Twee decennia bloei

Vorige week werd in Pompeii de laatste hand gelegd aan het opgraven van een door as bedolven snackbar
Vorige week werd in Pompeii de laatste hand gelegd aan het opgraven van een door as bedolven snackbar Foto Luigi Spina

Wonderlijk, dat de ontdekking van een Romeinse eettent die in het jaar 79 door een uitbarsting van de Vesuvius met de rest van Pompeii ten onder ging, nieuws was terwijl, bijna tweeduizend jaar later, zowat alle cafés en restaurants ter wereld hun deuren gesloten moeten houden wegens een virus. Alsof de geschiedenis wil zeggen: het kan altijd erger. Natuurlijk is het erg dat je zaak voor de eeuwigheid door een dikke laag as bedolven raakt als je net een klant een gebraden eendenbout voorzet, maar dat doet niets af aan de ernst van de situatie nu.

In het afgelopen jaar is de horeca in Nederland 22 weken dicht geweest, op een haar na de helft van de tijd – met tot 19 januari nog tweeënhalve week te gaan, en niemand die weet of dan het sein veilig wordt gegeven. Hier is sprake van een economische ramp.

Bewondering verdienen ondernemers die nieuwe manieren vinden om zich, al is het maar enigszins, staande te houden. Ze maakten van hun zaken deli’s waar je de lekkerste gerechten afhaalt, ze bezorgen het brood en de pizza’s en patés die ze zijn gaan maken, ze verkopen wijn en bier online. Hun vindingrijkheid is groot, maar hoelang houden ze dit vol?

In Rotterdam maakte de coronacrisis een (voorlopig?) einde aan een periode van bloei in de sectoren die meteen na de oorlog niet per se als de meest urgente werden gezien. De wederopbouw betrof in de eerste plaats de haven, de herinrichting van de binnenstad en natuurlijk woningbouw. Pret en luxe waren van later zorg, hoewel er in 1947 toch alweer een schouwburg stond, gebouwd uit het puin van het bombardement. Concertgebouw de Doelen werd pas in 1966 geopend.

In 2001 was de culturele renaissance een feit: Rotterdam was een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa. In het kielzog hiervan beleefde de horeca in de eerste twee decennia van deze eeuw een geweldige opbloei. Overal popten restaurants, eethuizen, bars, cafés en kroegen op, de Witte de Withstraat werd één groot terras, bij de Hofbogen, op de Kaap en in het Oude Noorden ontstonden horecaconcentraties. Rotterdam als geheel was ineens überhip, Lonely Planet, The New York Times, Rough Guide staken de loftrompet, rolkoffers roffelden door de straten.

Tot covid-19 kwam.

Is het einde van de Rotterdamse horeca zoals we die kennen in zicht? De wereld is niet getroffen door een metersdikke laag as, we bestaan nog. Dat er vaccins zijn, die in ons omringende landen al worden toegediend – hier borrelt een voor de hand liggende vraag op – is hoopgevend. Dus nee, straks spreken we weer met vrienden af in het café, gaan we weer uit eten.

Ik kan niet wachten.