Weg uit de stad: de Brusselse bubbel loopt leeg

Lockdown De Brusselse EU-wijk oogt verlaten. In de stad gingen dit jaar al meer dan tweehonderd cafés en restaurants failliet. Zal de Europese hoofdstad ooit weer worden zoals ze was voor corona? „De pandemie gaat zeker een gat slaan.”

Leegstaande horeca in Brussel. De vergaderstad is met duizenden hotels, restaurants, cafés en conferentiezalen volledig ingericht op een ‘fysieke’ economie.
Leegstaande horeca in Brussel. De vergaderstad is met duizenden hotels, restaurants, cafés en conferentiezalen volledig ingericht op een ‘fysieke’ economie. Foto Ans Brys

Achter de glazen gevel van restaurant Prego! op Place Jourdan, lunch-hotspot voor Brusselse eurocraten, ligt een stapel ongeopende post. Aan het verderop gelegen Place du Luxembourg, dé plek om in cafés te netwerken, heeft het succesvolle visrestaurant Noordzee een paar maanden geleden definitief de deuren moeten sluiten. Zo ook koffiebar Vergnano op het Robert Schumanplein, recht tegenover de Europese Commissie. De Brusselse EU-wijk ligt er desolaat bij.

In totaal 235 Brusselse horecazaken vroegen in 2020, tot aan november, faillissement aan. Daar zal het niet bij blijven. Sinds de tweede lockdown, die eind oktober inging, gaat het sneller. Eén op de zes Brusselse horecaondernemers vreest in de komende zes maanden een faillissement, staat in recent onderzoek van het Brussels Agentschap voor Bedrijfsondersteuning hub.brussels. Er voltrekt zich „een ramp” in de branche, blijkt bij een rondgang door Brussel.

„De buffer die we in vijf jaar hebben opgebouwd, is in coronatijd volledig verdampt”, vertelt Serge Danesi in zijn café Le Coin du Diable. Zijn kompaan reinigt de al ruim een maand ongebruikte biertap. De krukken staan omgekeerd op de bar. Aan de muur hangt een reclamefolder van een winters speciaalbiertje dat tegen de tijd dat de cafés weer open mogen, niet meer gedronken zal worden.

‘Le Coin’, aan de voet van het Europees Commissiegebouw, wordt Het Bitterballencafé genoemd. „Tijdens Europese toppen doen we dagen achtereen geen oog dicht, dan zit het hier stampvol met journalisten, ambtenaren en diplomaten. Nu is ons vooruitzicht: wachten tot het weer normaal wordt.”

Maar, wordt het ooit weer ‘normaal’? Als vergaderstad bij uitstek – met hoofdkwartieren van de EU, de NAVO, ngo’s en lobbykantoren – is Brussel volledig ingericht op een ‘fysieke’ economie. De duizenden hotels, restaurants, cafés en conferentiezalen faciliteren de levendige Brusselse bubbel van internationale bureaucraten.

Thuiswerken is de norm

Lees ook: Als het straks weer mag, werken we maar de helft van de tijd op kantoor

Sinds het begin van de pandemie is thuiswerken de norm. Zelfs het beruchte Borschette-conferentiecentrum aan de Froissartstraat, ook wel de lelijkste Brusselse ‘afwerkplek voor vergaderingen’ genoemd, staat leeg. Europarlementariërs debatteren en stemmen online, vanaf de keukentafel in Kreta, Den Haag of Berlijn. Zelfs de tweede man van de Europese Commissie, Frans Timmermans, werkt al bijna een jaar op zijn zolder. Van de 35.000 EU-ambtenaren werken er 32.000 thuis. De fysieke bubbel is nu een digitale.

Ook voor Friso Coppes, oprichter-partner van lobbykantoor Bureau Brussels, is het lang geleden dat hij op kantoor was. „Vorige week, op een zondag. Om de planten water te geven.” De klok in de vergaderkamer staat stil op 01.07 uur. Voor Coppes is het werk „drastisch veranderd”. Sinds maart werken alle negen werknemers van Bureau Brussels grotendeels vanuit huis. En toch gaat het werk „prima”. „We hebben het nog nooit zo druk gehad.”

Hij wijst door het raam naar de overkant, waar de Commissie zetelt. „Daar spuwen ze op dit moment het ene na het andere rapport en wetsvoorstel uit, dus werk genoeg.”

„Als je me in maart had gezegd dat dit een goed alternatief was, had ik je voor gek verklaard”, zegt een EU-ambtenaar. „Maar inmiddels moeten we vaststellen dat het thuiswerken verrassend goed werkt.” Zo goed, dat binnen de Europese Commissie onder de noemer ‘New Normal’ al gewerkt wordt aan toekomstplannen over blijvend thuiswerk na de coronacrisis. „We gaan niet meer terug naar hoe het was.” Dat bevestigt een EU-diplomaat: „Het is echt niet meer nodig dat iedereen elke dag naar kantoor komt.”

