Sita Tyasutami, thuis in Depok (West-Java), 14 december 2020.

Foto Anton Raharjo

Interview

Indonesische Patiënt Nul: ‘Op internet was ik opeens een lesbische naaktdanseres’

Sita Tyasutami | Patiënt Nul Indonesië In Indonesië sprak de president op tv over de eerste coronagevallen in het land. „Meteen lekten via WhatsApp onze medische gegevens uit, met onze initialen en ons huisadres.”

Voor het eerst ziet Sita Tyasutami de persconferentie van de president terug, van die ene maandag begin maart. Ze trommelt met haar vingers op het bureau. Het lijkt alsof ze er niet graag naar luistert.

Op maandag 2 maart staat de televisie wel aan op haar kamer in het speciale infectieziekenhuis in Jakarta, maar meer op de achtergrond. Als afleiding, omdat ze zich zo gestresst voelt. „Op die strook tekst onderin beeld met het laatste nieuws zag ik het ineens langskomen: de eerste patiënten met Covid-19 vastgesteld in Indonesië.”

Dat blijken zij en haar moeder te zijn, zonder dat ze het zelf weten. „Ik vroeg aan de zuster die mijn kamer binnenkwam: ‘Wie liggen nog meer in dit ziekenhuis? Zijn wíj het, waar de president het over heeft?’ Zij wist het ook niet. Ze zei, doe die tv uit en focus op je herstel.”

Thuis in Depok, ten zuiden van hoofdstad Jakarta, vertelt Sita Tyasutami (31) over „één van de moeilijkste jaren uit haar leven”. Een paar keer is ze mentaal helemaal ingestort. Ze wonen hier met zijn drieën, zij, haar oudere zus Ratri en moeder Maria. Alle drie artiesten, danseressen, expressieve vrouwen. Hun huis ligt in het groen, aan het einde van een rustig woonblok. In de tuin loopt een stel ganzen. Over een paar van de buitenmuren is prikkeldraad gespannen.

Aan die officiële aankondiging van president Joko Widodo valt haar nu vooral de onhandige woordkeuze op. Hij spreekt over „een Japans persoon” met wie moeder en dochter „in contact” zijn geweest. „Zoiets roept natuurlijk de wildste associaties op en iedereen nam aan dat het om een man ging. In werkelijkheid was het een Japanse vrouw die ik alleen maar gedag heb gekust, op de wang. Ik weet niet eens meer hoe ze eruit ziet.”

Sita Tyasutami (midden), haar moeder Maria Darmaningsih (rechts) en haar zus Ratri Anindyajati zingen samen, thuis in Depok, 14 december 2020.
Foto Anton Raharjo
Sita Tyasutami gebruikt helende aromatherapie, thuis in Depok, 14 december 2020.
Foto Anton Raharjo
Foto’s Anton Raharjo

Eind februari zijn die Japanse vrouw en Sita Tyasutami toevallig allebei twee avonden achter elkaar op een dansevenement in Jakarta. Als organisator van de tweede avond zoent Tyasutami allerlei mensen gedag. Een paar dagen later laat de Japanse zich in Maleisië op corona testen en blijkt ze positief. Een vriendin van Tyasutami hoort ervan en belt haar op om te waarschuwen. Zij en haar moeder liggen dan al in het ziekenhuis, met bronchitis en tyfus als diagnose. Na het telefoontje staan ze erop om een coronatest te krijgen. Terecht, blijkt.

Hoe voelt het om die persconferentie zo terug te zien?

„Ik zou liegen als ik zeg dat ik er niet verdrietig van word. Die details zorgden ervoor dat alles uit zijn verband werd gerukt. Ik verwijt de president niets, híj heeft onze namen niet genoemd. Maar meteen die middag lekten via WhatsApp onze medische gegevens uit, met onze initialen en ons huisadres. Toen ging het los. Vriendinnen belden dat ik mijn Instagram-account op privé moest zetten en mijn profielfoto moest veranderen, een foto waarop ik een nogal onthullende Braziliaanse samba-outfit droeg.”

Wat voor verhalen gingen er rond?

„Van alles en het had bijna altijd met seks te maken. De geruchten ging dat mijn moeder en ik naaktdanseressen en prostituées waren voor expat-mannen en dat we zo Covid-19 gekregen hadden. Totale onzin. Toen ik bekend maakte dat die Japanse geen man maar een vrouw was, stopten de verhalen niet, maar was ik ineens een lesbische naaktdanseres. De berichten stroomden binnen bij WhatsApp, Instagram, Twitter. We waren overal, elke dag kreeg ik er duizenden nieuwe volgers bij.”

En toen hadden jullie nog niet eens officieel gehoord dat jullie besmet waren?

