De nieuwe toekomst is voor de oliesector nog niet aangebroken

Fossiele energie De olieconcerns willen in 2050 duurzaam zijn. Maar eerst wordt volop geïnvesteerd in fossiele brandstoffen. Op zoek naar de krenten in de pap.

Een luchtfoto van een olieopslagplaats in de Amerikaanse staat Illinois.
Een luchtfoto van een olieopslagplaats in de Amerikaanse staat Illinois. Foto Tannen Maury

Nog even in de stad kerstballen kopen voordat alle winkels dichtgaan. Nog even naar het strand op Curaçao. Nog even, voor het te laat is. Het is de reflex van de calculerende burger in coronatijd.

Nog even – zo gedraagt ook de oliesector zich. Die is zich, met name in Europa, door de coronacrisis en de roep om strenger klimaatbeleid aan het voorbereiden op een wereld die veel minder olie wil.

Maar op de korte termijn is daar nog geen sprake van. Begin november trad bij het Noorse staatsoliebedrijf Equinor de nieuwe topman aan. Anders Opedal – geen stropdas, stoere blauwe outdoorjas – gaat het anders doen. Opedal maakte bekend: Equinor, een van de grootste Europese oliebedrijven, wordt in 2050 klimaatneutraal.

Maar, zei het Noorse staatsconcern erbij: de komende zes jaar groeit de olie- en gasproductie nog met 3 procent per jaar. Equinor is geen uitzondering. Shell verwacht geen enkele CO2-reductie tot en met 2022. BP zegt dat de CO2-uitstoot van zijn producten tot 2030 zal toenemen.

De oliesector is op een kantelpunt beland. Business as usual bestaat niet meer, maar de nieuwe toekomst is ook nog niet aangebroken. Of zoals zelfstandig energie-analist Jilles van den Beukel het samenvat: „Er is een discrepantie tussen de ambitieuze plannen voor 2050 en de korte termijn: de bulk van investeringen is nog steeds gericht op olie en gas. ”

Hoe dat uitpakt, was te zien op woensdag 18 november, toen de Verenigde Staten een langverwachte veiling hielden. Voor de eerste keer sinds de coronacrisis verkocht het federale Bureau of Ocean Energy Management concessies voor de winning van olie en aardgas in de Golf van Mexico.

Lease Sale 256 (ze worden genummerd sinds 1954) zou aanvankelijk in augustus worden gehouden, maar werd uitgesteld. Er was „aanvullende analyse nodig om recente veranderingen in de olie- en gasmarkten te overwegen”. Zouden oliebedrijven nog interesse hebben nu ze sinds het begin van de coronacrisis elk miljardenbezuinigingen hadden aangekondigd?

Tien jaar geleden was Shell bezig in alle uithoeken van de wereld, zoals het Arctisch gebied. Dat doen ze nu niet meer

Het antwoord bleek onomwonden ja. Er werden delen van in totaal 2.100 vierkante kilometer zee verhuurd die bij elkaar 121 miljoen dollar (98,8 miljoen euro) opleverden. Een lager bedrag dan in goede jaren, maar toch zeker boven verwachting. De grote Europese oliemaatschappijen Shell, BP en Equinor brachten de hoogste biedingen uit, Shell (27,9 miljoen dollar) voorop. Het was „business as usual”, concludeerde analysebureau Wood Mackenzie. De majors gaan simpelweg door met waar ze mee bezig waren. Mocht aanstaand president Joe Biden besluiten te stoppen met de veilingen, dan heeft dat de komende tien jaar „nauwelijks effect op de oliewinning in de regio”.

Het is paradoxaal. Drie Europese oliebedrijven die alle drie hebben gezegd dat ze in 2050 klimaatneutraal zijn, staan in de VS vooraan om nieuwe winningscontracten te bemachtigen. „Wat ze nog doen, zijn de krenten uit de pap halen”, zegt Van den Beukel, die zelf voorheen bij Shell werkte.

Naar velden met de laagste kosten

Het past juist in de nieuwe strategie van de oliebedrijven, zegt hij, die rekening houden met een structureel lagere olieprijs. „Shell en BP zien aankomen dat de olieproductie verschuift naar de velden met de laagste winningskosten, met een kortere tijdshorizon. Dus geen Nigeria en Angola meer, wel de beste gebieden in de Golf van Mexico. Tien jaar geleden was Shell bezig in alle uithoeken van de wereld, zoals het Arctisch gebied. Dat doen ze nu niet meer.”

