Met het nieuwe werken kun je ontsnappen aan de Randstad

Het nieuwe werken Door thuiswerken hoef je niet meer in de buurt van je kantoor te wonen. Dat biedt veel mogelijkheden. De Randstad uit, het platteland op.

Illustratie Pepijn Barnard

Er waren thuiswerkers die in 2020 bij familie op het platteland introkken of naar een vakantiehuisje verhuisden. Een tuin of extra kamer bleek meer te doen voor de concentratie dan een extra iPad voor de kinderen in een stads postzegelappartement. Je aandacht verdelen over veertig vierkantjes op een scherm gaat nu eenmaal makkelijker als er niet twee meter verder gillende kleuters een hut bouwen rond je laptop.

Voor sommigen bleef het niet bij iets tijdelijks. Steeds meer stedelingen zoeken als gevolg van de coronacrisis naar woningen op het platteland, aldus de Nederlandse Makelaars Vereniging. Vooral nieuwbouwplannen, waar eenvoudig een thuiskantoor in op te nemen is, zijn volgens de branchevereniging populair.

Of sprake is van een trend die lang zal aanhouden, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is nog te vroeg om dat te zeggen, zegt planoloog David Evers van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het PBL heeft net onderzoek afgerond over de impact van corona op binnensteden. „We weten niet of een kortetermijntrend structureel wordt. In de jaren negentig dachten we ook dat de opkomst van internet zou zorgen voor meer mensen die werken vanaf het platteland, maar veel techbedrijven willen toch in de binnenstad zitten.”

Volgens Zef Hemel, hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam, is de beweging ‘naar buiten’ in steden als Utrecht, Amsterdam en Den Haag vooral het gevolg van de woningmarkt die al sinds de vorige crisis op slot zit. „Amsterdam was jaren aan het boomen terwijl er nauwelijks iets werd gebouwd. Prijzen schoten omhoog. Mensen met een middeninkomen en starters komen de stad niet meer in en gaan desnoods in Twente, Drenthe of Overijssel wonen. Tijdens corona kwam daar de vlucht naar het platteland bij.”

Volgens Hemel gaat het vooral om senioren die hun afbetaalde huis in de Randstad voor een torenhoge prijs verkopen en er relatief goedkoop een woning – die nog ‘onder water’ staat door de vorige crisis – voor terug kopen. „Dan heb je ineens een paar ton op de bank, dat is fijn.”

Overigens kopen mensen niet alleen vastgoed om te verhuizen, benadrukt Hemel. „Nederland is een groot winkelcentrum geworden, iedereen is aan het kopen. Dat kunnen mensen ook doen omdat vastgoed waardevast is en de rente nu negatief.”

Lees ook: Je draai vinden in een nieuwe baan is vanuit huis nog lastiger

Volgens Eveline van Leeuwen, hoogleraar stedelijke economie aan de universiteit van Wageningen, gaat het om een ‘bescheiden beweging’. Die merk je in de stad bijna niet, maar wel als je in een klein dorp woont waar ineens twintig gezinnen bijkomen. „Mensen kijken verder”, zegt ze. „Vroeger was Zwolle zo’n beetje de grens. Maar als je nog maar twee dagen per week op kantoor hoeft te zijn, is twee uur reizen ineens wel een optie.”

Waarom zou je eigenlijk nog in de buurt van kantoor gaan wonen? Vijf redenen om na corona vaker vanuit de provincie te werken.

  1. Meer natuur

    Meer groen om je heen is misschien wel de meest voor de hand liggende reden dat mensen de stad verruilen voor het platteland.

    „Het is een fantastisch bosrijk gebied, met mooie authentieke dorpjes als Diever en Vledder”, zegt Mijke Noest (50) over haar nieuwe woonplaats Boijl in Friesland, bij de grens met Drenthe. Eigenlijk wilde ze al veel eerder naar Friesland. Maar ja, als eindredacteur van denhaag.nl werkte ze bijna vanzelfsprekend vanuit de hofstad. „Ik dacht dat ik eerst een andere baan moest zoeken om te verhuizen. Door corona kan ik overal vandaan werken, dus dat is niet meer nodig.”

