Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

Sara Vrugt: ‘Ik wil mensen beter naar elkaar laten kijken’

Wat maakt het leven de moeite waard? Ze wil de wereld verbeteren, maar „als je gaat preken vindt niemand je meer aardig”, weet textielkunstenaar Sara Vrugt. Ze brengt haar boodschap over met publieke kunstprojecten. „Ik wilde meer doen dan alleen dat kleine stapje van mezelf.”

Sara Vrugt (39) en ik hebben elkaar één keer eerder gesproken, twaalf jaar geleden. Ze was toen net aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst afgestudeerd in mode & textiele vormgeving. En ze had een prijs gewonnen waarmee ze een idee kon uitvoeren dat al jaren sluimerde: over een lengte van drie kilometer een rode loper leggen tussen een volkse en een chique buurt, de Jacob Catsstraat in de Schilderswijk en de Jacob Catslaan bij het Vredespaleis. Op die eendagscatwalk gaven toen driehonderd vrouwen (en een enkele man) uit wijken in de buurt een modeshow, in kleren die ze hadden gemaakt onder leiding van de jonge textielkunstenaar. Een rode draad heette dat project. Want, legde Sara Vrugt indertijd uit: „Een draad verbindt.”

Vandaag zitten we met z’n tweeën in haar atelier, studio vruGt in Den Haag. Op tafel staat een laptop waarop ze zo nu en dan een filmpje laat zien of iets opzoekt. Aan de muur foto’s van het kunstproject waar ze nu mee bezig is. Of preciezer: waar opnieuw honderden mensen mee bezig zijn, al bijna een jaar lang borduren pakweg duizend vrijwilligers samen een bos op doek: meer dan honderd vierkante meter stammen, takken, blaadjes, vogels. Dat doen ze in vier openbare pop-upateliers, vóór corona in de Centrale Bibliotheek in Den Haag – „daar zaten we met soms wel twintig mensen tegelijk te borduren, het atelier was bij de roltrap en viel enorm op” –, daarna waren het kleinere groepen, achtereenvolgens in Amsterdam, Leiden (Hortus Botanicus) en Enschede.

Al die vrijwilligers werken steeds aan twee langgerekte tafels: het dertig meter lange, vier meter hoge doek is in tweeën geknipt en aan de uiteinden opgerold. Zodra het stuk dat op de tafel is gespannen vol is geborduurd, draait het doek een stukje door. Dit voorjaar wordt het bos tentoongesteld.

Daar gaan we het straks over hebben.

Eerst kijken we samen naar een foto van boomwortels, die de onderste rand van het enorme doek vormen. Die boomwortels, zie je dan, zijn niet gemaakt van borduursteken, zoals de stammen, de takken en de blaadjes, maar op het doek geschreven letters: korte verhaaltjes waarin iemand vertelt wat de natuur voor hem of haar betekent.

Je moet verder kijken dan het eerste verhaal

Want ook dát is onderdeel van het project: in de pop-upateliers kon je over jouw relatie met de natuur vertellen, waarna je verhaal werd samengevat in ongeveer zeventig woorden – de lengte van een boomwortel op het doek. Sara Vrugt: „Dus ik dacht: laat ik om uit te proberen of het werkt beginnen met mijn eigen natuurervaring. Dat verhaal heb ik toen verteld, waarna het door verschillende verhalenschrijvers is geïnterpreteerd. Mijn favoriet is die waarin een schrijver het perspectief van de boom koos.” Ze leest voor van de foto, het is dit verhaal dat een boomwortel is geworden:

Ik sta sinds mijn geboorte bij de ingang van haar woonwagen. Ze zoekt, en na niemand gevonden te hebben om mee te spelen, komt ze naar mij toe. Ze stapt op mijn laagste zijtak, grijpt naar twee van mijn jongere takken, en voordat ik het weet zit ze midden tussen mijn bladeren. Ze kijkt naar haar vader op het lekkende dak, luistert naar de vechthonden verderop. Ik mijmer met een mens in mijn kruin. Als zij beweegt tegen mijn bast, beweeg ik met haar mee - en begint de wind te waaien.

De boom staat nog altijd op dezelfde plek, Zeeburgereiland in Amsterdam. Wanneer ze daar als meisje in klom was ze in het weekend op bezoek bij haar vader, nadat haar ouders waren gescheiden en zij met haar moeder de hippie-enclave had verlaten. „Het was er een feest van bomen, scharrelende kippen en kleine kinderen die rondrenden in hun blote billen. Zelfs die woonwagen was een soort buiten: het tochtte er, en in de winter bevroren de kranen, dan had je ijsbloemen op het raam van je slaapkamer.”

