Was dit het jaar van blijvende veranderingen in de kunsten?

Culturele ontwikkelingen in 2020 Diepe dalen en grote veranderingen. Bestaansonzekerheid en een nieuwe ‘beeldenstorm’. Ook een jaar met meer films van vrouwelijke regisseurs en vernieuwingen in theater en muziek. Plus de opmars van livestreams.

Demonstranten gooien op 7 juni het standbeeld van slavenhandelaar Edward Colston in de haven van Bristol.
Demonstranten gooien op 7 juni het standbeeld van slavenhandelaar Edward Colston in de haven van Bristol. Foto Ben Birchall/AP

Hoe vat je een cultuurjaar samen dat zo totaal gemankeerd en ingeperkt was? Hoe selecteer je de beste voorstelling of het mooiste concert als er zo veel niet doorging? De recensenten van de cultuurredactie hadden er zichtbaar moeite mee om dit jaar hun top-5-lijstjes samen te stellen. Theaterredacteur Ron Rijghard noemt slechts twee cabaretvoorstellingen (van Stefano Keizers en Waardenberg & De Jong), omdat het „dit jaar zo ongemakkelijk stil was in de cabarethuizen”.

Toen de musea en theaters sloten, schrijft kunstcriticus Gijsbert van der Wal in alle eerlijkheid, „ben ik andere dingen gaan doen: wandelen, lezen, tekenen, werken aan een boek”. Hij vindt dat hij niet genoeg gezien heeft om een gewogen ranglijst te maken en ziet er daarom maar vanaf.

Andere recensenten smokkelden maatschappelijke ontwikkelingen hun lijstje binnen. Sandra Smets noemt het balkongezang in Wuhan en Italië als hoogtepunt. En Bianca Stigter vraagt zich af of het weghalen van een kunstwerk ook een kunstwerk kan zijn – en plaatst prompt het omvertrekken van het standbeeld van slavenhandelaar Edward Colston in Bristol bovenaan haar lijst.

Lees ook dit essay van Bianca Stigter: Hoe stil de wereld was toen we allemaal thuisbleven

Zo zeggen deze top-5-lijstjes indirect ook iets over de maatschappelijke trends van 2020. Het is geen toeval dat Tell Me Your Story, het overzicht van honderd jaar Afrikaans-Amerikaanse kunst in Kunsthal Kade, maar liefst vier keer genoemd wordt. In het jaar van Black Lives Matter kon niemand eromheen: deze tentoonstelling vatte de tijdgeest perfect samen.

De roep om meer diversiteit, om een meer inclusieve canon, klonk in 2020 steeds harder. Sabeth Snijders signaleert in dat oogpunt een positieve ontwikkeling in de filmwereld: het percentage films van vrouwelijke regisseurs dat in de Nederlandse bioscopen verscheen, steeg dit jaar van 20 naar 24 procent. Die vrouwen maakten „talloze uitmuntende films”, aldus de filmredactie, met The Assistant van regisseur Kitty Green als grote winnaar.

Ook in de muziek stak Black Lives Matter zijn vuist hoog op: Sault liet het geluid van de zwarte strijd horen op twee albums die bovenaan alle lijstjes eindigden. Volgens recensent Hester Carvalho maakte de ongrijpbare Britse formatie met hun brede greep uit de zwarte muziekgeschiedenis – van gospel en jazz tot hiphop en afrobeat – precies de goede soundtrack voor dit jaar: intiem en toch opruiend.

TRENDS:

Beeldende kunst: nieuwe beeldenstorm zorgt voor reflectie en verandering

Na een jaar waarin veel kunst werd afgelast, rijst de vraag of 2021 het jaar wordt waarin ook de macht van sponsors onderuit wordt gehaald.

Als een baksteen zonk op zondag 7 juni het bronzen beeld van Edward Colston in de haven van Bristol. Behalve een daad van blijvende omwenteling in de geschiedenis, was dit ook een prachtig staaltje performancekunst. Standbeelden omvertrekken is vaak indrukwekkender dan standbeelden onthullen: iedereen weet nog hoe het beeld van Saddam Hussein werd neergehaald in 2003.

