Toerisme na corona: we beseffen dat de reisgekte echt voorbij is

Toerisme Minder verre en minder korte vluchten, dat wordt de norm na de coronacrisis. Massatoerisme was al eerder op zijn retour. „Met duizend man aan het ontbijt in een groot resort, dat wil je niet meer.”

Illustratie XF&M

Aan de voet van de Waagtoren in Alkmaar staat een bronzen kaasmeisje. Ze buigt een beetje voorover en ze tuit haar lippen. Elke vrijdagmorgen van april tot oktober passeren hier drommen toeristen, onderweg naar de Kaasmarkt. Sommigen kussen het standbeeld. Het afgelopen seizoen heeft niemand het meisje op de mond gezoend.

„Voor het eerst sinds 1539 hebben we geen kaasmarkt gehouden”, zegt wethouder Pieter Dijkman (Economie, VVD) op een leeg Waagplein. „In de oorlog is wel eens een markt uitgevallen. Dit is een gevoelige klap voor het toerisme in de stad.”

Jaarlijks trok de kaasmarkt, vroeger de plek waar Noord-Holland-Noord zijn kazen verhandelde, ruim 150.000 bezoekers. 2019 was een goed jaar met 166.000 bezoekers, door de extra markten op dinsdagavond in juli en augustus. „Voor dit seizoen hebben we nagedacht over alternatieven”, vertelt Dijkman. „Betere spreiding, vaste looproutes, we kwamen er niet uit. Het werd al snel te druk.”

Toerisme is goed voor 7 procent van de lokale economie, de stad snakt naar meer. Hoeveel schade Alkmaar heeft opgelopen weet de gemeente nog niet. „Vooral de horeca is zwaar getroffen.” Ook de detailhandel heeft het moeilijk; in het centrum staan veel panden leeg.

Dijkman hoopt dat de kaasmarkt in de zomer weer doorgaat. „Dan is elke gast welkom, maar liever zie ik een ander type bezoeker.” De stad profiteert te weinig van toeristen die vrijdagmorgen per touringcar aankomen, kort blijven en doorgaan naar de volgende attractie. „Ze kopen hier zelfs geen kaas. De touroperator heeft een deal met de kaasboer in Edam.” Hij wil liever toeristen die aan de kust logeren. Die spenderen meer en komen nog eens terug tijdens hun verblijf in Egmond of Bergen aan Zee.

De Alkmaarse wethouder is niet de enige die droomt van een herstel van een toerisme dat beter, duurzamer en veiliger is. Zijn Amsterdamse collega Victor Everhardt zei eerder in de Volkskrant: „Bezoekers die alleen komen om te drinken en blowen zie ik liever niet meer terug.

Ook de reisbranche beleefde een dramatisch jaar. Van grote touroperators als TUI, Corendon en Sunweb tot de beheerders van de kleine bed-and-breakfast, de boerencamping, het hippe tinyhouse: hoe gaan die zich herstellen?

Iedereen wil graag weer op vakantie, zeggen experts. Kijk naar de run op bestemmingen die de afgelopen maanden even ‘geel’ werden (en daarna weer snel ‘oranje’): Curaçao, de Canarische Eilanden. Maar voor het eerst hoor je ook mensen over ‘vakantieschaamte’. Moet je elk jaar een verre reis maken? Of vliegen naar Parijs voor een dagje shoppen? In de familie-app vraagt het mondige nichtje: „Dus jij denkt even op vakantie te kunnen gaan en zo mijn gezondheid in gevaar te brengen?”

Anders reizen

Het toerisme moet zich aanpassen aan een leven waarin Covid-19 misschien onder controle is, maar waarin een grote kans bestaat op een nieuwe pandemie. Reizen zal anders zijn, is de conclusie na een ronde langs experts. Minder ver, minder vliegen over korte afstanden, meer aandacht voor duurzaamheid, veiligheid en controle, minder zakenreizen. Dat laatste lijkt minder van belang voor de toerist, maar de zakenreiziger is de melkkoe van veel vliegtuigmaatschappijen en draagt zo bij aan goedkopere tickets op andere vluchten.

2020 was een rampjaar voor het toerisme, zowel in Nederland als naar het buitenland. De reissector kreeg te maken met een „reusachtig omzetverlies”, stelde brancheorganisatie ANVR begin december. De omzet daalde zo’n 84 procent; 30 procent van het personeel is ontslagen. Voor 2021 verwacht de sector een omzet die niet hoger is dan 55 procent van 2019. „Het einde is nog niet in zicht”, aldus Frank Oostdam, voorzitter van de ANVR.

