Tweede golf blijkt zo stug dat die de eerste golf gaat overtreffen

Coronacijfers Negen maanden na de uitbraak van het coronavirus zijn we terug bij af. Hoelang de tweede golf gaat duren en wat de ‘exitstrategie’ gaat zijn, is ongewis.

Een nieuwe, nog strengere lockdown waarvan we niet weten hoelang die gaat duren. Een overbelaste zorg waarbij ziekenhuizen opnamestops moeten afkondigen. Ziekenhuizen die zelfs dringende zorg zoals chemokuren of niertransplantaties uitstellen. En er zijn inmiddels bijna net zoveel verpleeghuizen waar het coronavirus ‘binnen’ is als tijdens de eerste golf.

Je zou kunnen zeggen: we zijn negen maanden na het hoogtepunt van de eerste coronagolf, die Nederland destijds totaal verraste, terug bij af. Veel van de worstelingen waar het kabinet tijdens de eerste golf mee kampte, spelen nu weer. Want hoewel de kennis van het virus het afgelopen jaar is toegenomen – de behandelingen op de verpleegafdelingen zijn effectiever en er lagen in recordtijd goedwerkende vaccins – zijn we weinig opgeschoten als het aankomt op de bestrijding van een nieuwe uitbraak.

De tweede golf blijkt zo stug dat die de eerste golf op verschillende vlakken gaat overtreffen. Inmiddels schat het RIVM dat het aantal besmettelijke mensen grofweg gelijk is aan het hoogtepunt van de eerste golf, zo rond de 170.000. Het aantal ziekenhuisopnames is al overtroffen: tussen maart en september belandden zo’n 13.000 mensen in het ziekenhuis, tussen september en eind december bijna 19.000. De extra druk op de ziekenhuizen viel lange tijd mee, mede omdat de opgenomen patiënten relatief jong waren en die minder lang in het ziekenhuis liggen.

Maar nu de gemiddelde leeftijd van de patiënten oploopt, gaat ook de ligduur weer omhoog. Het totale aantal liguren (van alle patiënten bij elkaar opgeteld) sinds september overtreft hoogstwaarschijnlijk in de eerste helft van januari die van de eerste golf.

Onverklaarbare stijging

Het afgelopen jaar greep het kabinet talloze manieren aan om het virus te bestrijden: er kwam een ‘dashboard’ met alle relevante cijfers over uitbraken, waarmee het virus „op de hielen gezeten” kon worden en snel en gericht kon worden ingegrepen. Er was een ‘regiogerichte aanpak’, waarbij uitbraken in de regio aangepakt zouden worden om te voorkomen dat het hele land met een lockdown te maken kreeg. Er kwam een ‘routekaart’ waarin stond omschreven wanneer welke maatregel genomen moest worden. Er werd voorzichtig ingegrepen; eind september gingen de kroegen een paar uur eerder dicht en twee weken later kwam de iets zwaardere ‘gedeeltelijke lockdown’ waarbij de horeca helemaal moest sluiten.

Ondanks al die pogingen om het virus af te remmen bleef het aantal besmettingen sinds juli gestaag toenemen – met een enkele afvlakking of daling tussendoor. Steeds op nieuwe plekken dook het virus op:

De brandhaarden tijdens de eerste en tweede golf

Eerste golf
In de eerste golf was Oost-Brabant de grote brandhaard. Gemeenten als Bernheze, Landerd, maar ook Uden en Veghel werden hard getroffen. Een tweede brandhaard was er rond Heerde op de Veluwe.

De tweede golf, tot eind november
Vanaf september hadden de grote steden de hoge besmettingsscijfers - met name in Amsterdam en Rotterdam. Ook in Twente (Tubbergen) en Zuid-Brabant (Reusel- De Mierden en Bladel) waren veel coronagevallen.

De tweede golf, vanaf eind november
Nu zijn er uitbraken in met name Twente en de Biblebelt. Maar buiten deze brandhaarden lopen de aantallen door het hele land op, onder alle leeftijdsgroepen.

Doordat de stijging van het aantal besmettingen breed door de samenleving is verspreid, is het lastig een duidelijke oorzaak aan te wijzen. Dit voorjaar waren carnaval en wintersportvakanties grote aanjagers. In de zomer speelden vakanties ook een rol en ging het virus met name onder studenten rond. Maar hoe de stijging nu kan worden verklaard? Een duidelijke oorzaak kon Jaap van Dissel, hoofd infectieziektebestrijding van het RIVM, niet geven: hij wees in een advies aan het kabinet op een optelsom van „op zichzelf kleine risico’s van virusoverdracht” die in „veel te groten getale en in te brede mate” plaatsvinden omdat mensen te weinig thuisblijven.

Ook het bron- en contactonderzoek, waarbij de GGD’s proberen te achterhalen waar iemand is besmet en wie die persoon nog meer aangestoken heeft, biedt weinig uitkomst: in ongeveer de helft van de gevallen wordt daarbij geen potentiële bron achterhaald. Als die bron wel wordt gevonden, bevindt die zich vaak in de thuissituatie, of is iemand besmet geraakt tijdens een familiebezoek. De vraag is hoe representatief die groep is: mogelijk worden veel besmettingen bij vluchtiger contact, zoals in winkels of in het openbaar vervoer, over het hoofd gezien.