De monoliet die in november in Utah verscheen. Het mysterieuze kunstwerk (?) verdween na tien dagen spoorloos. Foto AP

Het omvertrekken van Colston was een keerpunt, niet omdat iemand buiten Bristol deze man kende, maar zijn tocht door de straten en duik in de haven waren aanleiding tot vragen en reflectie – twee functies van goede kunst. Naast corona stond 2020 dan ook in het teken van het bevragen van de canon, die nog steeds vanuit witte blik is opgesteld. Er kwam een rapport over roofkunst, er waren roofkunstacties, een tentoonstelling van Philip Guston werd uitgesteld omdat zijn werken met daarop Ku Klux Klan-leden slecht getimed leken in een jaar van omwenteling.

„Beelden zijn krachtig,” schreef de Amerikaanse auteur Teju Cole, „ze kunnen mensen in zo’n staat van onbehagen brengen dat geweld het gevolg is, en iconoclasme draagt twee paradoxale trekken in zich: grondigheid en impulsiviteit.”

Die impulsiviteit was een belangrijk deel van de kracht van het omver trekken van Colston, en ook bij het bekladden van de Belgische koning Leopold II, het woord ‘racist’ bij Winston Churchill, en bij Columbus die ook al omver werd getrokken. Impulsiviteit is het grote verschil met het opblazen van de boeddhabeelden in 2001 in de Bamiyanvallei. Dat was van bovenaf gepland, Colstons neerhalen was spontaan en zo gepiept.

Symbolisch: waar menig stad een historische figuur van zijn voetstuk haalde, verrees aan het eind van dit jaar op andere plekken (Utah, Roemenië, Oudehorne) een metalen zuil, die dermate universeel is dat hij er zelfs van verdacht werd buitenaards te zijn.

In Nederland bleef een beeldenstorm uit, been there, done that, ook al was dat alweer een tijdje geleden. Maar reflectie was er wel: zo kwam er antwoord op de vraag wat we met de naam van het Rotterdamse Kunstcentrum Witte de With moesten. Het werd Kunstinstituut Melly, vernoemd naar Melly Shum die consumentenelektronica bij een grote keten in Toronto verkoopt en al een tijd de muur van het instituut sierde. En kwam er antwoord op de vraag of het romantische beeld van ‘hoe groter geest, hoe groter beest’ niet ook eens van de sokkel gehaald moest worden. Ja, was het antwoord: Julian Andeweg zakte door het ijs na jaren van seksueel misbruik en aanklachten van verkrachting en geweld.

De positie van de vrouw stond ook ter discussie in Breda toen het werk Destroy My Face van Erik Kessels werd weggehaald na protesten van actiegroep We Are Not A Playground. Kessels’ idee om skaters een fotomontage met 70 vrouwengezichten die door plastische chirurgie een hernieuwd gezicht hadden gekregen, opnieuw te bewerken door vernietiging, werd als vrouwonvriendelijk gezien. Sponsoren trokken zich terug.

Iets vergelijkbaars overkwam Marina Abramovic toen complotwappie en Trump-fan Alex Jones de satanische symboliek van Abramovic koppelde aan ‘pizzagate’ en andere gevaarlijke claims van conservatief Amerika. Abramovic moest een online variant van een kunstwerk terugtrekken omdat sponsor Microsoft te veel negatieve reacties kreeg. Met een beetje geluk wordt 2021 het jaar waarin de macht van sponsoren omver wordt getrokken.

Bekijk ook de jaarlijstjes van de recensenten: dit is de beste beeldende kunst van 2020

Boeken: het jaar van Wolfstijd, Ali Smith (en vele anderen)

Ook 2020 leverde weer een rijk spectrum op van ‘beste’ boeken. Natuurlijk staan sommige schrijvers er niet op en anderen, zoals Anjet Daanje, meerdere keren. Een top 5 blijft iets persoonlijks van een recensent.

Het kiezen van je vijf beste boeken van het afgelopen jaar is voor een recensent een welhaast onmogelijke opgave. Want natuurlijk leest hij of zij er meestal veel meer. Zeker in een jaar als 2020, dat geweldige romans, geschiedenisboeken en actuele non-fictie heeft opgeleverd.

