Barsten straks de nieuwe ‘roaring twenties’ los?

Na corona Op de Zwarte Dood en de Spaanse Griep volgden wilde jaren vol euforie. Onderzoekers zien parallellen met nu.

Carnavalsfeest in Berlijn, 1927.
Carnavalsfeest in Berlijn, 1927. Ullstein Bild/Getty Images

Heel mooi, al dat positieve vaccin-nieuws van de laatste tijd, zegt Nicholas Christakis. „Maar we zijn nog niet aan het begin van het einde. We zijn aan het einde van het begin.” Christakis – arts en socioloog, verbonden aan Yale University – publiceerde recent het boek Apollo’s Arrow. Daarin doet hij voorspellingen over de langetermijngevolgen van deze crisis, op basis van eigen epidemiologisch onderzoek naar de Covid-pandemie, historische bronnen en data-analyses.

Christakis deelt de komende periode voor de meeste westerse landen in drie fases in. Tot mogelijk nog begin 2022 zitten we, in golven van wisselende intensiteit, in de „onmiddellijke fase”, zegt hij via Skype vanuit zijn ruime thuiswerkkamer. „Het is wachten op de vereiste groepsimmuniteit, waardoor de pandemie uitdooft. Dat kan door de vaccins gebeuren, of door het natuurlijke verloop van het virus. Vergeet niet: dat zou al wonderbaarlijk snel zijn.”

Christakis’ vaccinvoorspelling komt redelijk overeen met scenario’s van het RIVM en vergelijkbare instituten in andere landen en onderzoeksbureaus als McKinsey – al zijn er ook optimistischer tijdlijnen.

Als groepsimmuniteit eenmaal is bereikt, voorziet hij de ‘tusseninfase’ van de pandemie, die ongeveer twee jaar duurt. Daarin moet de economische schade worden hersteld en blijvende gezondheidsschade worden opgevangen. Hij baseert die twee jaar op de herstelperiodes van eerdere economische crises.

Lees ook Feesten, zingen, schreeuwen? In China kan het gewoon weer

Maar dan, richting 2024, eindelijk, kunnen we de pandemie echt helemaal achter ons laten, denkt hij. Dan breekt de ‘post-pandemische fase’ aan. Sterker nog: Christakis voorspelt op basis van historische patronen en economische data dat tegen die tijd de tweede „roaring twenties” zullen zijn losgebarsten. „Er is een enorme opgekropte vraag naar sociale interacties, en bovendien veel spaargeld.” Hij haalt in zijn boek meerdere voorbeelden aan van euforie na historische pandemieën. Na de Spaanse Griep van 1918 kwamen de originele roaring twenties. En hij citeert een schoenmaker uit 1348, die na de pest-pandemie verbaasd opschreef: „Toen de pestilentie weggetrokken was, gaf iedereen zich over aan plezier. Monniken, priesters, nonnen, alledaagse mannen en vrouwen: niemand maakte zich zorgen over gokken en geld uitgeven. Iedereen voelde zich rijk.”

Zwetende massa’s in nachtclubs

De eerste tekenen van postpandemische euforie zijn her en der al zichtbaar. Volle sportstadions in Nieuw-Zeeland, zwetende massa’s in Chinese nachtclubs; het is nog lang niet op het oude niveau, maar de drang om op elkaar te duiken is er. Rabobankstrateeg Roland van der Vorst voorspelde laatst in het Financieele Dagblad „honger naar huid, herrie en hosanna”.

De pandemie zorgt naast de evidente economische schade ook voor gigantische overheidsinvesteringen en recordhoeveelheden opgekropte spaartegoeden. Op de beurs gaan de koersen van veel bedrijven door het dak, mede door de steunpakketten en de hoop op herstel.

Er is een opgekropte vraag naar sociale interacties, en veel spaargeld

Voorspelt de geschiedenis inderdaad een euforische fase? De Duitse historicus Philipp Blom zet er vraagtekens bij. Hij schreef bestsellers als De duizelingwekkende jaren – Europa 1900-1914, Alleen de wolken en recent Het grote wereldtoneel, over de culturele, maatschappelijke en politieke omwentelingen van begin twintigste eeuw.

„Een direct verband tussen de Spaanse Griep van 1918 en de roaring twenties lijkt mij te kort door de bocht,” zegt hij aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Wenen. Volgens Blom is niet goed te ontwarren wat een reactie was op de oorlog, wat op de economische crisis en wat op de pandemie. „Er was toen zoveel tegelijk aan de hand.”

Hij ziet wel een andere parallel met nu. „De combinatie van crises toonde toen, net als nu, het failliet aan van een groot verhaal over de maatschappij.” Het grote verhaal dat faalde in 1918 was het archaïsche, patriarchische en Victoriaanse verhaal van de negentiende eeuw. „En nu hebben mensen gezien dat het oude neoliberale verhaal van allesoverheersende marktwerking en efficiëntie niet meer functioneert. We hebben allemaal gezien: het moet ánders dan de markt die maar doordraait. In zo’n periode kan een cultureel en ideologisch vacuüm ontstaan.”

Er ontstond in de jaren twintig van de vorige eeuw een „oorlog van nieuwe grote verhalen en ideeën”. Er kwamen wilde krachten los. Die jaren brachten de opkomst van jazz, radio, vrouwenstemrecht en andere sociale omwentelingen. Nieuwe, radicale kunststromingen zoals het surrealisme kwamen op.

Er waren in grote Europese steden legendarisch veel feesten vol (illegale) drank en drugs, experimenten met vrije seks, andere rolverdelingen, vloeibaarder gender-identiteiten. Maar het waren ook jaren waarin veel kwetsbaarheden aan het licht kwamen: sociale scheidslijnen, het falen van maatschappelijke systemen. Het was een tijd waarin de meest bizarre complottheorieën konden woekeren.

„Er was opluchting over het wegvallen van de oude cultuur die had gefaald op het slagveld, maar de nieuwe ideeën over een moderne samenleving moesten grotendeels nog volwassen worden,” zegt Blom. Het was ook een escapistische en gevaarlijke tijd, die niet goed afliep.

Meer ouderen nu

Er is een belangrijk verschil met toen: demografie. In de vorige eeuw was de bevolking van Europa veel jonger dan nu. Meer oude mensen betekent historisch gezien meer conservatisme, minder radicalisme – en minder uitbundige feestjes.

Van bredere maatschappelijke turbulentie zijn nu ook volop tekenen. Niet alleen de golf van sociale protesten zoals Black Lives Matter zijn voorbeelden, maar ook uit economische cijfers over de pandemie blijkt dat ongelijkheid alleen maar is verergerd.

Economen, die eerder hoopten op een ‘V-vormig herstel’, een strakke lijn omhoog na de dip, hebben het nu steeds meer over een ‘K-vormig herstel’. Één deel van de samenleving herstelt, een ander deel blijft achter: één lijn omhoog en één lijn omlaag.

Zo bezien is het niet de vraag of er straks een groot postcoronafeest losbarst, maar wie er mag komen.