Reportage

Drie slachtoffers, daar blijft het bij in het Oogziekenhuis: ‘Misschien is corona wel blessing in disguise’

Vuurwerkverbod Oogarts Tjeerd de Faber had in het Rotterdamse Oogziekenhuis een veel rustiger nacht dan voorgaande jaren. Maar zijn droomscenario met nul slachtoffers werd geen werkelijkheid.

Oogarts Tjeerd de Faber (rechts) in het Oogziekenhuis.
Oogarts Tjeerd de Faber (rechts) in het Oogziekenhuis. Foto Benjamin Kotek

Oogarts Tjeerd de Faber is vlak voor middernacht wat onrustig. Wat zal het effect van het vuurwerkverbod op het aantal slachtoffers zijn, dat deze jaarwisseling door de deuren van het Oogziekenhuis in Rotterdam gaat komen?

Het verloop van Oudjaarsdag tot dusverre is gunstig, vertelt De Faber als hij rond 23.00 uur de afdeling op wandelt voor zijn dienst tijdens de drukste dag van het jaar. Tot dusverre twee gevallen van oogletsel in het specialistische ziekenhuis in Rotterdam door het schieten met carbid. Nog geen vuurwerkslachtoffer.

Tjeerd de Faber pleit al jaren voor een verbod op consumentenvuurwerk. Dankzij zijn uitgesproken mening groeide hij – naar eigen zeggen ongewild – uit tot een boegbeeld van de beweging.

Dit jaar kwam een droom uit: de overheid verbood vanwege het coronavirus het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Overtredingen zouden zwaar bestraft worden, waarschuwde het kabinet. Het is volgens De Faber een „medisch experiment” dat het nut van een vuurwerkverbod onomstotelijk kan aantonen.

Het kan niet anders dan dat het ziekenhuis het dit jaar rustiger krijgt, zegt de arts. „Het punt is dat mensen weten dat het afsteken dit jaar verboden is. Ze zullen dan hopelijk uit de buurt van het vuurwerk blijven.” Dat scheelt volgens hem al de helft van de slachtoffers, toch vaak omstanders.

Helemaal gerust is hij er niet er niet op. „Ik rook nog wel wat buskruit op de weg hierheen. Dit kan ook de stilte voor de storm zijn.” Sowieso wordt het pas een half uur na middernacht druk in het ziekenhuis, als patiënten uit de directe omgeving van het ziekenhuis zich melden. Daarna druppelen slachtoffers uit het hele land binnen, doorverwezen naar het Oogziekenhuis voor specialistische spoedhulp. Het coronavirus kan een rol spelen: wellicht dat drukbezette ziekenhuizen oogletsel sneller doorverwijzen naar Rotterdam.

Kinderchampagne ontkurkt

Even voor middernacht proost De Faber met zijn personeel: een handvol artsen-in-opleiding, wat verpleegkundigen en een receptioniste. Er wordt kinderchampagne ontkurkt („pas op voor je ogen”) en gedronken uit plastic glaasjes. De telefoniste heeft een rijdend tafeltje met hapjes geprepareerd. De Faber heft het glas op een beter 2021. „Laten we hopen dat we hier vanavond voor niks zijn gekomen. We zijn wel andere jaarwisselingen gewend en we hebben jullie ook de rest van het jaar hard nodig.”

Lees het liveblog terug van de jaarwisseling: Het was rustiger maar het vuurwerkverbod werd overal genegeerd.

Ondanks het verbod wordt ook in Rotterdam enkele tellen later behoorlijk wat vuurwerk afgestoken. Maar vergeleken met andere jaren blijft het opvallend stil rond het ziekenhuis, constateert De Faber in de vrieskou. „Luister hoe rustig het is. Andere jaren had je hier niet buiten kunnen staan vanwege het vuurwerk. Dit voelt heel goed. Als het nieuwe jaar zo begint, dan wordt mijn hart daar heel blij van.” Zelfs de kerkklokken van de nabijgelegen Waalse kerk zijn om middernacht boven het vuurwerk uit te horen, merkt iemand op. Toch zou op andere plekken wel massaal vuurwerk afgestoken worden, blijkt uit berichten van buitenaf. Een ambulance rijdt met gillende sirenes langs, maar stopt niet bij het Oogziekenhuis.

Om 00.20 uur rinkelt dan toch onvermijdelijk de telefoon. Het eerste echte vuurwerkslachtoffer. Een jongeman uit Rotterdam. Er ontplofte een onbekend stuk vuurwerk naast zijn hoofd. Hij is goed aanspreekbaar en zal over een kwartier bij het ziekenhuis aankomen. De Faber baalt, maar ook bij een handvol slachtoffers durft hij het vuurwerkverbod nog een succes te noemen. Een jaarwisseling eerder kwamen er uiteindelijk 18 patiënten binnen, met 21 beschadigde ogen. Op het hoogtepunt stonden buiten het ziekenhuis drie ambulances te wachten. Volgens De Faber was het een horrornacht.