Zo heb ik dit keer zelf niet voor de Kopenhagen-trilogie van Tove Ditlevsen gekozen, ook al was ik daar diep van onder de indruk. Niet alleen vanwege de rauwe, directe stijl, maar ook door het verhaal van een meisje uit een arbeidersmilieu dat de literatuur ontdekt en na haar succes aan de drugs raakt.

De rauwe, directe stijl van de Deense Tove Ditlevsen (1917-1976), dit jaar voor het eerst vertaald in het Nederlands, maakte veel indruk. Foto Birthe Melchiors-Ritzau

Hetzelfde geldt voor Wolfstijd van de journalist Harald Jähner, een bijna onovertroffen geschiedenis van het Duitsland in de eerste tien jaar na de oorlog. Het is geschiedschrijving die als in een Fassbinder-film aan je voorbijtrekt en je niet loslaat.

En dan was er natuurlijk de herontdekte Duits-Joodse schrijfster Gabriele Tergit, wier epos De Effingers, over de opkomst en ondergang van twee Duits-Joodse families in de 20ste eeuw een briljant inzicht geeft in de geraffineerde manier waarmee een haatsprekende politicus een meerderheid weet op te jutten tegen een volstrekt geïntegreerde minderheid. Verder waren er nog Summer van Ali Smith, Het zout der aarde van Józef Wittlin, Claudio Magris’ verhalenbundel Gekromde tijd in Krems en Benjamin Taylors verslag van zijn vriendschap met Philip Roth Here we are. Allemaal boeken die zo op mijn lijstje hadden kunnen staan, maar die ik uiteindelijk niet heb gekozen.

Gelukkig vullen mijn collega-recensenten mijn tekortkomingen aan. Zo is een rijk spectrum ontstaan van 120 ‘beste’ boeken. Natuurlijk staan sommige schrijvers er niet op en anderen, zoals Anjet Daanje, meerdere keren. Laat het de afwezigen tot troost zijn dat ze dan mogelijk op de zesde, zevende of achtste plaats zijn beland. Over de uiteindelijke keuzes kan overigens niet worden gecorrespondeeerd.

Tot slot wens ik u een goed en vooral gezond 2021 toe, met veel mooie boeken.

Bekijk ook de jaarlijstjes van de recensenten: dit zijn de beste boeken van 2020

Pop: moeilijk (maar baanbrekend) album voor een moeilijk jaar

NRC maakte voor de zesde keer een analyse van de eindejaarslijsten van internationale popmuziekcritici. Fiona Apple’s Fetch the Bolt Cutters is het beste album van 2020. Ze staat boven aan in NRC’s Lijst der Lijsten op basis van de waardering van internationale popcritici. Ze volgt Lana Del Rey, Janelle Monáe en Kendrick Lamar op. Ook over de kwaliteiten van Sault zijn opvallend veel popcritici het eens: lees het profiel dat Hester Carvalho schreef over de geheimzinnige Britse band met twee hitalbums in 2020.

Het was geen makkelijk jaar. Dus dat de lijstaanvoerder van de Lijst der Lijsten van 2020 geen makkelijk album is, past wel: Fiona Apple heeft met Fetch the Bolt Cutters het beste album van het jaar gemaakt, blijkt uit een analyse van de eindejaarslijsten van internationale popmuziekcritici.

Apples nieuwe stijl klinkt „wilder, abstracter, uitdagender en anders dan alle andere popmuziek”, zo schreef Jan Vollaard in april. „Geen lieve pianodeuntjes meer, niet de aantrekkelijke indiepop van de hit ‘Criminal’ (1996). De Amerikaanse zangeres breekt met alle conventies.”

Met 279 punten torende ze boven de nummer twee uit, Phoebe Bridgers met haar zeer persoonlijke album Punisher (216 punten) en de nummer drie, Run the Jewels’ RTJ4 (200 punten). Opvallend is hoe Taylor Swift terug in de gratie is met haar indiepopplaat Folklore, dat ze maakte met Bon Iver en Aaron Dessner (The National). Kwam haar plaat uit 2019 niet eens op de lijst voor, deze haalt de top-5. Haar tweede album dit jaar, Evermore, zou vast ook de lijst hebben gehaald, als het niet pas half december was verschenen.