    Ze belt vanuit haar werkkamer op de eerste verdieping van haar nieuwe huis. Vandaar kijkt ze uit op een tuin van veertig meter diep met een waslijn en een moestuin waar ze boerenkool voor een jaar aantrof. „Een vriend van me woont in Friesland, en die had me uitgenodigd om een week op de camping te gaan staan in zijn camper. Ik vond het hier zó mooi. Ik ben eerst vakantiehuisjes gaan huren, bijna iedere maand. Toen besloot ik er afgelopen herfst vast te gaan wonen.” Noest is een fietser, zegt ze. „Op de fiets heb ik altijd het gevoel wat motorrijders hebben: ik rijd mijn vrijheid tegemoet. Dat had ik hier heel sterk.”

    Ook app-ontwikkelaar Sarah Maria Elvira (27), die eerst in de muziekindustrie werkte, miste de natuur. Ze woonde negen jaar in Amsterdam en Haarlem, maar groeide op in het Gelderse Ede. Eind juli verhuisde ze terug met haar vriend die een baan vond als leraar op een school in de buurt. Hun dakappartement ligt naast station Ede-Wageningen, aan de rand van het bos. „De Veluwe is onze achtertuin. Het is echt heel anders, maar vooral in deze tijd echt heel lekker.”

  2. Alles gaat nu toch via Zoom

    Corona zorgde voor een digitale inhaalslag bij veel organisaties. Thuiswerken werd van experiment tot norm. Noest bevalt het werken op afstand „eigenlijk heel goed”. „Ik heb het idee dat mensen in mijn team zich thuis veel beter kunnen concentreren dan op kantoor. We zien elkaar elke ochtend in Teams. Ikzelf ervaar dat toch als goed, regelmatig contact.”

    Elvira werkte eerst voor een platenmaatschappij en -distributeur uit de Verenigde Staten, Empire. Twee jaar geleden wilde ze al stoppen in de muziekindustrie, maar ze bleef als zelfstandig pr-manager werken voor bekende artiesten als Pitbull. Eigenlijk was ze van plan nooit meer terug te gaan naar Ede. „Ik was dat kleine dorp ontvlucht.” Maar corona legde de cultuursector lam. Horeca bleef dicht, ook in Amsterdam. „Wat kun je hier eigenlijk nog, dacht ik, behalve torenhoge huur betalen? Mijn beste vriendin en familie wonen in Ede. Waarom ga ik niet terug? Alles gaat toch via Zoom.”

    Nu werkt ze aan een app die grote socialemedia-accounts filtert en op categorie berichten selecteert voor afnemers. Zo zien grote merken of influencers belangrijke berichten niet meer over het hoofd. Een vriend uit Berlijn maakt het ontwerp, een vriend uit Londen doet sales. Communicatie gaat online. Af en toe mist ze de Amsterdamse horeca. Maar wil ze toch een keer terug, dan is ze in 55 minuten met de trein in Amsterdam.

  3. Meer oppervlakte voor je geld

    Toegegeven, het is een privilege om te kunnen werken op afstand. Een huis succesvol verkopen en opnieuw aankopen is dat ook. Maar als dat tot de mogelijkheden hoort, kan een verhuizing ook een slimme financiële keus zijn. „Voor het geld waarvoor we in de Randstad een kippenhok kunnen kopen hebben we hier een flink huis met veel ruimte”, vertelt Diana Soijo.

    Ze had tot de zomer een eigen yogastudio in Wateringen, bij Den Haag. Door corona zag Soijo, die ook nog een opleiding doet tot hondenosteopaat, haar inkomsten dalen tot bijstandsniveau. „In de zomer dachten we: dit komt niet meer goed. Ik ben alle yogalessen online gaan doen, eerst vanuit de woonkamer.”

    Haar zus woonde in het Brabantse Lith en via haar kwam Soijo met haar man, freelance camerajournalist, in hetzelfde dorpje terecht. De huur van de yogastudio zegde ze op, nu rolt ze een matje uit in haar eigen yogakamer in hun nieuwe huis.