De coronacrisis heeft de oliesector blijvend veranderd, dat is zeker. Toen de eerste golf in het voorjaar aanzwol, kelderde het wereldwijde olieverbruik. Van de gebruikelijke 100 miljoen vaten per dag waren er in april en mei minder dan 75 miljoen over. Raffinaderijen draaiden op halve kracht of stonden helemaal stil, olieopslagen waren volgeboekt, de olieprijs zakte in elkaar. Even stond de leidende Brent-olieprijs zelfs onder de 20 dollar, het laagste punt sinds 2001.

Inmiddels krabbelt de sector op. Sinds de tweede week van december wordt de olie weer boven de 50 dollar verhandeld door optimisme rond vaccinaties, maar de tijden dat de olie 100 dollar kostte – dat was de gangbare prijs in de periode 2011-2014 – lijken voorgoed voorbij. Want de coronacrisis versnelt een beweging die door de klimaatzorgen toch al steeds hoger op de agenda stond: het afscheid van olie.

Olie en gas, en alles wat nodig is om het te produceren, wordt minder waard. Shell boekte in 2019 voor ruim 20 miljard dollar (16,4 miljard euro) af op zijn bezittingen en olie- en gasreserves. ExxonMobil kondigde onlangs ook grote afboekingen aan (17 à 20 miljard dollar op aardgasprojecten).

Een voor een, het Franse Total uitgezonderd, kondigden de grote oliebedrijven in het afgelopen half jaar grote reorganisaties aan waarbij duizenden banen verdwijnen – per bedrijf 10 à 15 procent van de arbeidsplaatsen. De investeringen worden met 20 tot 30 procent teruggeschroefd.

Alleen topman Darren Woods van het Amerikaanse ExxonMobil durft hardop te zeggen dat het in 2022 weer net zoals vroeger zal zijn. „De basale aannames die voor de lange termijn onze bedrijfsvoering bepalen, zijn sterk en onveranderd”, zei Woods in mei tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering.

Aan het andere eind van het spectrum staat het Britse BP. De begin dit jaar aangetreden topman Bernard Looney was de eerste die hardop zei dat de vraag naar olie mogelijk nooit meer op het oude niveau terugkeert: dan is peak oil – de grootste mondiale vraag naar olie – in 2019 gepasseerd. Zijn uitspraak kreeg veel aandacht. Maar daardoor raakte uit zicht dat BP in het najaar in zijn BP Energy Outlook na de ‘oliepiek’ wel een daling voorspelt, maar zeker geen snelle daling.

Zo bezien verschilt de toekomstvisie van voorloper BP niet zoveel van die van andere bedrijven zoals Equinor of de analisten van zakenbank Goldman Sachs of het Internationaal Energieagentschap (IEA). Zij zien allemaal de olievraag na de coronacrisis weer langzaam opveren, zo vatte persbureau Reuters recentelijk samen. In de meeste scenario’s wordt ergens achterin de jaren twintig een vlakke top bereikt – een paar jaar eerder dan voor de coronacrisis werd gedacht. Of de vraag naar olie groeit dan nog een beetje door, zoals het invloedrijke IEA en het oliekartel OPEC denken.

Directeur Mark van Baal van de Nederlandse financiële actiegroep Follow This, dat een strenger klimaatbeleid van oliebedrijven vraagt, is daarom niet optimistisch over de snelheid waarmee de oliesector verandert. „Het grootste verschil tussen Europese en Amerikaanse bedrijven is dat de eerste groep van alles belooft, en de tweede niet. Maar bijna alle investeringen gaan nog naar fossiel. ExxonMobil is tenminste eerlijk.”

Alternatieve scenario’s

Wat vooral verandert, zijn hun gedachten over wat óók zou kunnen gebeuren. Zowel IEA als BP rekende tot vorig jaar met een alternatief, hoog scenario waarin de olievraag bleef groeien en groeien. Dat is verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen scenario’s waarin de wereld opeens alle zeilen bijzet voor het klimaat en gaat koersen op netto nul CO2-uitstoot in 2050.

Als dat waarheid wordt, heeft dat al in 2030 serieuze consequenties voor de olievraag. Daar moeten de oliebedrijven óók op inspelen. „Decennia dachten we: er is te weinig olie. Nu denken olieproducenten: hoe komen we er vanaf?”, vat Van den Beukel de toestand samen.

„BP en Shell houden daarom rekening met een verschuiving naar olie die ze tegen lage kosten kunnen winnen. Anders worden ze weggeconcurreerd door Rusland en Saoedi-Arabië.”