Een groep die wel twee keer in de top-10 staat is de mysterieuze groep Sault. Ze spelen nooit live en hadden een tour dus niet nodig om hun Untitled (Black Is) in te laten slaan als een bom (zeker in de Britse en Europese muziekwereld, op de Amerikaanse lijstjes komen ze niet veel voor). Een „zinderend meesterwerk”, noemde Saul van Stapele het. En toen kwam in oktober Untitled (Rise). Opnieuw een pareltje, waarop veerkracht centraal staat – dat konden we wel gebruiken.

Drive-in show van dj-duo Lucas en Steve ter gelegenheid van hun debuutalbum ‘Letters to Remember’. Foto Paul Bergen/ANP

Ook Adrianne Lenker staat met twee albums op de lijst – een herhaling van het kunststukje dat ze vorig jaar met haar band Big Thief deed.

Bob Dylan, die onlangs nog opzien baarde met de verkoop van zijn auteursrechten, haalt de top-10 met zijn Rough and Rowdy Ways („een verslavend meesterwerk”), net onder de 54 jaar jongere Dua Lipa („misschien is mijn muziek juist een goede afleiding, weg van spanning”, zei ze in maart in NRC).

Opvallend hoog staan de meest gestreamde artiesten van het jaar, The Weeknd en Bad Bunny (op #18 en #19). Dat is wel eens anders: vaak zijn de megaveel gestreamde artiesten niet per se de door critici hoogst gewaardeerde, maar dit jaar kruisen die werelden elkaar. Overigens stonden veelstreamers als Drake, J Balvin en de onlangs overleden Juice Wrld allemaal slechts op één lijstje. Post Malone’s Hollywoods Bleeding, nummer 3 meest gestreamde album wereldwijd, werd door geen enkele krant, tijdschrift of criticus genoemd.

Hoogst genoteerde Nederlander is Eefje de Visser, op plek 24. Knap, want haar Bitterzoet kwam al vroeg in januari uit en heeft zonder toeren toch het hele jaar op de kladversies van al die lijstjes overleefd.

Een aantal artiesten bracht hun albums te laat uit voor de lijsten, zoals Paul McCartney en Miley Cyrus. Anderen vielen gewoon tegen (Ariana Grande, Alicia Keys), of hadden misschien toch een tour nodig om hun album goed te laten landen (Agnes Obel, Lady Gaga, Norah Jones, Pearl Jam). En als je de lijst bekijkt zou je bijna vergeten dat er nieuwe platen uitgekomen zijn van hiphoplegendes Nas, Busta Rhymes én Public Enemy.

Dit is de zesde keer dat NRC deze lijst-analyse maakt. Afgelopen jaren maakten Lana Del Rey (2019), Janelle Monáe (2018), Kendrick Lamar (2017, 2015) en David Bowie (2016) de beste albums van het jaar.

Bekijk ook de jaarlijstjes van de recensenten: dit is de beste pop, jazz en world van 2020

Film: meer vrouwen in de bioscoop

In 2020 steeg het percentage vrouwelijke regisseurs. Een kentering? Of een onverwachte bijwerking van corona?

Wie dit jaar een top-5 wilde opstellen met uitzonderlijke films, kon zonder moeite een selectie maken met alleen titels van vrouwelijke regisseurs. Afgelopen jaar kwamen talloze uitmuntende films van vrouwen in de zalen. Jammer natuurlijk dat door corona-restricties weinig mensen The Souvenir (Joanna Hogg) of Proxima (Alice Winocour) hebben gezien.

Dat een lijstje opstellen waarin vrouwen de overhand hebben gemakkelijk leek, komt mogelijk doordat er in Nederland relatief meer nieuwe films werden gedraaid waaraan vrouwelijke regisseurs meewerkten dan in 2019. Soms regisseerden ze alleen, soms samen met iemand anders.

Still uit Proxima.

