‘Het wordt awkward als je alleen maar witte mensen in je tv-programma hebt’

Diversiteit Producer Nathalie Toisuta zocht zich een ongeluk naar hoofdrollen in tv-series die gespeeld worden door acteurs met een migratieachtergrond. Een gesprek met ingewijden over de hardnekkigheid van witte casting.

Nathalie Toisuta’s collage van witte Nederlandse series rechts. Links series met een diverse cast.
Nathalie Toisuta’s collage van witte Nederlandse series rechts. Links series met een diverse cast. Media Luna

Voor een remake van de serie Mensen zoals jij en ik wilde producer Nathalie Toisuta een acteur van kleur in de hoofdrol. „Even kijken hoe andere series dat doen”, dacht ze. „Moet je in het verhaal iets doen met de migrantenachtergrond? Hoe maak je afkomst als vanzelfsprekend aanwezig?” Maar toen ze door de series begon te bladeren, kwam ze helemaal geen hoofdrollen tegen van mensen van kleur. Iedereen was wit. Toisuta: „Bij serie nummer 53 dacht ik: zoek ik soms niet goed? Of is dit heel slecht nieuws?”

Uiteindelijk turfde zij 103 series in dertig jaar, van 1990 tot nu. Daarvan hadden slechts acht een gekleurde hoofdrol. En dat was altijd een gedeelde hoofdrol: er moest een witte hoofdrol naast. Toisuta: „Hoe kan dat? De omroepen horen toch televisie te maken voor alle Nederlanders?” De producer maakte een kleine presentatie van haar bevindingen, en ze belde de krant.

Lees ook: Kranten- en tv-redacties iets minder wit

Volgens het CBS wonen in Nederland tweeëneenhalf miljoen mensen met een niet-westerse achtergrond: bijna 14 procent. Zeker de helft hiervan is geboren Nederlander. Die zien zichzelf niet gerepresenteerd op de Nederlandse tv. Waarom is dat een probleem? Toisuta: „De tv geeft een totaal verkeerd beeld van Nederland. En onbewust zeg je tegen Nederlanders van kleur: jullie doen niet mee. Dat is funest voor de socialisatie van jongeren van kleur. Wat voor wereldbeeld geef je zo aan de vrienden van mijn zoon? Hun ouders betalen evenveel belasting, hun kinderen hebben ook schoolplicht en zij moeten zich ook aan de regels houden. Dus waarom mogen zij geen serie waarin zij zich herkennen?”

Toisuta heeft ook gekeken naar series met een ensemble waarin meerdere acteurs een hoofdrol hebben, zoals de scholierenseries Spangas, Brugklas, of bijvoorbeeld GTST. „Daarin is de verhouding al iets beter”. Deze nam ze echter niet mee in haar telling van hoofdrollen. Ook verder zijn een paar hoofdrollen van kleur buiten de telling beland. Toisuta: „Mijn onderzoek is gebaseerd op eigen telling en heeft geen wetenschappelijke basis.” De kans dat zij series heeft gemist of verkeerd geclassificeerd sluit ze niet uit. „Het is ook niet zo dat er géén hoofdrolspelers zijn met een migratieachtergrond”, benadrukt ze, „Opvallend is dat er niet één serie is met uitsluitend een hoofdrolspeler met een migratieachtergrond.” Toisuta wil niet alleen maar constateren, maar ook bijdragen aan verbetering, zegt ze. Ze is bezig met een documentaire over dit onderwerp.

Hoe komt het? Volgens Toisuta door ‘het systeem’ dat televisie maakt, de keten van mensen die bepalen hoe een serie eruit gaat zien: de producers, scenarioschrijvers, casting-agenten, de dramahoofden bij de omroepen, de zendermanagers van de NPO. Die zijn bijna allemaal wit. Toisuta: „Systemen zijn net als stofzuigers. Voor je het weet zit je erin.” Acteur Nasrdin Dchar vult aan: „De mensen die aan de touwtjes trekken, relateren ideeën voor series aan hun eigen wereldbeeld. En die wereld is wit.” Zelf heeft hij meegemaakt dat plannen voor series werden afgekeurd omdat ze ‘te Marokkaans’ of ‘te zwart’ waren. „Best pijnlijk. Je wilt afgekeurd worden op de inhoud, niet op basis van de migratie-achtergrond.”

Scenarioschrijver Dunya Khayame: „Het is geen kwade opzet, geen groot masterplan om ons buiten te sluiten. Het is koudwatervrees. Wat de boer niet kent, vreet hij niet. Dus zie je in series vaak meer van hetzelfde, met steeds dezelfde bekende, witte namen.”

Eén stereotiep verhaal

Scenarist Dunya Khayame breidde haar werk uit van acteren naar scenarioschrijven omdat ze dan meer vrijheid en macht heeft. „Ik bepaal nu mijn eigen regels, tot op zeker hoogte.” Meer dan naar de kleur van de hoofdrolspeler, kijkt ze naar het verhaal dat wordt verteld. Over migranten bestaat volgens haar in Nederlands drama maar één, stereotiep verhaal. „Wat we nodig hebben is diversiteit in de verhalen die we vertellen.” Als scenarist kan ze zelf die andersoortige verhalen zelf vertellen. In een schrijversteam werkt ze aan een serie voor de publieke omroep, Melk & Dadels, gebaseerd op de cabareteske theatervoorstelling over vier jonge vrouwen van Marokkaanse komaf.

