Foto Michiel Wijnbergh

Interview

Hoogleraar sociale zekerheidsrecht Gijsbert Vonk: dit is hoe de bijstand bedoeld is

Sociale zekerheid Een vrouw moet 7.000 euro aan bijstand terugbetalen omdat ze boodschappen kreeg van haar moeder. Hoogleraar Vonk ziet een parallel met de Toeslagenaffaire.

Politici zijn verontwaardigd. Met de Toeslagenaffaire nog vers in het geheugen, is er nu ophef over ander hardvochtig overheidsbeleid, voor mensen met een bijstandsuitkering. Aanleiding is een recente zaak uit de gemeente Wijdemeren: een vrouw moet ruim 7.000 euro aan te veel ontvangen bijstand terugbetalen. De reden? Ze kreeg wekelijks een goedgevulde tas boodschappen van haar moeder, drie jaar lang. De geschatte waarde van die boodschappen vordert Wijdemeren nu in één keer terug.

De rechtbank stelde de gemeente in het gelijk, bleek uit een vonnis uit oktober 2019 dat deze maand werd gepubliceerd en waar het blog Schuldinfo onlangs aandacht aan besteedde. De vrouw is in hoger beroep gegaan.

Niet alleen Tweede Kamerleden van oppositiepartijen zijn boos. D66-lid Marijke van Beukering bijvoorbeeld schreef op Twitter: „De menselijke maat lijkt hier zoek.” Volgens Eppo Bruins (ChristenUnie) doet dit denken „aan de drama’s met de toeslagen”, Drie CDA-Kamerleden, onder wie Pieter Omtzigt, hebben schriftelijke Kamervragen gesteld.

Verantwoordelijk wethouder Rosalie van Rijn (sociaal domein, CDA) van Wijdemeren gaat opnieuw bekijken „of we het moeten herzien”, zei ze dinsdag tegen de NOS. Maar volgens de wet mócht de gemeente niet anders handelen, zegt Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ja, het bijstandsbeleid is streng volgens Vonk, maar de politiek heeft dat altijd zo gewild. Pas nu ontstaat er ophef over.

Deze zaak is dus niet uitzonderlijk?

„Als ik naar rechterlijke uitspraken kijk, een residu van de werkelijkheid, dan zie je dat dit geen uitzondering is. Maar meestal komen die zaken niet in de openbaarheid. Het is een consequentie van bedoeld beleid. Dit is hoe de bijstand bedoeld is en hoe men wil dat die uitgevoerd wordt.”

Komt dit doordat de Participatiewet van 2015 zo streng is gemaakt?

„Nee, dit gaat veel verder terug. De bijstand heeft een lange voorgeschiedenis, tot aan de armenwet van voor de Tweede Wereldoorlog. Deze wetten zijn altijd al streng geweest. De bijstand is er voor wie echt niets heeft. Als je dan toch wat bijverdient, moet je dat inleveren.”

Lees ook: Streng bijstandsbeleid of juist meer vrijheid? Voor het vinden van een baan maakt het niet uit

De waarde van boodschappen wordt dus ook al lang teruggevorderd?

„Ja. De bijstand is bedoeld voor het kunnen betalen van het levensonderhoud: huur, boodschappen, verwarming. Als je die boodschappen dan krijgt, wordt er gezegd: de bijstand mag lager zijn.

„Er zijn ook weleens mensen die wat spullen op Marktplaats verkopen om wat extra geld te verdienen. Die inkomsten worden ook van de uitkering afgetrokken. Daar wordt echt op gehandhaafd.”

Maar dan kunnen boodschappen van de Voedselbank ook in mindering worden gebracht.

„Ja, alleen dat gebeurt meestal niet. Zulke liefdadigheidsinitiatieven worden ongemoeid gelaten. En dat kan ook volgens de wet. Maar hulp van je moeder wordt gezien als valsspelen.”

Wat vindt u daarvan?

„Het interessante vind ik dat mensen een link met de Toeslagenaffaire leggen. Die overeenkomst zie ik ook. Als iemand te veel bijstand heeft gekregen omdat diegene niet alle inkomsten, of in dit geval boodschappen, heeft gemeld bij de gemeente, dan móét de sociale dienst dat hele bedrag terugvorderen. Er is alleen een uitzondering voor ‘dringende redenen’, maar die wordt heel streng uitgelegd.

„De gemeente mag niet kijken: is deze terugvordering bij deze persoon wel redelijk? Kunnen we niet beter een waarschuwing geven? De wet schrijft voor dat er moet worden teruggevorderd. Een dergelijke strenge bepaling tref je ook aan in de wet die de toeslagen regelt.

„Uiteindelijk heeft de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, gezegd: wij vinden tóch dat de uitvoerder van de toeslagen een ‘redelijkheidstoets’ moet doen: rekening houden met de omstandigheden van de persoon. Dat zou je bij de bijstand ook kunnen invoeren.

„Als de gemeente Wijdemeren naar de individuele omstandigheden van deze vrouw had mogen kijken, was de uitkomst misschien milder geweest – en meer in lijn met ons rechtvaardigheidsgevoel.”

Zijn er gemeenten die toch coulant zijn met terugvorderingen?

„Zeker. Gemeenten voelen zich heel erg mede-eigenaar van de bijstandsregeling, dus de afstand tussen theorie en praktijk is soms groot. Vaak zijn gemeenten toleranter. In Engeland voert het ministerie van Sociale Zaken de uitkering zelf uit en daar is de praktijk veel draconischer.”

Lees ook: Politiek beseft: gemeente helpt burger niet beter

Die gemeenten overtreden dus de wet?

„Dat klopt. En dat is ook een constante splijtzwam tussen de staatssecretaris van Sociale Zaken [nu Bas van ’t Wout, VVD] en die gemeenten. Er is altijd ruzie, omdat de ambtenaren van het ministerie zeggen: ho, die ruimte hebben gemeenten helemaal niet.

„Gemeenten zijn door de decentralisaties verantwoordelijk geworden voor de bijstand en mogen daar ook zelf keuzes in maken, maar niet altijd. Vooral bij negatief overheidsoptreden, zoals bij de tegenprestatie en terugvorderingen, wil Den Haag helemaal geen keuzevrijheid geven aan gemeenten. Ze moeten gewoon sanctioneren.”

Bij het ministerie leeft de angst dat als je wethouders meer vrijheid geeft, ze helemaal geen geld gaan terugvorderen, omdat ze daar niet in geloven.

„Een kenmerk van macht is dat het moeilijk is om uit handen te geven. Dat geldt ook voor ambtenaren in Den Haag.”