Het wordt wéér druk op rechts

Tweede Kamerverkiezingen Het is inmiddels een vertrouwd beeld: politiek kluitjesvoetbal op rechts. Waarom wil meer samenwerking maar niet lukken?

Henk Krol, Jeroen de Vries, Femke Merel van Kooten en Henk Otten wilden gaan samenwerken binnen de Partij voor de Toekomst, maar dat mondde uit in geruzie.
Henk Krol, Jeroen de Vries, Femke Merel van Kooten en Henk Otten wilden gaan samenwerken binnen de Partij voor de Toekomst, maar dat mondde uit in geruzie. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Henk Krol en Richard de Mos zouden met elkaar gaan praten, was het plan. Beide heren willen meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen: voormalig 50Plus-gezicht Krol met de Lijst Henk Krol, oud-PVV’er De Mos voor een andere debutant, Code Oranje. Afgelopen week wilden ze bellen om te kijken of hun partijen niet beter konden samenwerken, zegt Krol. „Maar hij had een verkeerd telefoonnummer van mij op zak, dus dat is er niet van gekomen.”

Samenwerking tussen de rechtse nieuwkomers: het blijft moeilijk. Onder het grote aantal nieuwe en iets minder nieuwe partijen dat zich bij de Kiesraad registreerde om deel te nemen aan de verkiezingen – het precieze aantal maakt de Kiesraad woensdag bekend, al is deelname daarmee nog niet verzekerd – is het politieke kluitjesvoetbal op rechts een vertrouwd patroon geworden.

Het door Joost Eerdmans en Annabel Nanninga opgerichte JA21 – JA staat voor ‘Juiste Antwoord’, hoewel ook de voorletters van de oprichters er in terugkeren – is de nieuwste ster aan dat politieke firmament. Eerdmans en Nanninga, die eind november opstapten bij Forum voor Democratie nadat een ruzie over extremistische appjes binnen de jeugdbeweging uitmondde in een leiderschapsstrijd, profiteerden de afgelopen maand rijkelijk van de Forum-exodus en wisten tal van afgesplitste FVD’ers aan zich te binden.



Henk Otten had het nakijken. Hij bouwt na zijn eigen botsing met Baudet in 2019 vanuit de Eerste Kamer met enkele medestanders aan een politieke beweging onder de naam GO (ook een acroniem, voor Groep Otten). En hij had sinds de nieuwe scheuring „alleen maar zitten bellen met afsplitsers en mensen in de provincies”, zei hij in de Volkskrant. Die telefoontjes bleven vooralsnog zonder succes: geen van de FVD’ers die de afgelopen weken opstapten, heeft zich bij Otten aangesloten.

Dromend van een Kamerzetel

Eerder dit jaar zag Otten ook zijn gedroomde samenwerking met Henk Krol en Femke Merel van Kooten al na een aantal maanden in geruzie uitmonden. Sindsdien hebben ze alle drie hun eigen partij afzonderlijk bij de Kiesraad geregistreerd, dromend van een Kamerzetel. „Snel bij elkaar aansluiten is iets waar ik in het verleden heel nare ervaringen mee heb gehad”, zegt Krol terugkijkend.

En dan is er nog De Mos, die zijn succes met ‘ombudspolitiek’ in de Haagse gemeenteraad – politiek waarmee hij ‘dicht bij de burger’ wil staan – nu op het Binnenhof hoopt te herhalen. Al bedrijft hij zuiver cliëntelisme volgens zijn tegenstanders en het OM, dat hem vervolgt wegens corruptie. Hij is de lijsttrekker van Code Oranje, dat de afgelopen maanden ook al een aantal lokale bestuurders en Provinciale Statenleden aan zich wist te binden.

Lees meer: De ombudspolitiek van Groep de Mos: ‘Hoppa, voor u geregeld’

Het speelveld op de rechterflank oogt vaker versnipperd, zegt Sarah de Lange, bijzonder hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Denk maar aan 2006, met EénNL (van Marco Pastors en Joost Eerdmans), de Partij voor Nederland (van Hilbrand Nawijn), de laatste resten van de LPF en de toen net nieuwe PVV van Geert Wilders. Of aan 2017, met nieuwkomers FVD, VoorNederland en GeenPeil. „We zien dit eigenlijk al sinds Fortuyn”, zegt De Lange.

Dat zo veel nieuwkomers zich op de populistisch rechtse kiezer blijven richten, verbaast haar niet. „In die hoek zitten relatief veel kiezers. Alle kiezersonderzoeken wijzen uit dat daar tot wel een kwart van de stemmen valt te behalen.”

Opmerkelijker is het dat de nieuwkomers die zich steeds weer melden aan de meest verweesde doelgroep – de cultureel-conservatieve, sociaal-economisch-linkse kiezer – voorbijgaan. „Deze partijen onderscheiden zich vaak van de VVD omdat ze nóg uitgesprokener zijn over het klimaat, migratie, Europa. Maar economisch voeren ze meestal een vrij neoliberaal programma, terwijl dat helemaal niet zo goed aansluit bij die kiezers.”

Onhandelbare karakters

Politieke nieuwkomers die daadwerkelijk in de Kamer komen zijn zeldzaam, blijvertjes, die ook daarna herkozen en herkozen worden, nog zeldzamer. Het roept de vraag op waarom de nieuwe partijen niet hun krachten bundelen. Waarom zijn ze concurrenten in plaats van collega’s? Vraag ze ernaar, en ze zuchten. Dan gaat het al snel over persoonlijke verhoudingen, over onhandelbare karakters of ego’s die hun hele entourage de partij in willen loodsen.

Het lukt partijen maar niet die ban te breken, ziet Meindert Fennema, emeritus hoogleraar politicologie aan de UvA. Dat kan hij wel verklaren. „Een populist, zoals bij al deze partijen aan het roer staat, zegt: er is één volkswil, en nu wil het toeval dat ík die volkswil het beste ken. Dat laat weinig ruimte voor dissidenten. Organisatorisch zijn ze ook zo opgezet: strak, gebouwd rond één persoon. En dan gaat het bij de allernieuwste nieuwkomers ook nog eens om mensen voor wie die zetel van levensbelang is.” Als er maar één zetel te halen valt, wil jíj op nummer een staan.

Het is maar de vraag welke partijen daadwerkelijk een zetel behalen. FVD staat op enkele zetels, JA21 en Code Oranje peilen beide rond één zetel en bij Otten en Krol is zelfs dat onzeker. Dat is niet veel, zegt Fennema, maar kijk dan eens naar de huidige Tweede Kamer. „De ironie is dat de concentratie van zetels bij rechts veel groter is dan links. In de Kamer zijn juist de linkse partijen versplinterd.”

Zelf hopen de nieuwelingen dat de peilingen de komende weken vanzelf verbeteren als ze eenmaal bekendheid verwerven. Daarover is Sarah de Lange sceptisch. De VVD, waarvan nieuwkomers op rechts meestal zetels hopen af te snoepen, staat er goed voor. „En hoe verder de campagne is, hoe meer de aandacht zich richt op de partijen die de grootste kunnen worden en op de partijen die mogen deelnemen aan debatten. Dat wordt de komende tijd alleen maar sterker.”