Opinie

De Nederlander is geen drama queen

2020

Commentaar

‘Laat maar komen, die roaring twenties”, zo eindigde het Commentaar van 2 januari dit jaar. Ruim twee maanden later bleken de twenties inderdaad roaring, maar anders dan verwacht. In een paar weken tijd promoveerde het nieuwe coronavirus van een obscuur Chinees griepje tot een pandemie die de hele wereld platlegde.

Van het ene op het andere moment veranderde het leven ingrijpend. Veel van wat het dagelijks leven structuur geeft of opluistert, was plotseling onmogelijk. Een biertje in het café, een praatje op het schoolplein, een een-tweetje bij de koffieautomaat: voorlopig verleden tijd. Dit vergde nogal wat flexibiliteit van de 21ste-eeuwse Nederlander, een menssoort die gewend is aan vrijheid en een zekere luxe. Ineens zat hij aan alle kanten vastgeklonken aan zijn landgenoten: de roekeloosheid van de een betekende het huisarrest van de ander.

Je zou verwachten dat dit verzet opriep of op zijn minst flink wat zelfmedelijden. Maar nee, in maart trad de Nederlander de coronacrisis met goede zin tegemoet. Al meteen na het afkondigen van de ‘intelligente lockdown’ gingen mensen voortvarend aan de slag met het verbouwen en herinrichten van hun huis, het (her)lezen van klassiekers, investeren in hun gezin, of in elk geval met aspiraties in een van deze richtingen. In juni volgde de beloning: men kon weer op het terras zitten, aanvankelijk nog met looproutes en handgelstations, gaandeweg met minder beperkingen.

Maar in het najaar, toen de tweede golf tot nieuwe maatregelen leidde, moest de bevolking opnieuw haar veerkracht tonen. Dit keer viel het zwaarder. Mensen gingen zich tussen juli en oktober iets somberder voelen, meldde het SCP begin december. Nederlanders missen het saamhorigheidsgevoel uit de eerste golf, zo bleek deze week uit de nieuwste editie van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Ook vinden ze het, volgens het gedragsonderzoek van het RIVM, lastiger zich aan de regels te houden.

Deze verslapping leidde tot onderlinge spanningen. De beelden van Black Friday en van de laatste winkeldag voor de lockdown riepen verontwaardiging op: hier zagen we de typisch 21ste-eeuwse verwende consument, zo klonk het. Het Dikke Ik, zou Rutte zeggen.

Maar hoe Dik is dat Ik nou echt? Het mag de mensen dan zwaarder vallen zich aan de regels te houden, de meesten doen dat, tien maanden na het begin van de pandemie, nog steeds redelijk braaf. Het draagvlak voor de maatregelen blijft hoog: 83 procent steunt de mondkapjesplicht en 89 procent de anderhalvemeterregel, aldus het laatste RIVM-gedragsonderzoek. En de flexibiliteit waarmee mensen hun huiskamer tot kantoor of hun restaurant tot afhaallocatie ombouwen, verdient bewondering.

Dat de Nederlander geen drama queen is, bleek ook uit het lezersonderzoek dat NRC hield vlak voor de feestdagen. De meerderheid van de 350 respondenten vierde Kerst soberder dan normaal, maar hierover klagen vond men ongepast. Vergeleken met anderen hebben wij het hier nog best goed, zo viel te lezen. Of, zoals verschillende deelnemers het zeiden: „Het is niet anders.” Een nuchter antwoord op een roaring jaar.