Gerichte maatregelen hielpen kortom niet meer – en dus moest worden teruggegrepen op het enige middel waarvan we sinds maart weten dat het werkt: het stilzetten van de hele samenleving met een lockdown.

Maar ook dat brengt grote onzekerheden met zich mee, waarmee we de komende maanden worden geconfronteerd.

Lockdown kan lang duren

Allereerst: hoelang moet de lockdown duren? Ook dat was dit voorjaar een probleem: in eerste instantie zou de ‘intelligente lockdown’ tot 6 april duren, maar hij werd twee keer verlengd en duurde uiteindelijk tot 1 juni. Dit keer is er een duidelijke doelstelling: premier Mark Rutte wil pas versoepelen als er niet meer dan tien IC-opnames per dag zijn. Het waren er de afgelopen dagen ruim vijftig. De verwachting is dat de effecten van de lockdown die half december werd afgekondigd komende week in het ziekenhuis te zien zijn. Maar, zo waarschuwt Van Dissel in een advies aan de Tweede Kamer, het zou ook véél later kunnen zijn. Hij wijst op mogelijke seizoensinvloeden: in de winter zitten mensen dichter op elkaar en het zou bovendien kunnen dat het virus in de winter beter gedijt door veranderingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de piek niet begin januari, maar pas in februari komt.

De bestrijding van het virus is dan ook een kwestie van de „lange adem”, aldus Van Dissel. Hij waarschuwde eerder al in de Tweede Kamer dat het goed zou kunnen dat deze golf tot in maart gaat duren – pas dan zouden de lage aantallen bereikt worden waar Rutte op hoopt. De onzekerheidsmarges in de modellen van het RIVM zijn zelfs zo groot, dat het zou kunnen dat het tot de zomer duurt voor we in het laagste risiconiveau van de ‘routekaart’ zitten.

Worstelen met versoepeling

Als er eenmaal versoepeld mag worden, komt een nieuw dilemma: welke maatregelen worden als eerste teruggeschroefd? Het is een vraagstuk dat ook dit voorjaar al speelde. Toen zei premier Rutte: „Ik heb daar ongelooflijk mee geworsteld.” Alle maatregelen zijn immers tegelijk ingevoerd: de scholen, detailhandel en sportscholen sloten allemaal tegelijkertijd, en op hetzelfde moment gingen meer Nederlanders thuiswerken. Hoe weet je welke maatregel werkt? „Stel nou dat je een maatregel versoepelt waardoor het virus weer gaat golven door de samenleving”, zei Rutte op een persconferentie in april. „En al die fantastische mensen in de zorg te maken krijgen met nog meer werkdruk. Dat willen we absoluut niet.”

Toch werden een paar weken later de maatregelen min of meer tegelijk versoepeld. Per 1 juni mocht de horeca weer gasten ontvangen, gingen culturele instellingen zoals bioscopen en musea weer open en werd ook het beroepsonderwijs weer hervat. In juli verdwenen ook de extra beperkingen voor onder meer de horeca, zoals een maximumaantal bezoekers, zolang anderhalve meter afstand behouden kon worden. In de loop van de zomer nam het aantal besmettingen weer toe. „Natuurlijk gaan we leren van de versoepelingen in juni”, zei Rutte begin november op een persconferentie, toen hij nieuwe maatregelen aankondigde. „We hebben in heel Europa, zeker ook in Nederland, te snel gedacht: het virus is weg, en te snel afgeschaald. Maar het was natuurlijk helemaal niet weg.”

Volgens Rutte zal afschalen nu „voorzichtig moeten”, maar hoe dat er in de praktijk uitziet, bleef onduidelijk. Welke regels afgelopen zomer precies nodig waren geweest om het virus wel in toom te houden, dat weten we simpelweg niet. De enige manier om daar achter te komen, is door maatregelen één voor één los te laten, stelde Sake de Vlas, hoogleraar infectieziekte-modellering bij Erasmus MC, eerder al tegen NRC.

We gaan daarom een onzekere periode in, waarin onduidelijk blijft hoelang de lockdown duurt en wat de juiste ‘exit-strategie’ is. De nieuwe, mogelijk besmettelijkere variant van het virus dat in Groot-Brittannië rondgaat zorgt voor nog meer onzekerheid, zegt viroloog Raoul de Groot van de Universiteit Utrecht. „Dat kan tot heel veel meer besmettingen leiden. De gevallen die nu in Nederland zijn ontdekt zijn het topje van de ijsberg waarvan we niet weten hoe groot die is.”

Het grote verschil met de situatie in maart, stelt De Groot, is dat er nu goedwerkende vaccins liggen. Maar ook daar is één grote vraag: voorkomen die alleen dat iemand ziek wordt, of ook dat iemand het virus verder verspreidt? „Het vaccin lijkt zo’n goede bescherming te geven dat ik verwacht dat het een dempend effect heeft op hoeveel virus er geproduceerd wordt en je uitscheidt. Maar dat is niet meer dan een geïnformeerde gok. Zolang we dat niet weten moeten we voorzichtig zijn, ook als we gevaccineerd zijn.”