Kunstcriticus James Figueras (Claes Bang, rechts) krijgt van kunsthandelaar Joseph Cassidy (Mick Jagger) een onweerstaanbaar aanbod, in ‘The Burnt Orange Heresy’.

Foto Jose Haro / Cineart

Interview

‘De magie van geld brengt altijd een perverse corruptie met zich mee’

Interview | Giuseppe Capotondi en Claes Bang Is er een verschil tussen een schilderij vervalsen en een fictief leven voor jezelf verzinnen op Instagram of fake news verspreiden, vraagt regisseur Giuseppe Capotondi zich af naar aanleiding van zijn kunstthriller ‘The Burnt Orange Heresy’.

‘Als ik daar in dat museumzaaltje in Milaan had gezeten, dan was ik waarschijnlijk ook in mijn eigen verhaal getrapt.” Aan het woord is de Deense acteur Claes Bang, bekend uit kunstsatire The Square, die nu voor de tweede keer in korte tijd in een film over de kunstwereld speelt.

The Burnt Orange Heresy, naar het gelijknamige boek van Charles Willeford is een Hitchcockiaanse thriller, een How to Catch a Thief”, aldus regisseur Giuseppe Capotondi, die in Bang een „moderne Cary Grant zag.” Zijn film gaat over een kunstcriticus die verstrikt raakt in een web van leugens en bedrog van een kunsthandelaar. Die wil via de criticus een schilderij bemachtigen van een kunstenaar die teruggetrokken op zijn landgoed leeft.

Bang moet lachen als hij de vergelijking met Cary Grant hoort. „Het is maar goed dat ik dat niet wist, want ik zou nooit een rol kunnen spelen met een andere acteur in mijn achterhoofd. Bovendien is mijn personage James, een kunstcriticus die aan het begin van de film een lezing geeft over authenticiteit en vervalsing veel zelfverzekerder dan die Hitchcockmannen. Maar het klopt wel een beetje. Een man zonder verleden, een fatale vrouw…”

Bang en Capotondi zijn op het filmfestival van Toronto. Het is 2019. Het festivalcircus draait in dat jaar nog op volle toeren. Ze zijn net geland, want een paar dagen eerder heeft de film in Venetië z’n wereldpremière beleefd. Bang is tussen de premièrefeestjes en persmomenten door nog even op de kunst-Biënnale geweest. „Ik kijk heel intuïtief naar wat ik mooi vind. Maar ik ga wel op de aanbevelingen van critici af. Ze leren me soms met andere ogen kijken. Of een betekenis zien die ik misschien zelf niet zo snel ontdekt had.”

Heel toepasselijk allemaal vinden ze allebei, want Capotondi verplaatste de keiharde thriller van Charles Willeford uit 1971, van zonovergoten Miami en een parodie op de popart van Andy Warhol, naar een hedendaags Italië dat zwanger is van klassieke kunst en Europese geschiedenis. „En toch”, zegt Capotondi, „is niet eens die kunstwereld als setting zo belangrijk. Dit verhaal had zich ook in de financiële wereld kunnen afspelen, of eigenlijk overal waar genoeg geld en macht is om ‘fake news’ te creëren. De magie van geld brengt altijd een soort perverse corruptie met zich mee. Het oorspronkelijke verhaal speelt zich af in Palm Beach, maar daar wilde ik niet naartoe, ik had geen zin om Trump tegen het lijf te lopen. Maar deze film gaat natuurlijk ook over mensen zoals hij, die mensen in hun leugens willen laten geloven.”

Er hangt wel een speciale mystiek rondom de kunstwereld, vinden ze allebei. Die mystiek maakt dit verhaal over een kunstcriticus die zijn ziel aan de duivel verkoopt geloofwaardig. De mythe van de kunstenaar: hoe komen al die grote werken tot stand?

„Toen het boek werd geschreven, vond er bovendien net een grote omslag in de kunstwereld plaats”, aldus Capotondi. „Kunst werd een investering. Gesprekken over schoonheid werden vervangen door gesprekken over geld.”

Lees hier de recensie van ‘The Burnt Orange Heresy’

„Als je een film in de kunstwereld situeert, krijg je vanzelf een metafilm”, zegt Bang, die grapt dat hij na The Square alleen nog maar films in de kunstwereld wil maken. „Het is alsof je in tien spiegels tegelijkertijd kijkt, die allemaal jouw spiegelbeeld heen en weer reflecteren. Bij deze film past dat goed, want iedereen heeft iets te verbergen. Ik moet zeggen dat ik nu wel naar de film kijk als een toeschouwer, als een criticus bijna. Als ik met zo’n personage als James aan de slag ga, dan denk ik niet aan dat soort dingen. Dan moet ik van binnenuit naar hem kijken. En dan kom ik bij zijn enorme ambitie. Die is voor mij heel herkenbaar. Ik wil ook het beste geven. In de film krijgt hij net als in de maffiafilm ‘een aanbod dat hij niet kan afslaan’. Als ik zo’n voorstel zou krijgen? Ik zou er wel heel lang over nadenken.”

Faustiaans, noemt Capotondi dat moment. „Mick Jagger, de kunstverzamelaar die James in zijn palazzo uitnodigt, lokt hem met een interview met een Mark Rothko-achtige kunstenaar. Hij speelt de duivel, de Mefistofeles. Claes is dan de Faust-figuur. En Donald Sutherland, de schilder? Die is Mercurius, de god van het goud, van de handel, maar ook van de dieven. Is er een verschil tussen een schilderij vervalsen, een fictief leven voor jezelf verzinnen op Instagram of fake news verspreiden? Dat is voor mij de relevantie van deze film.”