Opinie

IJverig vliegen maakt nog geen wereldburger

Kosmopolitisme Als na de ‘bezetting’ dit jaar de ‘bevrijding’ komt, dan mogen we er weer op uit. Maar moeten we dat willen? Hoeveel vliegtuigen heeft het kosmopolitisme eigenlijk nodig, vraagt zich af.
Illustratie Aart-Jan Venema

Dit verhaal speelt in een andere tijd, namelijk meer dan een jaar geleden. Het KLM-toestel waar ik in zat cirkelde en cirkelde, maar het eiland beneden ons kwam maar niet dichterbij. Heel af en toe, als de bliksem toesloeg en het luchtruim even in lichterlaaie stond zag je een idee van de bestemming. Maar de nacht was donker, en de turbulentie hevig.

Net nog hadden twee Nederlandse vrouwen zich uitgebreid beziggehouden met de vraag wel of niet beleggen, hoe dan, vastgoed of toch risicospreiding over meerdere fondsen? De een dicteerde, de ander knikte onzeker.

Maar tijdens het laatste half uur van de reis, die niet van A naar B ging, maar een kwestie van omvliegen werd van A naar A, waren de verhoudingen ineens op hun kop gezet. De wereldwijze belegster met haar klinkende adviezen zag bleek, bij elke luchtzak boog ze haar hoofd voorover en hing ze nog verslagener in haar gordels.

Uiteindelijk, na drie kwartier, landden we op een plek waarvoor niemand had getekend.

Waar kunnen we landen

Een dergelijke scène beschrijft ook de Franse filosoof Bruno Latour. Afgelopen jaar ontving hij voor zijn werk de Spinozalens, en eerder al kwam de Nederlandse vertaling van zijn boek Waar kunnen we landen. Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime uit, verzorgd door Rokus Hofstede.

Ook Latour beschrijft, ruim voor de coronacrisis (de Franse tekst dateert van 2017), hoe een piloot uit moet wijken. Met dit essentiële verschil: ook de alternatieve route, waar een noodlandingsbaan wacht, is afgesloten. De vraag naar de bestemming is niet langer toeristisch, maar existentieel geworden.

Het hele afgelopen coronajaar, waarin ik geen vliegtuig van dichtbij heb gezien, zijn de twee vrouwen me bijgebleven: hun gesprek over, nee niet het goede, maar het zelfgenoegzame leven sloeg zo plotseling om, alsof we op de Titanic zaten en niet in een regulier Nederlands vliegtuig dat bezig was een ruime vertraging op te lopen.

Even een psychoanalytisch begrip: ‘verschuivingsarbeid’. Daar heb ik me aan gewaagd, nu ik erop terugkijk. De inhoud van een droom – in dit geval een nachtmerrie – wordt verplaatst en verschoven om het door de (zelf)censuur te krijgen; om het langs mijn eigen onwil te loodsen en toch de narigheid onder ogen te zien.

De droom/nachtmerrie: de overbevolking, de uitputting van hulpbronnen, de teloorgang van de biodiversiteit, de bio-industrie, de klimaatcrisis, ziektes die van dier op mens overgaan, die hele lange riedel. We horen er al over sinds de Club van Rome (1968).

Politici als Trump zijn erin geslaagd het lokale en het globale schijnbaar vloeiend in elkaar te laten overlopen

De verschuiving bestaat uit twee bewegingen: de twee vliegende vrouwen en hun paniek kwamen model te staan voor de coronacrisis en de eerste lockdown. De wereldwijde verspreiding van het virus drukte me met de kracht van een emotie op het onderliggende probleem: de globalisering, de uitputting van de aardse grondstoffen, de hele ecologische ramp, die ik zo ver mogelijk voor me uit had geschoven.

Lees ook de recensie door Nynke van Verschuer over Waar kunnen we landen van Bruno Latour: Hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn

Met de plotse heftigheid van een luchtzak heeft corona me afgelopen jaar laten proeven van het begrip ‘Antropoceen’, gemunt door Paul Crutzen, een Nederlandse klimaatwetenschapper – het idee dus dat wij leven in een tijdperk waarin geologische en klimatologische processen mede bepaald worden door mensen. En het is niet langer ‘the empire strikes back’, maar de aarde die terugslaat.

Onvoorstelbare gevolgen

Er was die dunne, maar zeer globale lijn, die van Wuhan, China naar de hele wereld liep. De hyperloop van een virus is allang een feit. Het leidde tot onvoorstelbare, wereldwijde gevolgen: al die mensen die afstand hielden, niet meer vlogen, nauwelijks nog buitenkwamen en niet langer standaard zoenend groetten, want ook de mondkapjes zaten voortdurend in de weg. Mensen die ziek werden, zieken die ineens dood waren. Voor het eerst van mijn leven besprong me regelrechte paniek over de klimaatverandering. Over de reële mogelijkheid van een onleefbare werkelijkheid. Corona bracht het begin van de catastrofe thuis.

Mijn schrik is schrikbarend lang uitgebleven. Dat ligt aan mij, en niet aan al die rapporten, activisten, akkoorden en politieke noodsignalen, die in hun gelijksoortige alarmisme wrang genoeg iets vertrouwds kregen. Er is niet één directe lijn die de klimaatcrisis met corona verbindt, er is een complex aan omstandigheden en invloeden die elkaar versterken, maar pas dit jaar voelde ik de klap. De klap waarmee het landingsgestel meestal de grond raakt werd nu de klap van de corona.

De onvoorstelbare kracht van zo’n virus tekent ook de nietigheid van ons mensen. Bruno Latour hamert steeds op de verknooptheid van de mensen en de niet-mensen (de dieren, de planten, de dingen) en zijn oproep komt erop neer het mensenkolonialisme over de niet-mensen drastisch te herzien.

