Recensie

Recensie Uit eten

Twee dagen plezier van de kadebox van Café Marseille

Uit eten Rotterdam Frank van Dijl recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Frank van Dijl

Tijdens een van onze coronawandelingen van het afgelopen najaar passeerden we restaurant Tandoor 16 op de hoek van de 1e Middellandstraat en de Adrianastraat. Een jonge vrouw stond met een verfkrabber de letters van de ruit te schrapen. Was de anderhalf jaar bestaande zaak van Derk Jan Wooldrik nu al ten prooi gevallen aan de een week eerder afgekondigde tweede lockdown?

Maar nee, verklaarde de chef toen hij ons op de stoep had ontwaard, het was tijd voor verandering. Wooldrik greep de gedwongen sluiting van de horeca aan van de Indiase keuken over te stappen op de mediterrane en dan specifiek de Zuid-Franse. De nieuwe naam? Café Marseille. Denk aan visjes, bouillabaisse – en pastis natuurlijk. Met aanstekelijk enthousiasme schetste Wooldrik ons het toekomstperspectief.

Typisch DJ om nu alweer met iets nieuws te komen, meenden wij. We hadden bij hem gegeten in Bird, in Kino, in Tandoor 16 dus – binnen een tijdsbestek van enkele jaren. Om midden in de lockdown de hele boel om te gooien getuigt van durf. Maar, relativeerde de chef, dit is een uitgelezen kans, je hebt nu de handen vrij.

Eind december bestelden we via de website van Café Marseille [cafemarseille.nl] de ‘kadebox’ (op de volgende hoek begint de West-Kruiskade, vandaar) die ruim voldoende zou zijn voor twee personen, het extra kaasplankje en een fles natuurwijn, alles bij elkaar 90 euro. Ik was blij dat ik met de auto was gekomen, want de doos bleek toch weer van het formaat dat zich lastig laat vervoeren op de fiets.

Wat zat er dan allemaal in? Er was voorzien in charcuterie, waartoe we de smeuïge leverpaté rekenden en de lekkere worstjes. Er was tartaar van tomaat met augurkjes, er waren pickles (die best wat zuurder hadden gemogen). We gingen er maar van uit dat de poussin (piepkuiken) met aardappelen uit eigen rotisserie het hoofdgerecht was en dat alles daarboven op de menukaart de voors en tussens vormde. Ik verwarmde de vissoep met wilde venkel in een pannetje.

De wijn was tot mijn verrassing een bubbel, ik was bij het woord ‘Chardonnay’ opgehouden met lezen en had zodoende niet gezien dat hij notabene ‘Les Pétillantes’ heet. Het was geen bezwaar, de wijn ging uitstekend samen met de koude voorgerechten, zoals de tomatentartaar waar ook dungesneden rode biet en kappertjes in zaten, en de soep, meer een vispuree die het midden hield tussen een bourride en een brandade, traditioneel gemaakt van stokvis, olijfolie en knoflook. Uit het pannetje schepte ik met gemak twee soepborden vol. We aten er de meegeleverde broodjes bij die – dat moet ook gezegd – bij de overdaad aan exotica wat gewoontjes afstaken.

Dit alles eenmaal soldaat gemaakt hebbend, keken we elkaar aan. Behalve de anderhalve poussin restte ons nog de lamsragout, de fregola (bolletjespasta) met trompette de la mort en eekhoorntjesbrood, de kaasjes (die in een te klein bakje waren gepropt), de salade gourmande met Zuid-Franse dressing en de merengue met cranberrysaus. Zonder woorden begrepen we van elkaar dat we voor nu genoeg hadden, dus bewaarden we de rest voor de volgende dag.

Een belangrijk voordeel van afhaaleten, want in een restaurant kun je lastig zeggen: ‘We komen hoofd- en nagerecht morgen wel opeten’.

Die dag legde ik de kippetjes in een ovenschaal met de al aangebakken aardappels eromheen en ik sneed er, à la een recept van Nigel Slater, partjes citroen doorheen. De aluminium bakjes met pasta en paddestoelen en met lamsragout met sinaasappel, olijf en oregano gingen ernaast in de oven. Ik handelde op gevoel, want aan instructies doet Derk Jan Wooldrik niet, maar alles was zo goed voorbereid dat er niets mis kon gaan. In de lamsragout proefden we de zon, de kipjes waren sappig gebleven. Zo hadden we twee dagen plezier van de kadebox van Café Marseille.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.