‘Je staat nog op mute’ – dat is het ergste jargon van 2020

Jeukkantoortaal

Net als in vorige jaren vroeg ook in 2020 weer aan lezers wat ze het meest ergerniswekkende jargon op hun werk vonden. Dit is het overzicht.
Illustratie Tomas Schats

O jongens, wat een rampjaar was 2020 – ik denk dat we die conclusie gewoon moeten trekken. Duizenden sterfgevallen. Mensen die hun levenswerk in rook zagen opgaan. Thuiswerkers die vereenzaamden of juist gek werden van hun huisgenoten. Mensen die ‘gewoon’ naar hun werk moesten waar het werk hen over de schoenen liep. Wat een treurnis.

Gelukkig was er één ding dat gewoon doorging: de ergerlijke kantoortaal – lezers stuurden me ook dit jaar weer honderden voorbeelden. Gelukkig? Ja, ik vond van wel. Want zo bleef er zelfs in dit zwarte jaar nog iets om je onbekommerd aan te ergeren, je over te verbazen en viel er nog iets te relativeren. En o ja, hopelijk ook te lachen. Veel plezier ermee.

10

Onderaan de lijst toch al meteen een behoorlijk erge, namelijk: „de biobreak” als in de zin: „ik neem even een biobreak.” Bedoeld wordt een pauze tijdens het thuiswerken voor (biologische) functies als plassen, eten, in slaap vallen tijdens het zoomen, en drinken. Maar ik zag als beelddenker meteen een volle biobak voor me, „en die stinken meestal nogal”, viel een lezer me bij. Zullen we het ook daarom weer gewoon ‘pauze’ noemen in 2021? Alvast veel dank.

9

Een nieuw fenomeen in 2020 waren de ‘handjes’ die je virtueel kon ‘opsteken’ tijdens videovergaderingen of ‘webinars’. „Ik zie geen handjes, o wacht, toch wel” en „zijn dit oude of nieuwe handjes?” werden gevleugelde uitdrukkingen. Ook gehoord: „is dat jouw handje of mijn handje?”. Brrr. Ik was net zo blij dat we tijdens de coronacrisis van al die hands-on-types af waren. Zullen we er gewoon weer ‘vragen stellen’ van maken?

8

Metaforen uit de automobielindustrie deden het altijd al goed op het werk – denk aan ‘snel schakelen’, ‘plug and play’ en ‘motorkapoverleg’ – maar in 2020 werden die allemaal weggevaagd door de stormachtige opkomst van het woord ‘hybride’.

Ik kende al de ‘hybride werknemer’ (ik hoop flexibel inzetbare werknemers, maar het kunnen ook robots zijn, je weet het niet), maar inmiddels is er vooral de ‘hybride werkvloer’ (een kantoor waar deels op het werk en deels thuis wordt gewerkt), de ‘hybride vergadering’ (met aanwezigen thuis en op locatie) en ‘hybride evenementen’ (idem). Zullen we daar weer gewoon ‘flexibel’ of formuleringen met ‘deels’ van maken? Ik zit anders de hele tijd aan laadpalen te denken.

7

Dan: de ‘harde eindtijd’. Toen ik die voor het eerst hoorde dacht ik aan toekomstvoorspeller Nostradamus en aan het bijbelboek Openbaring (ik ben christelijk opgevoed, dus dat zit vrij diep). Het bleek om het einde van een videovergadering te gaan, zoals in de zin: „heeft deze vergadering een harde eindtijd, want ik heb er hierna nog één”.

Mijn hemel. „Harde eindtijd in je broekje”, schreef een lezer.

6

Veel ergerniswekkende kantoortaal is goedbedoeld, maar wordt totaal verkeerd gebracht. Zoals de hashtags #staystrong, #staysafe, #houvol en #blijfgezond die ik de laatste tijd onder veel mails en LinkedIn-posts zie staan.

Lieve mensen, blijf elkaar vooral veel gezondheid en sterkte wensen in deze nare tijden, maar NIET, ik herhaal NIET met een hashtag. Dat maakt het juist onpersoonlijk en nep #dankjewel

5

Ik schreef net al dat het op het werk zelden handig is als je een beelddenker bent. Daar heb ik ook veel last van bij de uitdrukking: „ik hoop je snel weer fysiek te kunnen ontmoeten.”

Iedere keer als iemand het zegt of schrijft, denk ik aan parenclubs, heftige vrijpartijen of, erger nog, aan een team gespierde kerels dat langskomt om me eens even flink af te tuigen.