„We hebben dit gesprek trouwens tien jaar geleden ook al gevoerd”, merkt Khayame op. In het NRC-archief zit inderdaad een artikel van deze verslaggever uit 2009 van vergelijkbare strekking. Toen beschreef Khayame het soort rollen waarvoor ze werd gecast: „Ik word uitgehuwelijkt, ik word besneden, ik heb een boze vader die mij in elkaar slaat, en mijn broers zijn kickboksende criminelen en terroristen. Dan komt een Hollander mij helpen…”

De stereotypering. Acteurs als Nasrdin Dchar nam zich al vroeg in zijn carrière voor geen stigmatiserende rollen aan te nemen, zoals de veelvuldig in series langskomende crimineel van Noord-Afrikaanse afkomst. In plaats daarvan speelde hij politieagent, fysiotherapeut, miljonair, en paranormale vader van een bollenkind – rollen waarin zijn migratieachtergrond niet of nauwelijks een rol speelde. Dat betekende veel minder werk, zegt hij. „Maar ik heb altijd nog mijn theatercarrière. Dus dan doet het iets minder pijn.”

Gek genoeg speelt Dchar nu alsnog een crimineel, in Mocro Maffia van Videoland. Wat gemengde cast en crew betreft wordt deze serie gezien als de grote doorbraak. Dchar: „Misdaad spreekt mensen aan. En wij hebben een serie gemaakt die op meerdere lagen iets zegt over die wereld, dus over Nederland. Maar het gaat niet alleen over criminelen. Het gaat ook over hoe misdaad een gewoon gezin ontwricht. Hoe moeilijk het is om uit de wereld te stappen.” Ja, die serie gaat over criminelen van niet-westerse komaf, en is in die zin stigmatiserend, zegt Dchar: „Maar de kijkers zien ook het verhaal erachter: succesvolle mensen van kleur die samen een succesvolle serie maken.” Op straat wordt hij herkend. ‘Hé Potlood!’ roepen ze dan. Het derde seizoen is vanaf 29 januari te zien op Videoland.

Lees ook: In Mocro Maffia wacht de dood op elke straathoek

Ook Dchar legt de nadruk minder op de kleur van de hoofdrol als op de wens om andersoortige verhalen te vertellen. „Dat de ervaring van mensen met een niet-westerse achtergrond nog geen deel uitmaakt van het grote Nederlandse verhaal zegt veel. Mijn droom: een familieserie op NPO1 over een gewone Nederlandse familie van Marokkaanse afkomst, rond alledaagse thema’s die ons allemaal aangaan.” Want, zegt hij, verhalen uit gemeenschappen met een niet-westerse achtergrond kunnen juist ook verrijkend zijn voor witte kijkers.

Nog geen quota

In het Concessiebeleidsplan 2022-2026 stelt de leiding van de publieke omroep: „We proberen onze maatschappelijke taak zo goed mogelijk te verbinden aan de behoeften van het publiek in al zijn diversiteit, met al zijn achtergronden, smaken en opvattingen.” De woorden ‘divers’ en ‘veelkleurig’ komen vijftig keer voor. Op de cover staat een zwarte man met korte dreadlocks die televisie kijkt met zijn roodharige vriendin. Aan goede voornemens geen gebrek.

Suzanne Kunzeler is genrecoördinator drama van de omroep. Zij bepaalt als ‘poortwachter’ voor een groot deel wat voor series er komen. Over de witheid zegt ze: „Dit is zeer zeker een probleem. En dat wordt steeds manifester. Het is goed dat ik af en toe word wakker geschud door iemand die zegt: het is een schande.” De NPO werkt volgens haar aan diversere series, maar door de lange productietijd zien we daar nog niet de resultaten van. Als positieve voorbeelden noemt ze naast Melk & Dadels ook De Life van Ashar Medina (Mocro Maffia), over de Kaapverdiaanse gemeenschap in Rotterdam. Daarnaast pleit ze bij makers voor meer kleur in de cast: „Niet alleen de boef, maar ook eens een zwarte arts.”

Je moet elkaar er doorlopend op wijzen, zegt ze. „En actief zelf op zoek gaan naar andere verhalen en naar talent van kleur.” Niet alleen onder acteurs, maar juist onder regisseurs en scenaristen. Aan diversiteitsquota, zoals de BBC die bijvoorbeeld heeft, doet ze nog niet. Maar: „Geef mij vijf jaar en dan zijn dit geen loze woorden meer.”

Ondanks de deprimerende cijfers van Toisuta hebben vrijwel alle ondervraagden hoop. Scenarist Khayame: „Je ziet nu jonge schrijvers opstaan met roots overal vandaan. Er komen mooie dingen aan, we gaan een nieuwe tijd binnen. De mensen die beslissen, komen er nu achter dat Nederland ook heel graag iets anders eet, en dat er een grote markt is voor andere verhalen. Het is meer kapitalisme dan idealisme uiteindelijk.”

„Ja, ik ben hoopvol”, zegt Dchar. „Ik zie dat het awkward wordt als je alleen maar witte mensen in je tv-programma hebt. Het begint op te vallen, er wordt op gelet – dat is al wat.”