Stijn Schoonderwoerd, de nieuwe directeur van Nationale Opera en Ballet.

Foto Evert Elzinga/ ANP

Interview

‘De magie van een volle zaal, die beleef je niet thuis’

Interview Stijn Schoonderwoerd Stijn Schoonderwoerd wordt de nieuwe directeur van Nationale Opera en Ballet. Hij kent het bedrijf van binnenuit. „Dit is de mooiste baan die er is.”

Nog vier weken zit hij op zijn oude plek bij het Nationaal Museum van Wereldculturen, in 2014 ontstaan uit fusie van het Tropenmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde en (vanaf 2017, in nauwe samenwerking) het Wereldmuseum. Daarna volgt Stijn Schoonderwoerd (54), econoom van huis uit, Els van der Plas op als algemeen directeur van Nationale Opera en Ballet (NOB).

„Het was de uitdaging het Wereldmuseum en Tropenmuseum, beide met opheffen bedreigd, weer een vitale plek te laten innemen in het culturele en maatschappelijke leven”, zegt Schoonderwoerd vanuit zijn werkkamer thuis in Haarlem. „En dat in een tijd vol beladen vraagstukken, van Zwarte Piet tot koloniale roofkunst. De Nationale Opera en Het Nationale Ballet fuseerden al in 2013, maar ook daar is dé vraag hoe het huis zich moet positioneren in een veranderende maatschappij. Hoe maak je dat opera en ballet relevant blijven voor een breder publiek?”

Hoe gaan uw ervaringen bij de musea en uw eerdere banen in de muziekwereld u daarbij helpen?

„In een complexe organisatie als het Museum voor Wereldculturen leer je dat vernieuwen en veranderen altijd trager gaat dan je als leidinggevende zou wensen. Dat moet je accepteren, terwijl je ook blijft bewegen, blijft proberen.

Lees ook: ‘Donker Afrika’ is verdwenen uit Berg en Dal

„Toen ik orkestdirecteur was, zei een musicus tegen me: vergeet nooit dat jij een passant bent, terwijl het orkest blijft. Een culturele instelling is vaak een organisme met een lange traditie. Een goede directeur moet de kracht van die geschiedenis benutten en daar de vernieuwing op bouwen. Dat doe je door dienend te zijn, niet door je eigen invloed te overschatten. De traditie van NOB is er een van artistieke vernieuwing. Dat DNA moeten we voortzetten, maar wel aangepast aan de veranderende tijd.”

Nieuw, diverser publiek trekken is daarbij de grootste uitdaging.

„Ja. En daarbij is het belangrijk te beseffen dat het voor veel jonge mensen niet vanzelfsprekend is 3,5 uur naar een opera of balletvoorstelling te kijken. Dus als je de samenstelling van je publiek echt wilt verbreden en verjongen, is het niet voldoende om alleen zangers en dansers van kleur te casten. Dat verandert namelijk niks aan de voorstelling of de beleving. Je moet schaken op meer borden: thema’s tackelen die jongeren relevant vinden, nieuwe makers aantrekken, andere vormen verzinnen.”

Dan nog blijft opera duur, met prijzige kaarten. En een, pre-corona, hoge, maar dalende zaalbezetting.

„Opera ís de duurste kunstvorm en internationaal gezien is het prijsniveau hier normaal. Maar voor iemand die voor het eerst naar een voorstelling gaat, kan ik me indenken dat het veel geld is. NOB doet al veel aan het werven van nieuw publiek, maar ik denk zeker dat het goed is te onderzoeken wat je nog verder kunt doen met prijsdifferentiatie.”

Nationale Opera & Ballet is een organisatie, met – hoewel gefuseerd – twee wezenlijk andere kunstvormen onder één dak. Hoe ziet u dat?

„De diversiteit maakt dit tot de mooiste baan die er is: de verscheidenheid van alles wat er op het podium verschijnt en het huis waar het allemaal wordt gemaakt. Van de decorafdeling tot de schoen- en pruikenmakers: er is zoveel liefde en vakmanschap aanwezig. Ik zie NOB als een familie. Ik heb zelf vier kinderen, dan leer je: iedereen is anders. Je respecteert de verschillen en ergert je soms, maar weet ook: we horen bij elkaar. En de verschillen tussen opera en ballet bieden ook kansen. Het publiek van beide genres is heel anders. Breng je ze samen, kan dat wat opleveren.”

Ik houd erg van groots en meeslepend. Wagner, Strauss, Tsjaikovski.

Oud-operadirecteur Pierre Audi zei eens: rustig blijven is dé eigenschap voor de algemeen directeur van NOB.

„Haha, ik bén rustig. En ik houd van temperament. De keerzijde van professionele betrokkenheid en vakliefde is dat mensen boos kunnen worden als ze niet krijgen wat ze willen. Dat vind ik alleen maar mooi. Niks zo erg als fletse desinteresse.”

Waar ligt uw hart? Mozart? Stockhausen? Modern ballet, of toch liever een Notenkraker?

„Ik houd erg van groots en meeslepend. Wagner, Strauss, Tsjaikovski. Een groot orkest met veel koperblazers, groot koor of veel dansers op het toneel. Als alles op volle toeren draait, vind ik dat een overweldigende ervaring.”

U treedt aan in de zwartste fase uit de geschiedenis van het huis. Uitdaging, of beproeving?

„Het managers-cliché is waar: een crisis is altijd óók een bron van nieuwe ontwikkelingen. Dat hebben de voorstellingen van het afgelopen half jaar en de enorme expansie van de online strategie ook getoond. Maar ik zie erg uit naar het moment dat er weer 1600 mensen in de zaal zitten. Licht uit, doek open en samen voelen: we gaan iets beleven. Díe magie beleef je niet thuis.”