Maakt het uit welk vaccin ik krijg? En zeventien andere vragen over vaccineren

Vaccinatie Nederland is begonnen met de vaccinatie tegen Covid-19. Welke vaccins zijn goedgekeurd? Wie is er het eerste aan de beurt? Hoe worden alle gegevens bijgehouden? En beschermen ze tegen de nieuwe virusvarianten? Dit vragenstuk wordt regelmatig geactualiseerd. Het is voor het laatst aangepast op 21 januari.
Verpleegster Sanna Elkadiri (39) van verpleeghuis Wereldhuis kreeg woensdagochtend in Veghel, onder toeziend oog van de pers en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA), als eerste Nederlander een coronavaccin toegediend – van de fabrikant Pfizer/BioNTech.
Verpleegster Sanna Elkadiri (39) van verpleeghuis Wereldhuis kreeg woensdagochtend in Veghel, onder toeziend oog van de pers en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA), als eerste Nederlander een coronavaccin toegediend – van de fabrikant Pfizer/BioNTech. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP
  1. Welke vaccins zijn tot nu toe goedgekeurd?

    In Europa zijn de vaccins van Pfizer/BioNTech en van de Amerikaanse farmaceut Moderna door toezichthouder EMA en de Europese Commissie voorwaardelijk goedgekeurd, op respectievelijk 21 december en op 6 januari. Beide zijn mRNA-vaccins. Het vaccin van farmaceut AstraZeneca en de Universiteit van Oxford is onder meer in het Verenigd Koninkrijk al goedgekeurd voor noodgebruik. Dat ‘Oxford-vaccin’ bestaat uit een aangepast, onschuldig chimpanseeverkoudheidsvirus. Op 12 januari is de EMA de goedkeuringsprocedure van dat vaccin gestart.

    Lees ook: Waarom duurt de toelating van het ‘Oxfordvaccin’ zo lang? Volg de wereldwijde race naar een vaccin
  2. Waarom krijgt de ene groep 60-plussers het Moderna-vaccin en de andere het vaccin van BioNTech/Pfizer?

    De vaccinatie van de groep ouderen 60-plussers buiten de verzorgingshuizen moet in maart starten. Niet-mobiele 60-plussers en ouderen (75-plussers) kunnen maar lastig naar de centrale vaccinatieposten van de GGD komen of zijn daarvoor te kwetsbaar, stelt minister De Jonge. Zij krijgen daarom niet het vaccin van Pfizer, maar het vaccin van Moderna.

    Dat vaccin is geschikter om op kleine schaal toe te laten dienen door huisartsen. Het hoeft niet bij zeventig graden onder nul bewaard te worden. Thuiswonende 60- tot 75-jarigen kunnen naar verwachting wel naar de centrale locaties komen, en zullen daar het vaccin van Pfizer krijgen. In de uitnodigingsbrief die zij van het RIVM ontvangen, staat uitgelegd hoe zij eventueel ondersteuning kunnen krijgen bij het regelen van vervoer.

    Het OMT en de Gezondheidsraad zijn kritisch op het opknippen van deze groep ouderen, omdat „dat onvoldoende zekerheid biedt op een tijdige uitvoering in de hoogste risicogroepen”. In een gezamenlijk advies roepen zij het kabinet op iedere 60-plusser uit te laten nodigen door de GGD’s „waarbij degenen die echt niet naar de GGD-vaccinatielocatie kunnen komen, een nieuwe uitnodiging voor vaccinatie bij de huisarts krijgen”.

  3. Hoe wordt binnen de groepen de volgorde bepaald?

    Als laatste, vanaf april, wordt gestart met het vaccineren van de grote groep 18- tot 60-jarigen die geen medische problemen hebben – zo’n 7,1 miljoen mensen. Tegen het einde van het derde kwartaal moet iedereen uitgenodigd kunnen zijn, hoopt De Jonge.

    Binnen die groep zijn de oudste leeftijdsgroepen het eerste aan de beurt. Hoe ouder mensen zijn, hoe groter het risico op overlijden en ziekenhuisopname. Vooral de groep 75-plussers moet daarom volgens de Gezondheidsraad snel aan de beurt komen.