Wat het ook was: een hele andere wereld dan de echte wereld. Of was het andersom? Was déze wereld de echte wereld? En wat was het dan dat die werelden verbond?

Als je haar vraagt „wat je ziet als je terugkijkt op twaalf jaar kunstprojecten” antwoordt ze: „Verbinden. Verbinden is het centrale thema.” Sara Vrugt: „Ik wil dat mensen beter kijken naar elkaar. Dat ze voorbij de buitenkant kijken, verder dan het eerste verhaal. Wat zit er voor verhaal áchter wat je ziet?”

De wereld redden kan niet, maar je kunt wel dingen doen die goed zijn

Tijdens haar studie en in de eerste jaren na haar afstuderen was ze daar letterlijk mee bezig. Ze wijst naar de stoel waar ik op zit – en ineens zie ik het: op de stof waarmee de stoel is bekleed zie je botten, pezen en… „Ja, klopt: op de rugleuning zie je een schedel. Deze stof had ik ontworpen voor mijn eindcollectie, die ging over de binnenkant van het menselijk lichaam. Mijn idee was: in de mode kijken we altijd naar de buitenkant, en daar concluderen we heel veel uit, maar uiteindelijk gaat het daar niet om – en zouden we daar juist aan voorbij moeten gaan.” Iets vergelijkbaars deed ze met Een rode draad, dat mensen uit verschillende buurten met andere ogen liet kijken naar elkaar. En met Heden ben ik Hier, haar eerste grote borduurproject van tien jaar geleden: Facebook-foto’s van nadrukkelijk poserende meisjes vloeien in de loop van het doek over in een eveneens geborduurd, sterk uitvergroot netvlies: een reuzenoog dat naar hen kijkt.

Foto Annabel Oosteweeghel

En dat je zoveel mensen betrekt bij je borduurprojecten, is dat ook verbinden?

„Eerlijk gezegd liep dat gewoon een beetje zo. Voor mijn eerste borduurproject mocht ik een paar maanden werken in een studio, maar alleen als ik op een of andere manier de buurt betrok bij wat ik deed. Op zaterdag een uurtje het atelier openstellen en verder in mijn eentje aanklooien was genoeg, maar natuurlijk mocht het ook meer zijn. Toen dacht ik: weet je wat, ik ga drie maanden helemaal open, en ze mogen niet alleen kijken, maar het ook samen met mij gaan maken. Het was in een winkelstraat, dus ik zette een groot driehoeksbord buiten waarop stond: Aangeboden: kilometers garen. Kom binnen en borduur mee. Daar kwamen heel veel mensen op af.”

En zo zijn er steeds meer mensen mee gaan doen?

„Ja, ik maak mijn werk nu bijna altijd samen met anderen. Bij dit project zijn er zelfs mensen die meereizen met de pop-upateliers. Mensen uit Den Haag of Amsterdam, die een hotel boeken in Enschede. Ik maak er een weekendje van, zeggen ze dan. Sommige mensen zijn al twintig of dertig keer komen borduren, echte fanatiekelingen. Er ontstaan ook vriendschappen.”

Waar kwam het idee van een geborduurd bos vandaan?

„Ik ben altijd al wel… Ik ben opgegroeid bij mensen die zich bewust waren van hoe mooi de natuur is – en dat we daar goed voor moeten zorgen. Eigenlijk wilde ik altijd al de wereld redden, ik heb ook vaak gedacht: ik weet wel dat dat niet kan, maar toch wil ik nog een poging wagen. En daar heb ik me ook best lang voor geschaamd, moet ik zeggen. Dan dacht ik: mensen vinden mij vast naïef, ze vinden natuurlijk dat ik softe vrouwenkunst maak. Maar dat heb ik gelukkig los kunnen laten, ik maak gewoon wat ik maak en als je dat niks vindt: prima, maar ik vind het wél goed. Hoe dan ook, ik heb intussen zelf kinderen en op een gegeven moment dacht ik: er moet toch echt iets gaan veranderen. Ik kan niet de wereld redden, dat weet ik nu heus wel, maar ik kan wel dingen doen die goed zijn. En wie weet anderen daarmee inspireren. Dus laat ik in elk geval veganistisch gaan eten. En niet meer gaan vliegen. Allemaal goeie voornemens, maar na een tijdje dacht ik ook: als ik het in m’n eentje doe schiet het natuurlijk niet op. Maar ja: je moet niet gaan preken, dan vindt niemand je meer aardig. En trouwens: ze luisteren toch niet. Toen kreeg ik het idee van dit project. Ik wilde meer doen dan alleen dat kleine stapje van mezelf.”