Ook het toerisme naar Nederland kreeg in 2020 harde klappen. 7 miljoen internationale toeristen en zakenreizigers bezochten Nederland in 2020, volgens het CBS en het Economisch Bureau van ING. In 2019 kwamen nog 20,1 miljoen buitenlanders naar Nederland. Dat is een daling van 65 procent.

Hotels zijn volgens Thijs Geijer, econoom van ING, het zwaarst getroffen deel van de Nederlandse horeca. In het tweede kwartaal haalden hotels 20 procent van hun omzet in 2019, in het derde kwartaal was dat 68 procent, in het vierde kwartaal naar verwachting 20 procent. „Hotels in de stad hebben het veel lastiger dan aan de kust of in het buitengebied.”

Binnenlandse gasten zijn nu de steunpilaar van de sector, aldus ING. Hotels, vakantieparken en campings hadden in 2020 75 procent gasten uit Nederland, 25 procent uit het buitenland. In 2019 was dat nog 55 procent Nederlands, 45 procent buitenlands.

Volgens ING blijft de Nederlandse gast ook in 2021 van bovengemiddeld belang. Ook al wordt vanaf het tweede kwartaal internationaal reizen naar verwachting weer mogelijk. Vooral toerisme uit de buurlanden komt stapsgewijs op gang. „De drempel zakelijk te reizen is blijvend hoger geworden”, aldus ING-econoom Geijer. „Videoconferencing is uitgegroeid tot een steeds beter alternatief.”

Mensen worden voorzichtiger in hun vakantieplannen voor 2021, stelt het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC). Het publiceerde in november zijn vijfde Internationale Vakantiemonitor. „Bijna 45 procent van de Nederlanders is positiever gaan denken over een vakantie in eigen land en overweegt ook in 2021 op vakantie te gaan in Nederland.”

De crisis heeft enorme impact op de vakantieplannen, aldus het NBTC. Mensen in Nederland, Duitsland, België en VK beperken de reisplannen. „Zes op de tien ondervraagden geeft aan minder vaak op vakantie te gaan.”

Massatoerisme

„Toerisme is gewend aan crises: politieke onrust in een vakantieland, een orkaan”, zegt Bas Hillebrand. Eén dag in de week is hij hoogleraar innovatie in het toerisme aan de Nyenrode Business Universiteit, verder is hij hoogleraar marketing management en innovatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „De sector is heel flexibel. Maar deze pandemie is van een heel andere orde. Het herstel zal jaren vergen.”

Een vakantie is de voorbije jaren binnen bereik gekomen van velen, zegt Hillebrand. „Dat is iets waardevols. De welvaart is gestegen en de kosten van toerisme zijn gedaald, onder meer door lage ticketprijzen. Het aantal toeristen is enorm gestegen. Chinezen gaan bijvoorbeeld in grote aantallen op reis.”

Dat leidde ertoe dat sommige plaatsen te afhankelijk zijn geworden van massatoerisme, zegt Hillebrand. „Overtoerisme is een probleem. De coronacrisis heeft dat besef versterkt. In populaire steden zijn inwoners nu opgelucht: er zijn minder toeristen. Het besef dringt door dat we niet op de oude voet kunnen doorgaan. We moeten niet alleen luisteren naar de toerist, maar ook naar andere actoren.”

Hillebrand weet niet hoe het toerisme zich precies zal ontwikkelen. „Maar veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zullen centraal staan. Technologie kan helpen. Denk aan een app, die zorgt dat toeristenstromen worden gespreid. Gebruikers krijgen alternatieven als het ergens te druk is. Te veel mensen in het Rijksmuseum? Bezoek dan een ander museum in Amsterdam… mét korting als je de code in de app laat zien.” Zo, zegt Hillebrand, kan je toeristen bewegen andere keuzes te maken. Ook op Texel was vorige zomer zo’n app beschikbaar.

Door alle beperkingen zijn mensen meer gewend geraakt aan tijdslots, zegt ook Thijs Geijer (ING). „Ik verwacht dat we moeten blijven reserveren voor tijdslots bij topattracties. Van de Efteling en het Anne Frankhuis tot het Louvre en het Alhambra. Dat bezorgt de toerist ook een betere ervaring. Je staat niet meer met z’n allen te dringen voor de Mona Lisa.”