    De Jonge heeft wel aan het OMT en de Gezondheidsraad gevraagd of er reden is om af te wijken van dit voorschrift – bijvoorbeeld vanwege de mutaties van het virus. Vooralsnog blijft het advies om de oudste groep prioriteit te geven en te starten met de 75-plussers, klonk het antwoord. „Dit is vooral van belang, omdat de totale groep van mensen ouder dan 60 jaar erg groot is, en hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner de groep en des te groter de gezondheidswinst bij vaccinatie. Ook wordt de belasting van de zorg uiteindelijk groter naarmate mensen ouder zijn en Covid-19 krijgen. Dit geldt voor de gehele zorgketen zoals huisartsenzorg, de ziekenhuiszorg, de thuiszorg en de verpleeghuiszorg.”

  4. Wat gebeurt er met mijn gegevens?

    Het is belangrijk dat gegevens over iedere vaccinatie in een centraal register bijgehouden worden. Zeker als de komende maanden zes verschillende vaccins naast elkaar gebruikt gaan worden is een centraal overzicht essentieel om uitspraken te doen over de bescherming die de vaccins bieden, eventuele bijwerkingen en de vaccinatiegraad.

    Iedere toediener van de vaccins – de GGD’s, huisartsen, ziekenhuizen en bijvoorbeeld verpleeghuizen – moet daarom gegevens over de vaccinatie vastleggen en doorgeven aan het RIVM. Dat verzamelt die informatie in het speciale ‘Covid-19 vaccinatie informatie- en monitoringssysteem’ (CIMS). Het gaat om gegevens over wie het vaccin kreeg, waarom, waar, wanneer en welk vaccin toegediend werd. Ook het batchnummer van het vaccin wordt vastgelegd. Het is veel informatie, maar niet meer dan nodig, stelt De Jonge. Hij heeft na de hack op de EMA extra onderzoek laten doen naar de veiligheid van het systeem.

    Burgers moeten wel toestemming verlenen voordat de gegevens over hun vaccinatie in het CIMS terechtkomen. Om betrouwbare uitspraken te doen, moet zeker 95 procent hun gegevens door laten geven aan het RIVM. Als te weinig mensen toestemming verlenen, dan kan alleen met „een aparte wettelijke grondslag” het doorgeven van de data geautomatiseerd worden, schrijft De Jonge.

  5. Maakt het uit welk vaccin ik krijg?

    Nee. De tot nu toe goedgekeurde vaccins zijn allebei mRNA vaccins, en bieden een hoge bescherming tegen de ziekte: rond 95 procent. Van deze vaccins is niet genoeg voorraad om er iedereen op korte termijn mee te vaccineren. Daarom zijn ook effectieve vaccins van andere producenten nodig, zelfs als daarvan de effectiviteit iets lager ligt, zoals dat van AstraZeneca. Als heel veel mensen zijn ingeënt met een vaccin dat bijvoorbeeld 70% beschermt, wordt de ziekte geremd en hopelijk ook de verspreiding van het virus.

    Er zijn verschillende typen kandidaatvaccins in de maak. Elk vaccintype heeft zijn eigen voor- en nadelen. Het voordeel van mRNA-vaccins is dat ze snel te maken zijn in een reactievaatje. Voor vaccins op basis van een onschuldig dragervirus, zoals dat van AstraZeneca en van Janssen, zijn bijvoorbeeld levende cellen nodig om het op te kweken. Daarvoor zijn meer zuiveringsstappen nodig, en moet antibiotica worden gebruikt. De mRNA vaccins bevatten geen antibioticaresten en geen conserveringsmiddelen zoals aluminium of formaldehyde.

  6. Wat zijn bijwerkingen van mRNA-vaccins?

    De kortdurende, direct optredende bijwerkingen zijn in studies tot nu toe goed duidelijk geworden. Het vaakst rapporteerden proefpersonen pijn op de injectieplek, daarnaast kwamen vermoeidheid en hoofdpijn en spierpijn vaak voor, een dag of twee na de prik. Koorts, rillingen of gewrichtspijn werden ook gemeld. Gemiddeld waren deze bijwerkingen na een dag over, en met een simpele pijnstiller goed te doen. De bijwerkingen waren iets heviger na de tweede dosis, en ouderen (mensen boven 55 jaar) hadden er minder last van. De aard van de bijwerkingen verschilde niet tussen de vaccins van Moderna en Pfizer. Bij dat van Moderna meldden proefpersonen ze wel iets vaker.