Als je gaat preken, vindt niemand je aardig en luisteren ze niet

Wacht even. Je was de wereld toch al aan het redden door mensen met elkaar te verbinden?

Ze lacht. „Ik denk dat ik eerst meer op het sociale gericht was: de vooroordelen, hoe we naar elkaar kijken, dat we in gescheiden werelden leven – en daar dan verbindingen tussen probeerde te maken. Met dit project probeer ik de mens meer met het grotere geheel te verbinden, zeg maar. En dan zit dat andere aspect er nog wel in natuurlijk, want door naast elkaar te borduren kom je in gesprek met mensen die je anders misschien niet was tegengekomen. Maar er is nu duidelijk een groter plan, een hoger doel. Die doelen staan trouwens ook in het projectplan.” Ze zoekt het op en leest voor van haar laptop:

De doelen van dit project zijn: ‘Het aanzetten tot creativiteit en experiment. Het realiseren van een kwalitatief kunstwerk dat doet verwonderen. Verbindingen tussen mensen tot stand brengen. En het planten van honderdduizend bomen. Het overkoepelende doel is bewustwording van onze onlosmakelijke eenheid met het ecosysteem.

Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto’s Annabel Oosteweeghel

Ze lacht nog een keer. „Een paar hele kleine doeltjes maar, toch? Het loopt bij mij altijd een beetje uit de hand, qua formaat en ambitie.”

Want inderdaad, niet alleen is er straks een door duizend mensen samen geborduurd doek van dertig meter lang en vier meter hoog, ook worden er als alles goed gaat nog honderdduizend bomen gepland. Na het borduren van het bos en het vertellen van natuurervaringen is dat het derde onderdeel van het project: donaties verwerven. Tree Sisters, een organisatie die zich inzet voor herbebossing, zal van dat geld (er is 75.000 euro nodig) 99.000 bomen aanplanten in de tropen. De laatste 1.000 komen in Nederland.

Wat ons brengt bij het tentoonstellen van het geborduurde bos.

Dat wordt als het eenmaal klaar is opgehangen aan een spiraalvormig staketsel, waar je in naar binnen kunt lopen alsof je een bos in wandelt: steeds dichter, steeds donkerder. Dit voorjaar wordt het op deze manier tentoongesteld in Panorama Mesdag in Den Haag. Daarna in een aantal andere musea, waaronder Museum het Valkhof in Nijmegen, in de tentoonstelling Rettet den Wald naar aanleiding van het gelijknamige werk van Joseph Beuys. „En ten slotte wordt het zelf natuur, is mijn bedoeling: in de zoom van het doek ga ik zaden verwerken van bomen, struiken en bloemen.”

Uiteindelijk komt de spiraal over twee jaar buiten te staan, in de tuin van Museum Belvédère in Heerenveen. „Het idee is dat de stof vergaat, de zaadjes ontkiemen en de spiraalvorm blijft, maar dan van levende planten. Ik weet natuurlijk niet hoe lang het gaat duren voordat het zover is, dus om te kijken wat het weer voor invloed heeft op het materiaal staat er sinds vorig voorjaar een testmaquette bij mijn vader in de tuin. Dat doek is nog helemaal intact maar goed, het staat er nog maar driekwart jaar.”

Het doek waar duizend mensen een jaar aan hebben geborduurd gaat straks teloor?

„Ja. Maar ja, dat is ook het leven toch?”

De volgende dag stuurt ze nog een mail: „Wat ik achteraf nog dacht – maar misschien heb ik dat in ons gesprek wel duidelijk verteld – is dat ik natuurlijk hoop dat mensen niet alleen het project waarderen (en bomen doneren :-), maar ook daadwerkelijk geïnspireerd raken om keuzes te maken in hun eigen leven, om te doen wat zij zelf kunnen. Ik hoop, boud gesteld, dat mensen niet tien bomen doneren als een aflaatje en dan lekker doorrijden naar de slager. Ik ben soms zo wanhopig over de toekomst van de natuur, de generaties na ons. Natuurlijk moeten de grote systemen veranderen – en lijkt het alsof je daar als individu geen enkele grip op hebt. Toch kies je met je vork en je portemonnee en zullen vele druppels water samen op een gloeiende plaat uiteindelijk niet verdampen.”

Meer over het project is te lezen op www.honderdduizendbomen.nl