Na compensatie nu de politieke afrekening?

Toeslagenaffaire Het Catshuisberaad over de politieke gevolgen van de Toeslagenaffaire zondag heet geen ‘crisisoverleg’. De kwesties zijn wel ernstig.

Minister Eric Wiebes komt aan bij het Catshuis om zich over het toeslagenrapport van de ondervragingscommissie te buigen.
Minister Eric Wiebes komt aan bij het Catshuis om zich over het toeslagenrapport van de ondervragingscommissie te buigen. Foto Robin van Lonkhuijsen

Met de op het eerste gezicht genereuze compensatieregeling voor alle gedupeerde ouders in de Toeslagenaffaire – iederéén krijgt sowieso 30.000 euro – is het kabinet nog zeker niet verlost van het kritische onderzoeksrapport over de kinderopvangtoeslag. Deze zondag komen de tien bewindslieden die het meest bij het dossier zijn betrokken opnieuw bijeen in het Catshuis om twee andere elementen van de verlangde kabinetsreactie te bespreken. Het overleg mag intern geen crisisberaad heten – het is een ‘informele bijeenkomst’ – de kwesties die nog voorliggen zijn wel ernstig en ingewikkeld.

Allereerst gaat het om een inhoudelijke reactie op de harde conclusie uit het rapport van de commissie-Van Dam, dat de rijksoverheid op alle fronten in de Toeslagenaffaire heeft gefaald. Met daarbij een kardinale rol voor Haagse kopstukken: „Het heeft binnen de ambtelijke en politieke top te lang ontbroken aan personen die de ernst van de problemen inzagen en verantwoordelijkheid namen voor het geheel.”

Het kabinet zal op zoek moeten naar een grondige hervorming van het landsbestuur om, zoals de parlementaire onderzoekscommissie het indringend verzoekt, „herhaling in de toekomst te voorkomen”. Naar verwachting zal er in de loop van januari , zodra de Tweede Kamer terug is van het kerstreces, een ‘brede kabinetsreactie’ komen op de inhoud van het rapport.

Daarnaast hangt de vraag nog altijd boven tafel: welke politieke consequenties gaat het kabinet uit de affaire trekken? Wijst het kabinet uit het eigen midden een of meerdere zondebokken aan? Of neemt het kabinet collectieve verantwoordelijkheid voor het overheidsfalen en treedt het in z’n geheel af?

Spanningen wegnemen

Aangezien de drie grootste regeringspartijen direct betrokken zijn (geweest) bij het toeslagendossier – VVD, CDA en D66 – zal het opstappen van álle bewindslieden de onderlinge spanningen op dit thema wat kunnen wegnemen. De Tweede Kamerverkiezingen staan voor de deur, en twee betrokken hoofdpersonen zullen als lijsttrekker rechtstreeks tegenover elkaar staan: premier Mark Rutte (VVD) en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA).

Andere partijen, behoudens de PvdA die met lijsttrekker Lodewijk Asscher evenzeer aan het falend toeslagenbeleid is vastgeklonken, zullen door het ontslag van het kabinet op dit dossier ook wat minder munitie hebben. Andersom geformuleerd: „Als het kabinet blijft zitten”, zegt hoogleraar staatsrecht Wim Voermans van de Universiteit Leiden, „zal het kanonnenvoer blijven.”

Het ontslag van het kabinet zo kort voor de verkiezingen roept ook vragen op over de nabije toekomst. Kunnen de huidige regeringspartijen straks, ná de verkiezingen, gewoon weer gaan onderhandelen over een nieuw kabinet? En kunnen nu aangeschoten bewindslieden dan doodleuk terugkeren in de Trêveszaal?

Staatsrechtelijk bestaan daar geen belemmeringen voor, zegt Voermans. „Politieke verantwoordelijkheid draait om het ambt van een bewindspersoon, niet om de persoon.”

Maar, voegt vakgenoot en collega Paul Bovend’Eert van de Radboud Universiteit Nijmegen daaraan toe, het oordeel over het functioneren van een individuele minister of staatssecretaris is aan het parlement. „Dan draait het om de vertrouwensvraag en om politieke afwegingen. Die staan niet in het staatsrecht omschreven.”

In het recente verleden zijn aftredende bewindslieden verschillend met het vervolg van de eigen politieke loopbaan omgegaan. In april 2002 trad het tweede kabinet-Kok af over het onderzoeksrapport naar de val van Srebrenica in 1995. Van die gevallen regering keerden zonder veel ophef drie VVD’ers terug in het nieuwe kabinet-Balkenende I, en eentje werd fractievoorzitter in de Tweede Kamer (Gerrit Zalm).

CDA-veteraan Piet Hein Donner trad in september 2006 af als minister van Justitie in het derde kabinet-Balkenende, na het harde onderzoeksrapport over de Schipholbrand een jaar eerder waarbij elf gedetineerde vreemdelingen het leven lieten. Hij keerde terug in het volgende kabinet-Balkenende (IV). Wel op een andere positie: hij werd minister van Sociale Zaken.

Drie jaar geleden besloot Jeanine Hennis-Plasschaert, voor het eerst eigenlijk, iets heel anders. Zij was begin oktober als minister van Defensie afgetreden uit politieke verantwoordelijkheid over het mortierongeluk in Mali waarbij twee uitgezonden militairen waren omgekomen. Het kabinet-Rutte II was toen al enkele maanden demissionair; het volgende zou drie weken later beëdigd worden.

Los van de timing speelde hier de stemming onder een deel van de bevolking een rol. Voormalig Eerste en Tweede Kamerlid voor de PvdA en staatsrechtsgeleerde Peter Rehwinkel verwacht dat dit sentiment – er moeten niet alleen koppen rollen; er mogen ook geen koppen terugkeren – ook in de nasleep van de Toeslagenaffaire zal blijven hangen. „Staatsrechtelijk is het dan wel niet zo zuiver, maar politiek werkt het nu eenmaal anders, zeker in verkiezingstijd.”