Spontaniteit ontbreekt

Met thuiswerken „mis je de creativiteit en de spontaniteit die soms tot geniale ingevingen en oplossingen leidt”, zegt de EU-ambtenaar. Ook Coppes wil zijn kantoor in het hart van de EU-wijk wel aanhouden. „Zoals het was, wordt het niet meer”, verwacht Coppes. „Maar hopelijk keert het deels terug”, zegt hij, terwijl hij met zijn handen een bidgebaar maakt. „Voor lobbywerk blijft het belangrijk dat je de ander kunt ruiken, zien en voelen. Ik ben weleens naar een congres in Toulouse gevlogen voor dertig cruciale seconden. Omdat ik wist dat ik alleen daar die ene sleutelfiguur informeel kon benaderen.”

Toch wordt steeds duidelijker dat thuiswerken in elk geval deels „een blijver” zal zijn, zoals het Brusselse stadsblad Bruzz onlangs schreef. De Commissie overweegt zelfs al, zo beweert de EU-ambtenaar, om een deel van haar verspreid over de stad af te stoten. „Het aantal dienstreizen moet, ook in het kader van de Green Deal-klimaatplannen, omlaag.”

Onlangs schortte de Commissie een aanbestedingsprocedure voor catering – nu nog goed voor zo’n vierhonderd banen – op voor onbepaalde tijd. Hetzelfde zou kunnen gebeuren voor bewaking, schoonmaak en andere activiteiten bij Europese instellingen.

Weinig over

De gevolgen voor de stad Brussel als Europa „superdigitaal” gaat, zijn groot, zegt Pascal De Decker, socioloog en ruimtelijk planner aan de universiteit KU Leuven. Volgens een recente studie is de aanwezigheid van Europese en internationale instellingen in Brussel goed voor zo’n 20 procent van de Brusselse economische activiteit, en bijna een kwart van de werkgelegenheid in de regio. „De komst van de EU-instellingen heeft Brussel heel veel welvaart gebracht. Neem je dat weg, dan blijft er weinig over.”

Is het een voorbode voor steden wereldwijd? De Decker relativeert: „De mens blijft behoefte hebben aan sociaal contact op de werkvloer. Met je hond thuis heb je nou eenmaal minder goede gesprekken. Maar in steden gaat de pandemie zeker een gat slaan.”

Hij voorziet groeiende leegstand van kantoren. Tegelijkertijd gaan mensen op zoek naar ruimere huizen, waar thuiswerk mogelijk is. „En dus zullen meer, en vooral beter gestelde mensen de stad verlaten, terwijl de armere mensen in de stad vastzitten.”

Het zal, vreest De Decker, de sociale tegenstellingen in grote steden verscherpen. „Brussel is nu al een van de meest gesegregeerde steden in de EU.” Brussel is relatief arm, en telt veel kantoren ten opzichte van de hoeveelheid woonruimte. Rijkere Belgen wonen liever buiten de stad. Die trend zal in de nasleep van de coronacrisis alleen maar sterker worden, denkt De Decker.

Kans voor vergroening

De Brusselse bouwmeester Kristiaan Borret is optimistischer. „Ook ik was allereerst onthutst: mijn wereldbeeld van de stad als beste samenlevingsvorm stond plots op de helling. Maar wat er nu gebeurt, kan zaken ook in beweging brengen.” Borret doelt op plannen om Brussel te vergroenen, het verkeer in de stad terug te dringen en de leefkwaliteit van woningen te verhogen.

De pandemie kan „de katalysator” zijn, hoopt Borret. „Twee of drie dagen thuiswerken zal de norm zijn. En vanuit stedenbouwkundig standpunt is dat heel gunstig. Misschien cynisch om te zeggen, maar wat dat betreft: dank u, corona.”

Lees ook: In de post-coronastad leven we dicht op elkaar, maar met veel groen om ons heen

Het zijn vergezichten, geeft hij toe. Brussel zal het de komende vijf tot tien jaar zeker economisch eerst moeilijk krijgen, vreest Borret. Minder „rauwe” steden als Basel, München en Zürich zullen beter voorbereid zijn. „Die worden misschien als saai gezien, maar daar kun je wel in het groen wonen en toch openbaar vervoer voor de deur hebben.”

Socioloog De Decker noemt ook Amsterdam als voorbeeld, met zijn „uitstekende openbaarvervoernet” waarlangs woningen en kantoren gebouwd worden. „Daardoor moedig je het ook aan dat mensen in de stad blijven wonen.”

Serge Danesi, eigenaar van café Le Coin du Diable, denkt vooral aan overleven. Hij en zijn mede-eigenaar krijgen ieder maandelijks 1.290 euro inkomenssteun. De eigenaar van het pand, brouwerij Duvel Moortgat, heeft een maand huur kwijtgescholden. In ‘hun’ EU-wijk schommelen de huurprijzen voor horeca tussen de 3.000 en 5.000 euro per maand. „Maar ga je richting Grote Markt en Manneken Pis, dan zit je boven de 10.000 euro. Wat doe je dan, als de rekening voor de huur weer binnenkomt?”

Hij maakt het gebaar van een jager die met zijn buks naar beneden gericht een gewond dier het verlossende genadeschot geeft.

Danesi: „Wij gingen vijf jaar geleden dit avontuur aan. Bouwen aan een mooie pensioenpot. Nu moeten we binnenkort lenen. We hebben vijf jaar voor niets gewerkt.”