    Elvira en haar vriend kregen een woning die bijna twee keer zo groot is als hun oude appartement en bijna 300 euro goedkoper. Aan het begin van dit jaar betaalden ze 1.700 euro huur voor een appartement van tachtig vierkante meter zonder buiten in Amsterdam-West. In Ede betalen ze 1.430 euro per maand voor een bovenwoning van 130 vierkante meter met een balkon van 30 meter op het zuiden.

  4. Terug naar familie

    Anne van Weeghel (38) en Theun Supheert (43) verhuisden vlak voor corona met dochter Doris (6) en zoon Jonas (3) vanuit een appartement in Utrecht naar een oude woonboerderij in Doetinchem. „Toen ik hier op mijn achttiende wegging, had ik niet gedacht dat ik ooit terug zou keren naar de Achterhoek. Maar met twee kleine kinderen in een bovenwoning met een dakterrasje van twee bij twee begon de stad ons te benauwen”, vertelt Van Weeghel.

    Eerst vond ze het spannend om de stad los te laten. Haar plan was naar de Randstad heen en weer te blijven reizen, om trainingen te geven in leiderschap en persoonlijke ontwikkeling. Maar door corona verdween binnen drie dagen een halfjaar werk uit haar agenda. Van Weeghel besloot haar eigen opleidingsinstituut op te zetten. Al haar trainingen geeft ze vanaf maart aan huis. „Ik kijk er enorm naar uit mijn kinderen naar school te kunnen brengen, terug naar huis te fietsen, in de trainingsruimte de koffiemachine aan te zetten en deelnemers te ontvangen als de regels dat weer toelaten.”

    Ze vond het ook leuk dat ze dichter bij haar ouders kwam te wonen. Toen ze onderzoek deed naar haar familiegeschiedenis, besefte ze dat al elf generaties van vrouwen uit haar familie in Doetinchem zijn neergestreken. „Dat kan geen toeval zijn. De ontdekking dat mijn familiegeschiedenis hier zo ver teruggaat, hielp me erop te vertrouwen dat we het juiste hadden gedaan.”

  5. Meer ruimte in je hoofd

    In Amsterdam zul je niet snel een wild zwijn of hert op straat zien lopen. In Ede is dat vrij normaal, zegt app-bouwer Elvira. Werken gaat haar makkelijker af in het dorp omdat ze minder snel wordt afgeleid. „Het is hier lekker rustig. Er is veel minder te doen dan in Amsterdam. Ik voel me ook veel meer tot rust gekomen.”

    Er ontstaat een herwaardering van ruimte, voorspelt Eveline van Leeuwen. „Zowel binnenshuis als buitenshuis. Door corona denken we weer na over het inbouwen van een marge of een buffer”, zegt de Wageningse hoogleraar. Dat bedoelt ze niet alleen in financiële zin, maar ook in ruimtelijke. „Denk aan een extra (studeer)kamer, maar ook aan een tuintje of plantsoen voor de deur.”

    Zo wilde Van Weeghel een trainingsruimte aan huis. Daarvoor was in Utrecht geen plek. Haar man, die muziek maakt, krijgt een studio op het terrein. „Ik geniet iedere dag van de stilte, het groen en het uitzicht om ons heen”, zegt Van Weeghel.

    Ze zal niet zo snel zeggen dat corona een zegen is geweest. „Het was een pittig jaar en dan realiseer ik me ook nog dat er mensen zijn die veel harder zijn getroffen. Maar de gedwongen stilstand heeft ons wel geholpen voorzichtige keuzes om te zetten in grote plannen.”

    In Amsterdam had Elvira altijd het gevoel dat ze ‘nuttig’ moest zijn. „Ik was constant afspraken aan het inplannen, hield mezelf continu bezig. Nu doe ik mijn werk wanneer ik het moet doen, maar ik neem ook tijd om even niks te doen. Af en toe komt een jongen uit Amsterdam helpen met de app. Ik heb hem de hele Veluwe laten zien. In een dag zagen we een wild zwijn en een straaljager, hij wist niet wat hij meemaakte.”