    In zeldzame gevallen kan iemand een ernstige allergische reactie krijgen na de vaccinatie. Iedereen die een vaccinatie heeft gekregen, moet daarom 15 minuten op de priklocatie blijven. Op die locaties staat een koffertje met een adrenaline-injectie klaar om de hevige reactie te stoppen. Mensen die weten dat ze allergisch zijn voor een van de bestanddelen van de vaccins, moeten het niet krijgen. Wie al eens eerder een ernstige allergische reactie kreeg na een vaccinatie, moet vooraf eerst overleggen met de arts op de priklocatie, adviseert het RIVM.

  7. En wat zijn de bijwerkingen op lange termijn?

    Enkele tienduizenden mensen hebben tot nu toe de twee doses van deze vaccins gekregen en zijn twee tot vier maanden gevolgd. Zeer zeldzame bijwerkingen zullen pas aan het licht komen als het vaccin aan grotere en gevarieerdere groepen mensen wordt gegeven, en na langere tijd. Fabrikanten moeten bijwerkingen na de toelating voor hun eigen vaccin in de gaten blijven houden, en op Europees niveau zullen alle vaccins samen worden bewaakt. Het scherpst wordt gelet op ‘vaccin-geassocieerde versterkte ziekte’ (VAED is de Engelse afkorting). Daarbij wordt iemand die ingeënt is en die daarna besmet wordt met die ziekteverwekker, in zeldzame gevallen onbedoeld juist érger ziek. De antilichamen die het vaccin opwekt, remmen dan het virus niet, maar helpen het juist om cellen nog beter te infecteren. Dat gebeurde in 2017 bij een vaccin tegen dengue (knokkelkoorts), en in de jaren 1960 bij een vaccin tegen het RS-virus. Die vaccins zijn gemaakt met andere technieken, niet vergelijkbaar met die van een mRNA vaccin.

    Bij geen van de kandidaatvaccins tegen Covid-19 is dit fenomeen tot nu toe gezien. Maar bij proefdieren is het weleens voorgekomen met experimentele vaccins tegen SARS1 en MERS, twee andere gevaarlijke ziekten door coronavirussen. Voor de zekerheid stelt de FDA daarom specifieke eisen aan de immuunreactie die de nieuwe coronavaccins opwekken. Er moeten onder meer voldoende aantallen aanwezig zijn van een bepaald type immuuncellen (T-helper 1 cellen).

  8. Welke zeldzame bijwerkingen zijn er in het verleden aan het licht gekomen na vaccinaties?

    Fabrikanten moeten na de toelating voor hun eigen vaccin in de gaten blijven houden of er zeldzame bijwerkingen optreden. Daarnaast zal dat voor alle vaccins samen ook op Europees niveau worden bewaakt. Daarvoor is alvast in kaart gebracht hoe vaak 38 verschillende ziektebeelden nu voorkomen die mogelijk zouden kunnen optreden na vaccinatie, die door Covid-19 zelf kunnen optreden, en complicaties die kunnen optreden bij de zwangerschap. Zo kunnen ze snel vaststellen of deze aandoeningen na de vaccinaties opvallend toenemen.

    Zeven aandoeningen op die lijst zijn in zeldzame gevallen wel eens opgetreden na bepaalde vaccinaties, zoals een ernstige allergische reactie, koortsstuipen, of een acute ontsteking van hersenen, zenuwen of bloedvaten, en een plotseling tekort aan bloedplaatjes.

  9. Veranderen mRNA vaccins je dna?

    Nee. Dna zit in de celkern, en het mRNA uit vaccins komt daar niet. Het belandt tussen de tienduizenden mRNA moleculen die een cel van zichtzelf al bevat, en alleen in de cellen rondom de prikplek. De kans dat mRNA teruggekopieerd wordt naar dna is al erg klein. De kans dat dit stukje dna vervolgens wordt ingebouwd op een cruciale plek in het erfelijk materiaal in de celkern is ook verwaarloosbaar. Als dat al gebeurt, is dat geen probleem: de meeste cellen delen zich maar een paar keer en gaan dan dood. Bovendien bestaat 98,5 procent van ons dna uit zogeheten ‘junk-dna’: het heeft geen functie. Slechts 1,5 procent van ons dna bevat de belangrijke genen. De kans dat het onverhoopt daarin terechtkomt, is dus verwaarloosbaar.