In 2020 zijn er in Nederland ongeveer een vijfde minder nieuwe films uitgebracht dan in 2019. Het aantal vrouwelijke regisseurs die betrokken waren bij een uitgebrachte film, bleef ondanks bioscoopsluitingen ongeveer hetzelfde. Het aantal mannelijke regisseurs die werkten aan een in Nederland uitgebrachte film, daalde in 2020 drastisch. Daardoor steeg het percentage vrouwelijke regisseurs wiens film in de Nederlandse bioscopen draaide van 20 naar 24 procent.

Werden dit jaar meer nieuwe films van mannen uitgesteld? Of zouden de verhoudingen tussen mannelijke en vrouwelijke makers ook zonder corona zijn verschoven en zien we hier een stap binnen een kentering? Nog steeds vormen films met vrouwelijke regisseurs immers een minderheid.

De belangrijkste reden dat een vrouwelijke top-5 dit jaar zo gemakkelijk valt op te stellen, is natuurlijk de kwaliteit van de films. En de diversiteit. Een kleine selectie: er was de naar de keel grijpende documentaire For Sama, waarin Waad al-Kateab vastlegt waarom haar jonge gezin niet vlucht, maar blijft wonen in het belegerde Aleppo in Syrië. Er waren kostuumdrama’s zoals het feministische Little Women (Greta Gerwig). De kleurige animatiefilm Marona (Anca Damian) onderstreepte op speelse wijze hoe onrechtvaardig het leven kan zijn en het gestileerde drama The Assistant confronteerde de kijker met Weinstein-achtige praktijken.

Die laatste toont dat een vrouwelijke blik op een bepaalde problematiek soms leidde tot een ander perspectief en aandacht voor andersoortige details. Zo koos Kitty Green ervoor machtsmisbruik te belichten via een stille, vrouwelijke getuige. Iemand die wel actie wil ondernemen, maar monddood wordt gemaakt via kleinering en intimidatie op de werkvloer.

Bekijk ook de jaarlijstjes van de recensenten: dit zijn de beste films van 2020

Klassiek: schrikken van je eigen emoties door de muzikale schaarste

Een ander jaar dan verwacht, maar toch waren er zeker goede muzikale ervaringen mogelijk, live en op de livestream. Of gewoon thuis via de eigen muziekinstallatie. Maar voor de klassieke muziek was dit toch vooral een jaar met diepe dalen. Met als winstpunt: tijd om na te denken over vernieuwing.

Wat lijkt het lang geleden, het eerste kwartaal van 2020. Ik reisde naar Brussel voor een fascinerend drieluik van Mozart-opera’s, naar Gent voor Het Lam Gods en naar Kopenhagen voor een sterke nieuwe productie van de Nederlandse operaregisseur Jetske Mijnssen.

Het theater aldaar bleef toen al grotendeels leeg, „wegens corona”. Wat toen nog aanleiding was tot lacherigheid, werd een week later ook in Nederland een nieuwe realiteit. Zozeer dat terugdenken aan het muziekleven van ‘voor corona’ een oefening is in vervreemding. Zaten we echt in stampvolle zalen met tweeduizend (hoestende!) mensen? Zó dicht op elkaar dat je (soms, hoor) vreemde voeten tegen de jouwe voelde stoten, en je letterlijk buurmans adem kon voelen? En daarna met zijn allen het café in – dat er nu niet meer is?

Eén van de Empty Concertgebouw Sessions vanuit een lege zaal, met hier violistes Rosanne (midden) en Julia Phillipens en celliste Lidy Blijdorp. Foto Andreas Terlaak

Voor de klassieke muziek was 2020 een jaar met diepe dalen, niet gecompenseerd door lichtpunten als de goede streams en de kracht van kamermuziek. Musici, freelance en in vaste dienst, toonden hun veerkracht en inventiviteit – terwijl nijpende bestaansonzekerheid ook velen tot omscholen dwong. Zingen verloor zijn onschuld: in koren overleden zangers aan corona, een miljoen koorzangers in Nederland konden lange tijd (en nu opnieuw) niet samen zingen – zoals ook orkesten en ensembles lange tijd niet samen mochten spelen.

2020 was daarom ook het jaar van schrikken van je eigen ontroering. De schaarse confrontaties met levende muziek kwamen niet zelden hard aan. Het besef: oh ja, dít, deze dimensie, de slecht in woorden te vatten meerwaarde van muziek die hier en nu en met jou erbij ontstaat, en die zo veel meer dan alleen lucht in trilling brengt.

