dat normaal tegen hen werkt, aldus de onderzoekers. Van leiders wordt verwacht dat ze doortastend zijn, maar van vrouwen juist dat ze vriendelijk en verbindend zijn. Een vrouw die daadkrachtig optreedt, wordt daarom vaak niet als vrouwelijk gezien. Deze pandemie vraagt echter om leiders die én knopen doorhakken én empathisch vermogen tonen. Zo profiteren vrouwelijke leiders nu van het feit dat ze aan beide stereotypen kunnen beantwoorden.