Foto Benjamin Kotek

Vuurwerkwond

De man uit Rotterdam loopt de wachtkamer binnen met een natte theedoek op zijn gewonde oog. Zijn vriendin lijkt bezorgder dan hijzelf. Hij wordt onder toeziend oog van De Faber behandeld door „de jongelui”, zoals de oogarts de artsen-in-opleiding noemt. Het doorgeven van zijn kennis is een van de redenen dat hij er vanavond weer is – voor de 21ste keer, sinds hij in 1991 in het ziekenhuis begon.

In een vuurwerkwond bij of in het oog komt van alles samen, zegt hij. Brandwonden, chemische wonden doordat buskruit in het oog komt en de gevolgen van de impact van de knal, waardoor een oog ingedeukt kan worden of bloedingen ontstaan. Soms moeten er stukken glas uit het oog gehaald worden, als een vuurpijl zich dwars door een bril bij een slachtoffer naar binnen heeft geboord. „Het is traumatologie die je normaliter alleen in oorlogsgebieden ziet.” De Faber spreekt van „loopgravenoogheelkunde”.

De andere reden dat hij er vanavond weer is, is dat hij zo zijn eigen strijd voor een verbod op consumentenvuurwerk nieuwe energie geeft. De Faber is een van de initiatiefnemers van het ‘Vuurwerkmanifest’, dat sinds 2014 vuurwerk alleen maar in handen van professionals wil geven. Keerpunt voor De Faber was een jongetje van drie dat jaren geleden met ernstig oogletsel binnengebracht werd tijdens de jaarwisseling. Een stuk vuurwerk belandde in een vuurkorf, ontbrandde en ontplofte naast het hoofd van het kindje. „Hij is praktisch blind aan het getroffen oog en ziet alleen maar licht en donker. Het ongeval heeft zijn leven vergald en hem een trauma opgeleverd. Bij de minste of geringste knal poepte hij zijn broek vol.” Deze maand komt de inmiddels 21-jarige man voor zijn derde operatie terug naar het Oogziekenhuis. De operatie moet voorkomen dat hij zijn oog al die jaren na het ongeluk alsnog verliest.

Vuurwerkresten in het oog

De man met de theedoek wordt naar boven gebracht om zijn ogen te laten spoelen met een zoutoplossing zodat de vuurwerkresten eruit komen. „Het kruit moet eruit”, zegt De Faber. Als een oog niet goed schoongemaakt wordt, kunnen de chemische stoffen in de maanden daarna alsnog tot blindheid leiden, zegt De Faber. De schade aan het oog van de man lijkt mee te vallen. Hoewel er een bloeding aan de binnenkant van zijn oog zit, hoeft hij niet direct geopereerd te worden – dat kan sowieso alleen op nuchtere maag. De man moet terugkomen.

Op een jonge vrouw na die zich even later meldt omdat ze een luxaflex in haar oog kreeg, passeren dit jaar niet meer slachtoffers de deuren van het Oogziekenhuis. Het aantal vuurwerkslachtoffers blijft – samen met de twee carbidschieters – op drie steken. „Als deze cijfers aanhouden, kunnen we wel spreken van een geslaagd experiment en is corona wat oogletsel door het vuurwerk betreft wellicht een blessing in disguise.” Als andere ziekenhuizen hetzelfde beeld laten zien, zullen de gevallen van oogletsels door vuurwerk beperkt blijven tot tientallen, in plaats van de 168 van de jaarwisseling daarvoor. Op zijn minst een „significante daling”, durft De Faber al voorzichtig te concluderen.

Met de persvoorlichter van het Oogziekenhuis rondt de oogarts rond half drie het persbericht af dat het ziekenhuis aan het begin van de ochtend gaat verspreiden in de hoop dat meer mensen het ‘Vuurwerkmanifest’ gaan tekenen. Rond zeven uur spreekt De Faber met de radio, waarna andere mediaoptredens wachten. „Van horrornacht naar droomnacht is de boodschap”, zegt De Faber. „Maar alsnog een drama voor de drie mensen die we hebben moeten helpen.”

Een kwartier later wordt de oogarts, zijn doktersjas inmiddels uit, gebeld door een ander ziekenhuis. Een patiënt is zwaargewond geraakt door vuurwerk. „Een voltreffer”, zegt De Faber nadat hij opgehangen heeft. Het slachtoffer heeft een schedelfractuur, een kapotte oogkas en moet nadat hij gestabiliseerd is onder het mes in het Oogziekenhuis. „Maak er maar ‘een rustige nacht’ van”, zegt hij tegen de persvoorlichter van het ziekenhuis. En dan met een zucht: „Je ziet het, het is nooit afgelopen.”