En als je zelf al niet geroerd werd, was er de confrontatie met iemand anders in het publiek die zijn emoties niet wist te verbergen.

In Oostenrijk draaiden de Salzburger Festspiele de geldkraan wijd open: daar ging afgelopen zomer met behulp van veel testen alles door alsof het 2019 was. Beethoven met pianist Igor Levit, een sprankelend energieke Così, het kon niet op in wat voelde als een verrukkelijk zomerse maar ook surrealistische en escapistische bubbel.

Gelachen werd er ook. Het ‘danklied voor ouders en kinderen’ door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor schopte het in 455mijn eigen gezin met drie kinderen dit voorjaar tot culthit. Straks is het lied tijdens een nieuwe ronde thuiswerken én thuisonderwijs helaas opnieuw actueel, en zingen we weer met zijn allen: „Dank je wel!”

En er was nieuws dat niet kwam. Maandenlang stond een artikel klaar over Andris Nelsons, de dirigent van wie velen verwachtten dat hij de nieuwe chef-dirigent van het Concertgebouworkest zou worden. Maar hij werd het niet: Nelsons verkoos Boston en Leipzig. Amsterdam had het nakijken – en begon de zoektocht opnieuw. Nieuwe kansen voor nieuwe namen – maar alles zonder haast.

Je mag hopen dat dat de schraalhanzige opbrengst is van 2020. Dat er tijd was, en is, om na te denken. Over dirigenten, over nieuwe concertformules, over kamermuzikale ervaringen voor orkesten, over ruimte voor snelle, actuele impulsen in de programmering. 2021 zal het leren.

Bekijk ook de jaarlijstjes van de recensenten: dit is de beste klassieke muziek van 2020

Theater: ondanks alles, een goed jaar voor de dans

Er komt meer diversiteit, variëteit en regionale spreiding in de Nederlandse danswereld.

Het is misschien wat veel gevraagd, maar wie erin slaagt een enorme olifant in de kamer te negeren, kan concluderen dat 2020 een goed jaar was voor de dans in Nederland. In juni werd bekend dat er letterlijk en figuurlijk meer beweging in de basisinfrastructuur (BIS) is gekomen, iets waaraan al langer behoefte was. Niet alleen vanuit politiek perspectief (meer mogelijkheden voor diversiteit en regionale spreiding), maar zeker ook vanuit artistiek perspectief: meer variëteit. Bij de BIS-gezelschappen gaat de Groningse Club Guy & Roni een fijne en broodnodige, radicaal hedendaagse dissonant toevoegen aan de klassiek geschoeide samenklank van Het Nationale Ballet, Nederlands Dans Theater, Introdans en Scapino Ballet Rotterdam. Die laatste groep, sinds jaar en dag BIS-klant, wist na een negatief advies met enig duw- en trekwerk een vijfde plek in de BIS te forceren.

‘Swan Lake’ door Club Guy&Roni en Slagwerk Den Haag. Foto Andreas Etter

Misschien belangrijker nog: in de BIS werden maar liefst drie jeuddansgezelschappen gehonoreerd (De Stilte uit Breda, SALLY Dansgezelschap Maastricht en het Amsterdamse Aya). De laatste jaren waren dat er nul – onbegrijpelijk, om niet te zeggen schandalig, met het oog op de keer op keer bewezen kwaliteit van nieuwe toetreders als De Stilte. Ook bij Fonds Podiumkunsten werd meer plaats ingeruimd voor jeugddans en jeugdcultuur. Meer hiphopformaties kunnen nu aanschuiven aan de rijkssubsidieruiven, nadat jarenlang eigenlijk alleen ISH Dance Collective (dit jaar bekroond met de Prins Bernhard Cultuurprijs) vanuit Den Haag werd medegefinancierd. Ook alternatieve en meer experimentele breakdance- en hiphopformaties zijn bedacht met meerjarige subsidies, waaronder het onweerstaanbaar geestige 155 en de powermovers van The Ruggeds.