Ik blijf nog even bij de vliegtuigen; 2020 was het jaar waarin zeer minimaal werd gevlogen. Al die stedentripjes tussendoor, de lange backpackreizen en de korte strandvakanties in Zuid-Europa, het was ineens niet meer vanzelfsprekend. ‘Vliegschaamte’ was even een woord, maar corona bleek buitengewoon veel effectiever.

Het idee dat wij naar de wereld moeten, hoogstpersoonlijk, om te zien en te ervaren of de feiten ter plekke wel kloppen, is Sherlock Holmes op zijn slechtst

We werden ‘met onszelf alleen gelaten’, zoals de Duitsers het zo fraai omschrijven. Het leven werd lokaal, regionaal. Stierf daarmee ook het kosmopolitische idee, de verbondenheid met de wereld, met andere mensen die je niet kent, en andere landen waar je nog steeds niet bent geweest, ondanks die bucket list?

Anders gezegd: hoeveel vliegtuigen heeft het kosmopolitische gedachtegoed nodig?

Globalisering als feestmuts

De verhouding tussen lokaal en globaal is opmerkelijk. Politici als Trump en andere rechts-populisten zijn erin geslaagd het lokale en het globale schijnbaar vloeiend in elkaar te laten overlopen. Lokaal: America First, eigen volk, eigen kolen eerst, opzegging van internationale verdragen, geen wereldwijde aanpak van wereldwijde problemen.

Lees ook het essay over globalisering en populisme door Hubert Smeets: Het revolutionaire potentieel van wraak

En tegelijkertijd: een verheimelijkte globaliseringsagenda, die gericht is op winstmaximalisatie voor de nationale bedrijven en elites. Globalisering als feestmuts voor een hyperkapitalisme, dat geen grens wil erkennen – en zeker geen ecologische.

Met kosmopolitisme heeft dat alles weinig te maken. We worden sowieso geen wereldburgers door ijverig ‘vliegbewegingen’ te maken – ‘vliegbewegingen’, alsof niet wijzelf in een vliegtuig stappen, maar we tegen onze wil worden ontvoerd door een luchtschip.

De wereld komt tot ons via allerlei kanalen die een minimale beweging vergen: loopje naar tv, loopje naar computer, loopje naar de virtuele bril op het nachtkastje. Het idee dat wij naar de wereld moeten, hoogstpersoonlijk, om te zien en te ervaren of de feiten ter plekke wel kloppen, is Sherlock Holmes op zijn slechtst.

De ijskappen smelten ook zonder dat wij er massaal naartoe trekken om het fenomeen te aanschouwen. Bangladesh zal weer overstromen, ook als we onze eigen teen er niet proefondervindelijk inzetten. En dat roemruchte Antropoceen, waar kan je dat bekijken? Overal en nergens. Voor die bestemming heeft nog geen touroperator ingetekend.

Partij voor de Dieren

De wereld: dat is ook de aarde, het aardse, en alle elementen die daarin een rol spelen. Voor het eerst neem ik het idee van ‘De Partij voor de Dieren’ volstrekt serieus, waar ik er vroeger, pre-corona, wat lacherig over deed. Hoe dan ook: het contact tussen dier en mensen is verantwoordelijk geweest voor veel ziekte-uitbraken, inclusief corona. We hebben dierlijkheid gelijkgesteld aan beestachtigheid, en als mens volmaakt onverschillig gehandeld.

Het zal er in 2021 op aankomen het kosmopolitische idee en de ethische gedachte daarachter ook te laten gelden voor de niet-mensen, voor alle aardwezens. Het is onze menselijke plicht om het bestaansrecht van al het niet-menselijke te erkennen en te beschermen: dieren, koraalriffen, aardlagen, etc. De mensen bewonen de aarde, maar zijn er niet de ceo van.

Een werkelijk werelds kosmopolitisme vervangt het oude begrip ‘geopolitiek’, dat uitgaat van machtsvorming op geografische basis, door letterlijk de ‘geo-dimensie’, de aardse belangen serieus te nemen.

En als we virusvrij zijn? Het zal ervan komen, misschien dit jaar al, zeker in dit welvarende deel van de wereld. Dit virus heeft, voor zover ik kan overzien (nog) geen oorlog veroorzaakt, en ook in deze coronatijd lijden we niet onder een Bezetting. Maar ook zonder oorlog leeft het idee van de Bevrijding: en toen was het virus verdwenen of ‘de vijand verslagen’, en konden we weer onbekommerd onze gang gaan. Tot de volgende pandemie.

Op 24 oktober 1945 werden officieel de Verenigde Naties opgericht, in San Francisco, de VS. Op 16 november 1945 Unesco (onderwijs, wetenschap en cultuur), in Londen. Op 11 december 1946 Unicef, het kinderfonds van de VN. Er had een wereldoorlog gewoed, en diezelfde wereld heeft er zich rekenschap van gegeven.

Het idee dat virusvrij-zijn bijvoorbeeld zal betekenen: weer zorgeloos vliegen, is kortzichtig. Vliegen is letterlijk het afstand nemen van de aarde. Dat moet juist in elk opzicht minder gebeuren.

Het is niet de luchtvaart die de coronacrisis veroorzaakte – al hielpen al die vliegbewegingen enorm bij de verspreiding. Evenmin zal niet-meer-vliegen een remedie tegen het virus zijn.

De werkelijke stap die niet alleen filosofisch maar ook praktisch gemaakt moet worden: van een humanisme, waarin de mens centraal staat naar een kosmopolitisch ideaal; wij mensen als gasten van een groter, aardser en uiteindelijk kosmischer verband; wij gasten die ervoor moeten zorgen om, zoals de Engelsen zeggen ‘to not overstay one’s welcome’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.