Oliewinning moet de komende vijftien à twintig jaar in stand blijven, benadrukt Coby van der Linde. Ze is directeur van CIEP, een Haags onderzoeksinstituut dat bekostigd wordt door energiebedrijven en de rijksoverheid. „Je moet in de overgangsperiode twee systemen runnen. Dat is best ingewikkeld, en het duurt lang. Daar gaat de discussie nooit over, hoe doe je dat? Iedereen heeft het alleen over de vraag wie de mooiste plannen voor 2050 heeft.”

Tot 2035 à 2040, verwacht Van der Linde, moet de olie-industrie investeren om de energietransitie te verwezenlijken. En dat terwijl de bedrijven door de coronacrisis juist flink in hun investeringen moeten snijden. Ze vindt het daarom in ieders belang dat de concerns nu zorgen voor stevige inkomsten uit olie en gas, om die investeringen te bekostigen. „Ik maak me vooral zorgen over de investeringsbereidheid. Door de lage winstmarges en door de politieke wind die er waait.”

Die wind stak de afgelopen jaren op en zwelt nog altijd aan. Toen vijf jaar geleden het klimaatakkoord van Parijs gesloten werd, was het nog ondenkbaar dat Milieudefensie in Nederland een rechtszaak zou beginnen om Shell tot minder CO2-uitstoot te dwingen – een wereldwijd unieke zaak.

Lees ook over de lopende klimaatzaak tegen Shell: Shell kan voor het klimaat niet nog meer doen, vindt Shell

Invloedrijke rol van beleggers

Of de rechtbank daarin mee gaat, zal volgend voorjaar blijken. Maar ook beleggers nemen steeds minder genoegen met oliebedrijven die geleidelijk bijsturen en alle ijzers in het vuur houden.

Dat werd als eerste duidelijk met beleggeractivisten zoals van ngo Follow This, daarna volgden bezorgde verzekeraars en pensioenfondsen in vooral Europa met steeds duidelijkere doelstellingen. Het in december opgerichte verbond Net Zero Asset Managers (9.000 miljard dollar aan investeringen), waaraan onder meer de Nederlandse fondsen ASR, Kempen en Robeco deelnemen, wil zijn beleggingen in lijn brengen met het strengste klimaatdoel van Parijs: 1,5 graad opwarming.

Misschien roeren zelfs de meest traditionele beleggers zich binnenkort ook. Toen Larry Fink, de baas van de Amerikaanse reuze-investeerder BlackRock (7.000 miljard dollar) aan beleggingen), begin januari groots aankondigde dat zijn fonds zou gaan vergroenen, werd dat met scepsis begroet. Want BlackRock stemt bijna altijd tégen klimaatresoluties – en bleef dat ook dit jaar doen, blijkt uit recent onderzoek van ngo Majority Action.

Twee weken geleden zei Fink dat het roer nu écht om zou gaan. Vanaf nu, zei BlackRock, gaat het klimaatresoluties van andere beleggers steunen. Niet iedereen gelooft Fink direct. Maar directeur Mark van Baal van Follow This ziet wel dat beleggers kritischer worden. „Oliemaatschappijen zijn heel goed in het uitleggen wat het beste voor hen zelf is aan beleggers.” In 2016 betaalde Shell nog 52 miljard dollar voor British Gas, stipt Van Baal aan – de grootste overname door het concern ooit. „Dat was tien jaar na Al Gore [die toen de klimaatfilm An inconvenient truth uitbracht]. Beleggers hebben dat altijd geaccepteerd, ook omdat ze moeilijk tegen de bestuursvoorzitter kunnen zeggen dat zij beter weten wat goed is voor een oliebedrijf.”

Maar Van Baal van Follow This ziet wel dat beleggers kritischer worden. Vooral het afgelopen jaar groeide de steun voor de resoluties van Follow This – al werden ze nog altijd overtuigend weggestemd. „Nu zeggen beleggers: we weten beter dan jij wat goed voor de wereldeconomie is. Namelijk dat jij minder gaat uitstoten. Dat staat redelijk los van Covid, volgens mij.”

Van der Linde van CIEP ziet die beweging bezorgd aan. „Als je nu naar een wereld streeft waarin de oliebedrijven niets meer doen omdat alles vies en slecht is, dan geef je in feite de oliemarkt aan Aziatische bedrijven. Dan is het nog maar de vraag welk beleid er vervolgens wordt gevoerd. Als de financiers niet meer bereid zijn de eerste stap te zetten, kan je ook niet bij stap vier of vijf komen. Dat vind ik zorgwekkend als je kijkt naar onze afhankelijkheid van een goed werkend energiesysteem.”

Correctie 2 januari: In het artikel stond dat Shell in 2019 voor ruim 20 miljard dollar (16,4 miljard euro) afboekte op zijn bezittingen en olie- en gasreserves. Dat gebeurde in de loop van 2020, dat is aangepast.