De jeugddans kan dus een mooie toekomst tegemoet zien – alles uiteraard relatief en voorlopig – evenals de jonge theaterbezoeker. En daarmee de theaterdanssector in de breedte. In de jeugddans worden zaadjes geplant voor creatief en op een abstract niveau kunnen kijken, denken en genieten, iets wat maatschappelijk van onschatbare waarde is, niet alleen voor de kunst, maar ook voor de wetenschap.

Aan creatief denken is dit jaar geen gebrek geweest onder danskunstenaars. In het totale crisisaanbod staken bijvoorbeeld het digitale Nite Hotel en het crossmediale Swan Lake van Club Guy & Roni met kop en schouders uit boven andere online corona- (nu valt dat woord toch!) projecten. Paul Lightfoot wekte de dansers van het Nederlands Dans Theater in juni uit hun standby-stand met het overweldigende beeldschermmeesterwerk Standby, dansers brachten op straten en pleinen troost en verwondering en nieuwe samenwerkingsverbanden zagen het levenslicht, bijvoorbeeld het nieuwe dansproductiehuis ICK Artist Space (waarin Dansmakers Amsterdam is ‘geadopteerd’ door ICK Amsterdam) en het online jeugddansplatform Podiumkids Thuis.

Genoeg reden dus om toch tevreden en trots te zijn. Helemaal als die positieve lijn kan worden vastgehouden. Nota bene: dat geldt natuurlijk ook voor de overheid.

Bekijk ook de jaarlijstjes van de recensenten: dit is het beste theater van 2020

Strips: of de stripwereld weer zal aantrekken is maar de vraag

Veel fysieke stripwinkels hebben afgelopen jaar hun deuren moeten sluiten.

Geen gemakkelijk jaar voor de stripspeciaalzaken in Nederland en Vlaanderen. Hun aantal neemt al jaren af – op dit moment 29 in Nederland en 16 in Vlaanderen. Datzelfde zie je gebeuren bij de ruimer gesorteerde boekhandels en hybride-winkels. De eerste lockdown zette nog iets op scherp: veel stripwinkels missen online kanalen, waardoor ze onbereikbaar waren en droog kwamen te staan. Hier en daar werden in allerijl bezorgdiensten opgetuigd, die ook in de huidige lockdown hun nut bewijzen.

Aaron van Ben Gijsemans. Beeld Ben Gijsemans

Alle stripuitgevers in België en Nederland verklaarden zich dit voorjaar solidair met de Vlaamse stripwinkels toen deze gedwongen moesten sluiten. Om te voorkomen dat de Vlaamse stripliefhebber zou uitwijken naar Nederland, besloten de uitgevers nieuwe striptitels tijdelijk te parkeren. Vanaf de zomer volgde de inhaalslag, al is het aantal van 1.500 Nederlandstalige albums van 2019 in dit jaar op ongeveer driekwart daarvan blijven steken.

In mei, na de voorjaarslockdown, verscheen er een sympathiek album waaraan meer dan zestig Nederlandse en Vlaamse stripmakers belangeloos meewerkten: Striphelden versus Corona werd gratis weggegeven aan vaste klanten van de speciaalzaken, als blijk van dank voor de steun in moeilijke tijden.

In de Verenigde Staten was de teloorgang van distributiemonopolist Diamond, die wereldwijd de comicmarkt bedient, het verhaal van 2020. Het bedrijf zette in april niet alleen alle leveringen stop, maar rommelde ook met betalingen aan uitgevers: er kwamen immers geen bestellingen binnen vanuit de detailhandel. De situatie is intussen verre van hersteld. Het aantal nieuwe titels loopt mijlenver achter en grote speler DC Comics (uitgever van o.a. Batman en Superman) is al vertrokken bij Diamond. De grote verliezers zijn de comicshops, die volledig afhankelijk zijn van de wispelturige distributeur. Veel fysieke winkels sloten in 2020 hun deuren in de VS.

Of alles komend jaar weer zal aantrekken is de vraag, zowel in de VS als bij ons, al heeft de Nederlandse stripwereld weer eens getoond tegen een stootje opgewassen te zijn.

Lees ook Dit zijn de beste strips van 2020 Lees ook Dit zijn de beste games van 2020 Lees ook De zijn de beste series van 2020