2020: rampjaar voor bioscopen

Bioscopen De Nederlandse film deed het relatief goed in het voor bioscopen rampzalige coronajaar 2020.

Het aantal verkochte bioscoopkaartjes slonk van 38 miljoen in 2019 naar 16,8 miljoen in 2020.
Het aantal verkochte bioscoopkaartjes slonk van 38 miljoen in 2019 naar 16,8 miljoen in 2020. Foto Robin Utrecht

De jaarcijfers van de bioscopen zijn doorgaans een vrij saai ritueel. De filmdistributeurs van het FDN en de bioscoophouders van de NVBF heffen opgewekt het glas bij de nieuwjaarsborrel in het Amsterdamse Tuschinski, waar de bioscooprecette alweer blijkt te zijn gestegen, evenals het aantal bezoekers, films, zalen en stoelen. De trend is al tien jaar gunstig; hooguit gaat het over het marktaandeel van de Nederlandse film. Dichter bij 10 of 20 procent?

Dit jaar was er een presentatie in een leeg en kil Tuschinski. Met een verdubbeld marktaandeel – 20,7 procent na de bedroevende 10,9 procent van 2019 – bleek de Nederlandse film er nog relatief gunstig uit te springen in rampjaar 2020, waarin bioscopen vanaf medio maart elf weken in lockdown waren of zich met maximum 100 of 30 bezoekers per zaal behielpen. Het aantal verkochte kaartjes slonk zo van 38 miljoen naar 16,8 miljoen, de recette van 348 miljoen naar 152 miljoen euro.

De Nederlandse film profiteerde ervan dat Hollywood zijn blockbusterfilms naar 2021 doorschoof. De Nederlandse nummer één – nummer drie op de toptien – was met 712.000 verkochte tickets De Beentjes van Sint-Hildegard (Herman Finkers veinst alzheimer om aan zijn bazige echtgenote te ontsnappen). Die film had het geluk al medio februari in première te gaan; nummer twee, Linda de Mol-vehikel April, May en June (514.000 kaartjes) deed dat in december 2019 en nummer drie Onze Jongens in Miami (293.000) eind januari.

Toch daalde ook het bezoek aan Nederlandse films met 20 procent, op een totale daling van 56 procent. Na de eerste lockdown slonk het bioscoopbezoek zelfs met 73 procent. In de eerste zeventig dagen was dat bijna 10 procent hoger dan in topjaar 2019.

Komend half jaar zijn de bioscopen nog niet van het coronavirus af: vandaar dat het gesprek in Tuschinski dinsdag wat zorgelijk was. Ging het vorig jaar over spectaculaire nieuwe filmformaten, ditmaal om steunregelingen en ‘fieldlabs’: een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken waardoor het bezoek aan bioscoop – waar niet wordt bewogen, gedanst of gezongen – mogelijk wat omhoog kan.

De bioscopen hopen vurig een verruiming van de horecaregels. De vuistregel blijft dat je met bioscooptickets hooguit quitte speelt maar met popcorn en Belgisch bier je winst boekt. In 2020 was naast de elf weken lockdown de popcornbalie nog vijftien weken dicht.

Winnie Sorgdrager, voorzitter van bioscoopbond NVBF, hoopt dat Den Haag alsnog tot soepelheid te bewegen is. „Het idee is daar: niet ingewikkeld doen, geen eten of drinken nuttigen in dezelfde ruimte waar je het koopt. Maar ja, dan haalt iemand een blikje cola in de naburige supermarkt en krijg je méér beweging dan iemand die op weg naar de bioscoopzaal koffie bestelt.” Jacques Hoendervangers, directeur van marktleider Pathé: „Alle respect voor de overheidsmaatregelen, maar over horeca wordt te licht gedacht. Je kan dat probleem in een handomdraai oplossen, door bioscoopbar een afhaallocatie te noemen.”

Streaming

Een heikel punt blijft ook komend jaar ‘het traditionele window’. Sinds de komst van de video in de jaren tachtig hebben distributeurs en bioscopen een afspraak dat een film zo’n drie maanden exclusief in de bioscoop draait voor hij beschikbaar komt op video en tv. Dat model kwam door Netflix al onder druk; de pandemie heeft het ‘traditionele window’ definitief ingegooid, zo lijkt het.

Hajo Binsbergen, directeur van Warner Bros, noemt dat „geen vanzelfsprekendheid meer” nu de markt „mede door corona” is veranderd. En zelfs al zou Binsbergen aan die drie maanden willen vasthouden, daar wordt internationaal (lees: in het hoofdkwartier in het Amerikaanse Burbank) „heel anders tegenaan gekeken”.

Warner Bros kende een bizar jaar. Afgelopen zomer werd de studio bejubeld als redder van de bioscoop omdat die het als enige aandurfde een blockbuster uit te brengen: tijdreisspektakel Tenet. Ondanks halflege zalen werd die met 720.000 bezoekers de bestbezochte film van regisseur Christopher Nolan in Nederland. Mondiaal viel de recette tegen: Warner Bros gooide het radicaal over een andere boeg met de aankondiging al zijn 21 films in 2021 in de VS tegelijk in de bioscoop en op zijn streamingdienst HBO Max uit te brengen.

HBO Max is in Nederland nog niet actief, maar voor de nieuwe eigenaar van WarnerMedia, telecomconcern AT & T, heeft streaming de hoogste prioriteit. Maar ook in Nederland boekte streaming voor 2020 al meer omzet dan bioscopen. Disney besloot twee grote titels – Mulan en Soul – direct op zijn streamingdienst Disney+ uit te brengen, Universal ontdekte dat het meer verdiende door zijn animatiefilm Trolls World Tour als ‘premium video on demand’ te streamen dan met een bioscooprelease. Dat de grote bioscoopketens Pathé en Vue in december met Warner Bros aanvankelijk geen akkoord wisten te bereiken over de vertoning van Wonder Woman 1984 doet vermoeden dat er meer frictie zal volgen tussen distributeurs en bioscopen.

Hoe dan ook is het hek van de dam: bioscopen zullen films in de toekomst minder lang exclusief kunnen vertonen. Sorgdrager: „Als bioscoopsector praten we daar natuurlijk over en denkt iedereen het zijne. Maar we beseffen wel dat verzet niet zo vreselijk veel zin heeft.” In haar ogen moeten bioscopen zich nog meer richten op de unieke bioscoopbeleving via boutiquezalen met luxe fauteuils, zijmuurprojectie, bewegende stoelen. Al is het risico van zulke dure formaten dat bioscooptickets – zoals in de VS – voor een doorsnee gezin te duur worden, erkent Sorgdrager. „Maar met een tientje per kaartje zijn we daar nog lang niet.”

Ook zonder pandemie was 2020 het jaar van streaming geworden: het coronavirus heeft die trend versneld. Jacques Hoendervangers van Pathé blijft positief. „Ook met minder Hollywood hebben we op de situatie ingespeeld door kleine films groot te maken, meer Nederlandse films te laten zien, onafhankelijke distributeurs een podium te geven.” Ook hij hoopt dat op de pandemie de ‘roaring twenties’ volgen. „We hebben in 2020 heel lekker thuis leren koken, maar dat betekent niet dat we straks niet naar het restaurant terugkeren.”