    Er bestaan wel rna-virussen die zich in je dna nestelen en die zich vanuit daar laten kopiëren: dat zijn retrovirussen, zoals bijvoorbeeld hiv. Maar die slepen daarvoor een hele moleculaire gereedschapskist mee de celkern in. Die gereedschapskist hebben coronavirussen niet, het is een compleet ander virustype.

  10. Ik ben al besmet geweest met het coronavirus, moet ik dan alsnog een vaccin krijgen?

    Ja. Niet iedereen maakt voldoende antistoffen aan na een eerder doorgemaakte infectie, en het is niet duidelijk hoe lang iemand na een eerdere infectie beschermd is tegen de ziekte. Daarom adviseert de Gezondheidsraad om ook mensen die al eens besmet waren te vaccineren.

    Iemand moet wel hersteld zijn van Covid-19 voordat er gevaccineerd wordt. Je kunt de prik pas tenminste vier weken na de positieve testuitslag of de start van de symptomen krijgen. Zo blijft duidelijk wat de oorzaak is als er na de inenting eventueel ziekteklachten ontstaan. En wie besmet is of klachten heeft die op Covid-19 kunnen wijzen, moet natuurlijk niet naar de priklocatie komen.

  11. Ik ben zwanger, kan ik dan een vaccin krijgen?

    In studies bij zwangere ratten zijn geen nadelige effecten gezien met de vaccins van Pfizer en van Moderna, en onderzoekers verwachten die ook niet bij dit type vaccin. Maar de entstoffen zijn nog niet goed onderzocht bij zwangere vrouwen. Er zijn dus nog te weinig gegevens over de werkzaamheid en de veiligheid. Daarom adviseert de Gezondheidsraad voor de zekerheid om de vaccins niet te gebruiken bij vrouwen die in verwachting zijn, tot daarover meer bekend is. Vrouwen die in verwachting zijn lopen wel iets meer risico op een ernstiger verloop van een Covid-19 infectie. Voor sommige zwangeren kan het daarom toch verstandig zijn om zich wel te laten inenten, in overleg met de behandelend arts.

    Zwangere vrouwen die gevaccineerd zijn, of bij wie achteraf is gebleken dat zij ten tijde van vaccinatie in verwachting waren, worden goed in de gaten gehouden door Bijwerkingencentrum Lareb. Vrouwen die zwanger willen worden, kunnen de prik wel krijgen. De Gezondheidsraad ziet ook geen reden om een inenting met deze vaccins bij vrouwen die borstvoeding geven af te raden, omdat op basis van de kennis en ervaring met andere entstoffen. Het is aannemelijk dat deze vaccins niet in de moedermelk terecht komen.

  12. Waarom worden kinderen niet gevaccineerd?

    Er zijn nog geen studies met deze vaccins gedaan bij kinderen (mensen onder de 16 of 18 jaar), die zullen nog worden gedaan. Kinderen worden ook vrijwel nooit ernstig ziek van een infectie met het coronavirus, en ze lijken een kleine rol te spelen bij het doorgeven van het virus.

  13. Waarom moeten gevaccineerden zich nog aan de coronaregels houden?

    Direct na de eerste prik is de beschermende afweerrespons nog niet opgebouwd. Het duurt zo’n vier weken tot die goed ontwikkeld is. Bij de vaccins van Pfizer en van Moderna is na drie tot vier weken een tweede prik nodig om de immuunrespons nog beter aan te zwengelen. Die tweede ontwikkelingsslag heeft ook weer tijd nodig.

    Daarnaast zijn de vaccins nu goedgekeurd omdat ze de gevaccineerde beschermen tegen het krijgen van de ziekte Covid-19. Uit de onderzoeken tot nu toe is nog niet duidelijk of ze ook voorkomen dat iemand ongemerkt geïnfecteerd raakt met het virus, en het zo toch kan doorgeven aan anderen. Ook is nog niet bekend hoe lang de opgewekte immuunrespons sterk genoeg blijft om bescherming te bieden. Daarom blijft het voorlopig nodig om anderhalve meter afstand te houden, de handen regelmatig te wassen, samenkomsten in grote groepen of in kleine ruimtes te vermijden, en een mondkapje te dragen waar geen afstand gehouden kan worden.

