Recensie

Recensie Film

Fragiel mannelijk ego komt voor de val, in ‘The Burnt Orange Heresy’

Thriller Een bijna aan lager wal geraakte kunstcriticus neemt in ‘The Burnt Orange Heresy’ de uitnodiging aan van een kunsthandelaar om naar diens palazzo in Italië te komen. Daar volgt een klassiek verhaal van de hoogmoed en de val.

Kunstcriticus James (Claes Bang) is onder de indruk van mysterieuze blondine Berenice (Elizabeth Debicki), in ‘The Burnt Orange Heresy’.
Kunstcriticus James (Claes Bang) is onder de indruk van mysterieuze blondine Berenice (Elizabeth Debicki), in ‘The Burnt Orange Heresy’.

‘The Power of the Critic’ heet het boek waar de bijna aan lager wal geraakte kunstcriticus James Figueras furore mee maakt. Hij leeft van het lezingencircuit. Als we aan het begin van kunstthriller The Burnt Orange Heresy (naar de gelijknamige thriller van Charles Willeford, 1971) kennis met hem maken legt hij net een groepje Amerikaanse toeristen in Milaan uit dat hij ze van alles wijs kan maken. Wat geeft een kunstwerk z’n waarde, z’n authenticiteit, z’n aura? Is dat niet waar de kunstcriticus goed van pas komt, als een aasvlieg die een kadaver ruikt? Is een criticus niet een soort dief, een vervalser, die zich een werk met zijn mooie woorden toe-eigent en zelfs een wit doek waarde en betekenis kan geven?

Lees ook een interview met regisseur Giuseppe Capotondi en hoofdrolspeler Claes Bang over ‘The Burnt Orange Heresy’

Figueras wordt gespeeld door de Deense acteur Claes Bang, en dat geeft de film een onverwachte extra dubbele bodem. Drie jaar geleden speelde hij namelijk – toeval of niet – een museumdirecteur in kunstsatire The Square, die het net als Figueras met zijn fragiele mannelijke ego te stellen heeft. Dat van de arrogante en chantabele Figueras wordt gekieteld als er een mysterieuze blondine na zijn lezing blijft hangen en een Britse kunsthandelaar hem vraagt hem te bezoeken in zijn palazzo aan het Comomeer. Wat volgt is een klassiek verhaal: van de hoogmoed en de val.

The Burnt Orange Heresy is even stijlvol en eloquent als z’n hoofdpersonen. Ze spreken in oneliners die niet alleen over de kunstwereld gaan, maar ook over henzelf, en over de manier waarop de film je voortdurend zand in de ogen strooit. Net als in de eerste scène van de film, waarin het kunstmatige karakter van set en setting worden neergezet, vergeet je daarom nooit helemaal dat ze eerder ideeën vertegenwoordigen, dan dat ze emoties of echte dilemma’s oproepen.