Huizen voor starters goedkoper, sigaretten opnieuw duurder

Fiscale veranderingen Minder inkomstenbelasting, hogere heffingskortingen. Voor het laatst sleutelt dit kabinet aan belasting en accijns. Wat merkt de consument nog meer?

Pakjes sigaretten in een schap.
Pakjes sigaretten in een schap. Foto Bart Maat/ANP

Met het aannemen van het Belastingplan 2021 op 15 december stemde de Eerste Kamer in met de laatste serie belastingmaatregelen van het huidige kabinet. Hoewel lang niet alle fiscale plannen uit het regeerakkoord van oktober 2017 zijn doorgegaan – denk aan de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting – heeft Rutte III stapsgewijs toch enkele belastingzaken veranderd.

We zetten de belangrijkste wijzigingen die enig effect hebben op inkomen en koopkracht op een rij,

Inkomstenbelasting

Het zogeheten basistarief – in het vorig jaar ingevoerde tweeschijvenstelsel – gaat verder omlaag, van 37,35 naar 37,10 procent. Dat geldt voor mensen met een inkomen tot 68.507 euro. Ter vergelijking: drie jaar geleden betaalden mensen op dat inkomensniveau nog 40,80 procent aan inkomstenbelasting. De hoogste inkomensgroepen (vanaf 68.507 euro) betalen dit jaar 49,50 procent – eveneens lager dan het oude toptarief van 52 procent.

Belastingkortingen

Het netto inkomen wordt niet alleen bepaald door de te betalen belastingen en premies (voor ziektekosten en sociaal vangnet). Er bestaan ook verschillende fiscale kortingen die de belastingafdracht lager maken. De meeste kortingen gaan omhoog. De algemene heffingskorting, voor alle belastingbetalers, stijgt bijvoorbeeld met 126 euro naar 2.837 euro. Andere kortingen, zoals de arbeidskorting (voor werknemers en zelfstandigen) en de ouderenkorting stijgen eveneens.

Er is één korting die niet omhoog maar omlaag gaat, de zogeheten inkomensafhankelijke combinatiekorting, de IACK. Dat is een korting die (echt)paren met kinderen stimuleert om beiden te blijven werken. Omdat de Hoge Raad eerder dit jaar bepaalde dat meer groepen ‘co-ouders’ voor de IACK in aanmerking moeten komen, besloot het kabinet de maximale korting met 66 euro te verlagen tot 2.815 euro – om de regeling „betaalbaar te houden”.

Sparen

De bovengrens voor spaargeld en belegd vermogen waarover géén vermogensbelasting hoeft te worden betaald, gaat opnieuw omhoog, van 30.846 euro tot 50.000 euro. Voor fiscale partners zelfs tot het dubbele daarvan: een ton. Onder het vorige kabinet lag die grens nog op iets meer dan 25.000 euro.

Wel gaat de vermogensbelasting iets omhoog. Er zit een ingewikkelde formule achter, maar effectief gaat het om 0,59 procent over vermogen tot een ton (dat was 0,54 procent), 1,40 procent over vermogen tot een miljoen (was 1,26 procent) en 1,75 procent over hogere vermogens (was 1,58 procent).

Koopwoningen

Een voorstel dat niet in het regeerakkoord stond, maar recent is bedacht als maatregel om de huizenmarkt verder vlot te trekken gaat over de overdrachtsbelasting bij het kopen van een huis. Starters tot 35 jaar worden vanaf 1 januari vrijgesteld van deze belasting (van 2 procent over de koopsom).

Behalve de leeftijdsgrens kwam daar onder druk van de linkse oppositie nog een belangrijke tweede voorwaarde bij: het moet gaan om huizen die niet duurder zijn dan 400.000 euro. Zo willen GroenLinks en PvdA, die met minister Ollongren (Wonen, D66) in november een aanvullend woonakkoord sloten, voorkomen dat ook mensen met een hoog inkomen dit eenmalige belastingvoordeel krijgen. Er is een overgangsperiode van drie maanden. Tot 1 april profiteren alle starters van de kwijtschelding van overdrachtsbelasting, daarna geldt de koopsomgrens van 4 ton.

Sigaretten

Het kabinet wil de ongezonde liefhebberij van roken verder ontmoedigen door opnieuw een accijnsverhoging door te voeren. Omgerekend wordt een pakje met twintig sigaretten 12 cent duurder. Een pakje shag van 50 gram zelfs 30 cent. Het is een trend die al twee decennia bestaat, maar Rutte III gaf de prijsstijgingen op tabak een flinke impuls – vorig jaar stegen de accijnzen zelfs tweemaal in één jaar.

Het CBS berekende vorig jaar dat tabakswaren sinds 2000 meer dan drie keer zo duur zijn geworden. Ruim 20 procent van deze prijsstijging, althans via de accijnstarieven, is door het huidige kabinet bepaald.

Correctie (4 januari 2021): In een eerdere versie van dit stuk stond dat starters „niet ouder dan 35 jaar” vrijgesteld zijn van overdrachtsbelasting. Dat moet zijn „tot 35 jaar” en is hierboven aangepast.