„Nee, die bevestiging kregen we pas op woensdag. Het waren zulke chaotische dagen. In het ziekenhuis wisten ze die maandag ook nog van niets. Later bleek dat de president eerst op de hoogte gebracht hoort te worden in dit soort crisissituaties, zodat die het volk kan informeren. De rechten van de bevolking gaan in zulke gevallen vóór die van de individuele patiënt, kregen we uitgelegd. Maar onze identiteit lag op straat. Ze desinfecteerden ons huis, onze tuinman werd ontsmet, hordes journalisten stonden voor onze deur. Sommigen zelfs met gasmasker.”

Waar kwamen al die negatieve reacties vandaan?

„Daar ben ik naar op zoek gegaan, al was het voor mijn eigen gemoedsrust natuurlijk beter geweest als ik dat niet had gedaan. Er zaten veel nepaccounts bij, anonieme buzzers van de oppositie van president Jokowi. En de echte accounts kwamen uit extremistische, radicaal islamitische hoek. Ze gaven ons er de schuld van dat Covid-19 Indonesië was binnengekomen.

We zouden zondig zijn omdat we dansen, omdat we de westerse cultuur naar Indonesië zouden brengen

Sita Tyasutami danseres

Hoe gaat het nu? Is die storm op sociale media gaan liggen?

„Het is veel rustiger, gelukkig. Maar bij ieder nieuwsmoment laaien de haatberichten weer op. Toen Indonesië honderdduizend besmettingen had. Bij tweehonderdduizend, hetzelfde. In september voerde de gouverneur van Jakarta strengere lockdownmaatregelen in, dus daar gingen we weer. Dan krijg ik boze berichten van mensen die mij de schuld geven dat ze hun baan kwijt zijn, dat hun bruiloft niet doorgaat, dat ze niet meer naar school kunnen door mij.”

Terwijl jullie waarschijnlijk niet echt de eerste in Indonesië waren met Covid-19.

„Nee, natuurlijk niet. Het virus ging allang rond, bij ons werd het toevallig voor het eerst officieel vastgesteld. Dan kom je volgens mij bij het echte probleem: de onwetendheid onder de bevolking. Mensen zijn zo slecht geïnformeerd. We zijn een positieve campagne begonnen, om iedereen aan te sporen naar juiste informatie te zoeken en niet zomaar te geloven wat rondgaat op internet. Gelukkig krijgen we ook positieve reacties, ook in het begin al. Mensen die ons bedanken. En ik krijg geregeld berichtjes van mensen die vragen wat ze moeten doen als ze symptomen hebben. Ze durven zich vaak niet te laten testen, schrijven dat ze bang zijn om naar het ziekenhuis te gaan.”

Waarom is dat volgens u?

„Er bestaat een bredere, algemene angst onder Indonesiërs om naar de dokter te gaan en je ergens voor te laten testen. Je ziet het ook bij HIV bijvoorbeeld. Mensen zijn bang voor de gevolgen, voor de vooroordelen die met een ziekte samenhangen. Wij wilden ons juist laten testen, dan wéét je tenminste of je iets hebt, toch? Maar zo zien veel Indonesiërs het niet.”

U bent ook bezig met een campagne rond vaccinaties. Hoe gaat dat?

„Ja, ook daarover gaat veel onzin rond, helaas ook vooral vanuit radicale groepen. Dat een vaccin niet halal zou zijn. Ook hier is het probleem breder, rond andere vaccinaties speelt die halal-discussie evengoed. Maar ik ben geen vaccinatiedeskundige, dus ik moedig vooral online aan om zelf op zoek te gaan naar goede informatie. Geloof niet zomaar alles.”

Sita Tyasutami mediteert thuis in Depok (West-Java), 14 december 2020.
Foto Anton Raharjo
Vlnr: Sita Tyasutami, haar moeder Maria Darmaningsih en haar zus Ratri Anindyajati oefenen Javaanse dans, thuis in Depok, 14 december 2020.
Foto Anton Raharjo
Foto’s Anton Raharjo

Sita Tyasutami heeft haar verhaal al vaak verteld. Buitenlandse journalisten willen altijd weten of ze het niet vreemd vindt dat zij en haar moeder als ‘patiënt 1 en 2’ bekend werden gemaakt, zoiets is toch funest voor je privacy? „De enige grote fout was dat onze gegevens zijn uitgelekt. Natuurlijk was ik enorm kwaad en verdrietig. Maar het heeft geen zin om wrok te koesteren, we zijn toch beter geworden? Het heeft me vooral geleerd om veel voorzichtiger te zijn met wat je allemaal online zet, haha.”

Wordt het leven ooit weer normaal voor u, zoals het was voor Covid-19?

„Zolang deze pandemie nog gaande is in elk geval niet. Ze zullen me blijven opzoeken. En ik merk ook dat ik nog steeds nerveus ben als ik nieuwe mensen ontmoet. In het echt zijn ze gelukkig vriendelijker dan online. Maar ik denk wel altijd even, oh jee, zouden ze weten dat ík het ben?”