Mogen we er, ook daarom, weer gewoon ‘ontmoeten’ van maken en ‘ik hoop je snel weer (of nooit meer) in levenden lijve te zien’ of ‘ik hoop je in 2021 nooit meer (of alleen nog) online te ontmoeten’? Dat zou mij enorm helpen.

4

Communicatiebureau Direct Research voerde op mijn verzoek een representatieve enquête uit onder honderd Nederlanders met de vraag wat zij het ergste kantoorjargon van 2020 vonden en in die lijst stond het woord ‘coronaproof’ op twee, vlak na ‘corona’. Ik denk omdat ‘coronaproof’ niet bestaat.

Want als het virus ons íéts geleerd heeft, is dat niets of niemand coronaproof is en dat overal waar een ‘coronaproof evenement’ heeft plaatsgevonden er altijd wel een toilet of een kopje niet helemaal schoon blijkt te zijn geweest, of een medewerker net iets te dichtbij je heeft gestaan.

Laten we er daarom ‘we houden ons aan de regels’ van maken, in plaats van ‘coronaproof’. Dat is eerlijker.

3

Net als in andere jaren stuurden lezers me ook in 2020 weer behoorlijk wat jargon waar de Vieze Man van zou smullen. Zoals „ik heb even een momentje bij je ingeprikt”, „we steken de thermometer er in om de meningen te peilen”, „ergens een ei over leggen” en „we moeten goed in de hoekjes plassen” (serieus).

Ook vrij naar vonden lezers „er druppelen nog mensen binnen” bij het begin van een videovergadering. Misschien kunnen we daar „er komen nog steeds mensen bij” van maken? Ik heb er anders twee woorden voor: ‘Tena Lady’. Verder zeg ik er niks over.

2

Dan ‘de call’. Die stond vorig jaar al in de top tien, als totaal overbodig Engels woord voor telefoneren, maar was dit jaar natuurlijk helemaal niet te stuiten in de betekenis van ‘videovergadering’ – iedereen moest eraan geloven.

„Ik moet zo een call in”, „ik heb vandaag back-to-back-calls”, „ik kan niet bellen want ik zit even in een call”, „ik moet zo een andere call in” – lezers begonnen er in maart al tegen te protesteren en toen moesten we nog een heel jaar.

En wat hebben we ook allemaal een spuughekel aan al die calls zélf. We werden er massaal doodmoe van. De ‘breakoutsessies’. Camera’s die per ongeluk aan staan als collega’s in onderbroek langslopen. Microfoons die open staan als er op de achtergrond geplast wordt. Wifi-netwerken die haperen („ik loop vast”, „je beeld bevriest, ik zie je hoofd in blokjes”).

Postbodes die aan de lopende band aanbellen („ik moet er zo even uit, want ik verwacht een pakje”) – het is zó erg dat lezers zelfs verlangen naar gewone, ouderwetse, saaie, overbodige vergaderingen in een zaaltje op kantoor.

Kun je nagaan.

1

Maar op één, het kon natuurlijk niet anders, staat de meest voorkomende zin uit al die ‘calls’, en dat is: „je staat nog op mute.” „Het nieuwe ‘en nu met bijlage’”, schreef een mij dierbare twitteraarster.

Natuurlijk, ook „je viel even weg”, „ik hoor mezelf dubbel”, „ik hoor een echo”, „ik loop even vast” en „zie je mij, ik zie jou niet” scoorden hoog, maar „je staat nog op mute”, „staat iedereen op mute?” en „un-muten” waren de toppers die we écht niet meer willen horen komend jaar.

En dat terwijl ‘de muteknop’ zelf zo’n mooie nieuwe aanwinst is op je werk. Je zou willen dat je die straks terug op kantoor ook krijgt, om een aantal collega’s op stil te kunnen zetten.

Want dat betekent mute hè, ‘stil’. „Ik zet je op stil”, „kun je jezelf even op stil zetten”, „je staat nog op stil”, „staat iedereen op stil?”, of desnoods: „zet je geluid even aan, of uit.” Waarom zeggen we dat niet?

Dat is mijn hoop voor 2021 trouwens ook. Dat de stilte de videovergadering zal overwinnen. En dat we elkaar snel weer fysiek, o pardon, in levenden lijve mogen ontmoeten. Ik wens jullie allemaal een hoopvol nieuwjaar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.