  14. Krijg je als je gevaccineerd bent een positieve uitslag bij een PCR-test of een antigeen-sneltest?

    Nee. De vaccinatie heeft geen invloed op de uitslag van die testen.

  15. Beschermen deze vaccins ook tegen de variant die recent opdook in Groot-Brittannië?

    Het virus verandert in de loop van de tijd steeds een klein beetje, dat is het afgelopen jaar al veelvuldig gebeurd. Dat zijn steeds maar kleine veranderingen. Tot nu toe zijn er nog geen duidelijke aanwijzingen dat deze vaccins veel minder goed beschermen tegen deze varianten, maar wetenschappers houden dit nauwlettend in de gaten.

    De vaccins die nu gebruikt worden, wekken een brede afweerreactie op, met een grote hoeveelheid verschillende antistoffen tegen het zogeheten spike-eiwit: het uitsteeksel aan de buitenkant van het virus, waarmee het onze cellen binnendringt. Dat eiwit bestaat uit 1250 bouwstenen (aminozuren), en de veranderingen betreffen vaak maar enkele van die bouwsteentjes. Dan blijven er naar verwachting voldoende antistoffen over die de spike kunnen herkennen. Omdat de huidige vaccins 95 procent effectief zijn, zou een lichte daling van die bescherming ook nog geen probleem hoeven zijn. Maar er is nog wel vervolgonderzoek nodig om de effectiviteit van vaccins tegen de recent ontstane varianten vast te stellen.

    Lees ook: Verdachte virusvariant met opvallend veel mutaties
  16. Zijn de vaccins snel aan te passen aan de nieuwe virusvarianten als dat nodig is?

    Genetische vaccins zoals die van Pfizer en Moderna zijn makkelijk aan te passen aan een nieuwe virusvariant: het is een kwestie van dezelfde kleine veranderingen in de genetische code van het corona-mRNA in het vaccin inbouwen. Een dergelijke aanpassing in een al goedgekeurd vaccin vergt wel een nieuwe beoordeling door geneesmiddelenautoriteiten, maar dat kan sneller gaan dan de goedkeuring van een geheel nieuw vaccin. Hoeveel extra onderzoeksgegevens vaccinmakers dan moeten aanleveren hangt af van de aard en het aantal van de wijzigingen. Er moet in elk geval weer onderbouwd worden dat het aanpaste vaccin een goede afweerreactie opwekt tegen de nieuwe én de oorspronkelijke variant, en dat het veilig is. Het is vergelijkbaar met het proces voor griepvaccins, die moeten ook ieder jaar opnieuw worden aangepast aan de nieuwe stam.

  17. Met welke medische indicaties krijg je voorrang?

    Binnen de groep 18 tot 60-jarigen wordt onderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder medische indicatie.

    De groep 60-minners mét medische problemen - 1,8 miljoen mensen - wordt volgens de planning van het kabinet vanaf half februari ingeënt. De groep komt overeen met mensen die normaliter de griepprik ontvangen. Het gaat volgens de Gezondheidsraad om „mensen met ernstige aandoeningen aan hart of luchtwegen”, diabetes, nierproblemen, een afweerstoornis en mensen die vatbaarder zijn voor luchtweginfecties.

    Net als de griepprik zullen zij de inenting via de huisarts ontvangen. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) hoopt half februari te kunnen starten met het vaccineren van deze groep, zodra het vaccin van AstraZeneca goedgekeurd is. Maar juist over de effecten van dit vaccin bestaat door een fout in de testfase verwarring. Eén groep kreeg bij de eerste inenting een halve dosis van het vaccin.

    60-minners zonder medische indicatie - 7,1 miljoen mensen - worden vanaf maart, april gevaccineerd. Zij krijgen een van de vier nog goed te keuren vaccins – naast AstraZeneca, heeft Nederland afspraken gemaakt met de farmaceuten Sanofi, CureVac en Janssen.

    Bij zestigplussers wordt geen onderscheid gemaakt op medische indicatie. Oudere mensen lopen een hoger risico om ernstig ziek te worden of te overlijden aan het coronavirus, laat een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid weten. „Vandaar dat ervoor is gekozen in deze groep dit onderscheid los te laten. In de groep 18 tot 60-jarigen is dit onderscheid wel relevant.”

  18. Vorm en techniek: Koen Smeets.