Lees ook het interview met Mattijs ten Brink: Topman Sunweb: ‘Mijn grootste zorg is dat Nederland de paria van Europa wordt’

Een betere spreiding en kleinschaligheid zijn ook trends die Sunweb-directeur Mattijs ten Brink ziet. „Met duizend man aan het ontbijt in een groot resort, dat wil je niet meer. Die trend zagen we al voor corona. We willen ons meer richten op kleinschalige accommodaties, vijf tot tien kamers. Zo blijf je weg van de grote massa’s, voel je je veiliger en heb je meer het idee dat je een individuele reis maakt.”

De vrijheid van de individuele reis gecombineerd met de zekerheden van een georganiseerde vakantie. Zo, denkt Ten Brink, willen mensen dezer dagen op vakantie. Wie een los vliegticket boekte en een accommodatie bij Booking.com of Airbnb, merkte dit jaar dat ‘georganiseerde’ reizigers sneller werden gerepatrieerd tijdens lockdowns. Nederlandse bedrijven zijn dat wettelijk verplicht.

Ten Brink ziet dus een opleving van de georganiseerde reis. Sunweb experimenteert in Denemarken met reizen die automatisch op maat worden gemaakt door een ‘reisagent-robot’, dynamic packaging in vakjargon. „Slimme technologie kan je beter maatwerk leveren.”

Lees ook:Het toerisme is ziek. Het moet echt anders

In tijden van grotere onzekerheid willen toeristen meer controle, aldus Ten Brink. „Ze willen graag alles in de hand hebben, verlangen voorspelbaarheid. Daar proberen wij op in te spelen. Onze transferbussen die je naar je hotel of vliegveld brengen, rusten we uit met gps. Zo kan je in een app zien waar de bus blijft.”

Virtuele reisleider

Verder heeft Sunweb een ‘Holiday Dokter’-app: wie ziek wordt op vakantie kan in zijn eigen taal contact opnemen met een arts. „En we ontwikkelen een virtuele reisleider die 24/7 beschikbaar is voor vragen”, zegt Ten Brink. „Zo willen we alle stressmomenten tijdens een vakantie wegnemen. Zo kunnen we medewerkers anders inzetten; de reisleiding hoeft niet per se een fysieke reisleider te zijn.” Sunweb wil meer gebruikmaken van alle data om klanten persoonlijk advies te geven op locatie.

Gezondheid speelt in 2021 uiteraard een grote rol tijdens vakanties. Toeristen moeten wennen aan een test voordat zij op vakantie gaan, zeggen de deskundigen, net zoals je inentingen moet halen voor veel tropische reizen. „Sneltesten zijn belangrijk en blijven belangrijk, naast de vaccinaties”, zegt hoogleraar Hillebrand. Nog geruime tijd moeten vakantiegangers op vliegvelden, in veerhavens en elders een negatieve Covid-19-test kunnen tonen.

Nog sterker dan voorheen speelt dat de lusten van de een niet ten koste mogen gaan van de ander, verwachten de reisexperts. Dat geldt voor Covidbesmettingen, maar zeker ook voor geluidshinder en uitstoot van vliegtuigen. „Als we het milieu willen ontzien, moeten we minder gaan vliegen”, zegt Hillebrand. „Zeker als het gaat over korte afstanden zijn trein en auto vaak goede alternatieven voor het vliegtuig”.

Reisbedrijven spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van de grootste negatieve effecten van toerisme, zegt Ten Brink van Sunweb. „Van de uitstoot van CO2 tot plasticvervuiling. Het is best spannend hoe de rebound van deze crisis zal zijn. We willen meer vakanties per auto en waar mogelijk trein aanbieden.”

Maar, waarschuwt ING-econoom Rico Luman, het aanbod aan tickets zal zeker in de eerste periode van herstel groot zijn. „Dat leidt tot prijsdruk. Luchtvaartmaatschappijen vliegen nu met halflege toestellen. Zij bieden goedkope tickets aan om de toestellen voller te krijgen. Een zelfde principe speelt ook bij touroperators.”

De behoefte naar het buitenland te gaan zal niet verdwijnen, zeggen deskundigen, maar verre reizen worden nooit meer zo populair als vroeger. „Die markt zal zich nooit meer geheel herstellen”, denkt Ten Brink (Sunweb). „Maar ik verwacht niet dat vakantie elitair wordt. Iedereen heeft recht een paar weken rust te nemen en te genieten met dierbaren.”